Kunnen crèches niet-ingeënte kinderen weigeren?

Vaccinatie Kinderdagverblijven moeten aangeven welke kinderen gevaccineerd zijn en welke niet. Zo kunnen ouders het risico inschatten.

Een meisje wordt ingeent tegen mazelen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het zou een vorm van reclame kunnen worden: op onze kinderopvang zitten alleen maar gevaccineerde kinderen! U kunt uw kroost hier met een gerust hart achterlaten.

Daar staat tegenover dat crèches op de Veluwe mogelijk in de brochure moeten vermelden dat slechts een minderheid van de kinderen is ingeënt – hoewel ook dat in bepaalde kringen als aanprijzing zou kunnen gelden.

Een Kamermeerderheid wil dat kinderopvangbedrijven verplicht openheid geven over de vaccinatiegraad van hun kinderen, en minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) heeft toegezegd dat te zullen regelen. De vaccinatiegraad in Nederland is voor het tweede jaar op rij gedaald, en veel ouders zijn bezorgd dat hun kinderen niet veilig zijn op de kinderopvang.

De meest kinderopvangbedrijven weten welke kinderen wel en niet zijn ingeënt, zegt Saskia Speelman. Zij is woordvoerder van de Brancheorganisatie Kinderopvang, waarbij verreweg de meeste kinderdagverblijven zijn aangesloten. Het wordt altijd gevraagd bij de intake – hoewel lang niet altijd met overlegging van vaccinatiebewijzen – en het is geen geheim. „Als ouders ernaar vragen, dan krijgen ze antwoord.” En, zegt Speelman, als ouders die hun kinderen niet inenten daar onduidelijke redenen voor hebben, „gaan we daarover het gesprek aan, om ze te wijzen op het belang van inenting.”

Ze melden niet om welke kinderen het gaat, zegt Speelman. „Dat is stigmatiserend.” Bovendien wisselen kinderen ook regelmatig van groep of spelen de kinderen gemengd, dus het heeft niet zoveel zin.

Informeren van ouders is één, de volgende stap zou zijn dat er kinderdagverblijven zijn die niet-ingeënte kinderen weigeren. Voorzover Speelman bekend zijn er geen kinderdagverblijven die dat doen. „Maar wij hebben niet de indruk dat daar onder ouders vraag naar is.”

Je zou kinderen moeten kunnen weigeren die andere kinderen in gevaar brengen.

Weigering niet-ingeënte kinderen

Vraag of niet, het is behoorlijk onzeker of niet-ingeënte kinderen wel kúnnen worden geweigerd. Vaccinatie is in Nederland niet verplicht, en het is ook verboden onderscheid te maken naar geloofsovertuiging of levensbeschouwing. Ook is duidelijk dat er serieuze privacy-issues zullen zijn.

Weigeren zou op zich moeten kunnen, vindt Gjalt Jellesma. Hij is woordvoerder van Boink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang. „Het is een privaatrechtelijke overeenkomst, en je zou kinderen moeten kunnen weigeren die andere kinderen in gevaar brengen.”

Maar het gaat Jellesma niet in eerste instantie om het weigeren van kinderen, en hij vindt ook niet dat niet-ingeënte kinderen bij naam en toenaam moeten worden genoemd. Hij vindt het belangrijk dat ouders goed geïnformeerd hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. „Het recht om je kind niet in te enten, gaat niet boven het recht van ouders om een afweging te kunnen maken dat ze hun kind geen extra risico willen laten lopen.”

Het probleem doet zich vooral voor bij mazelen. Baby’s worden bij 14 maanden tegen die ziekte ingeënt, in de periode daarvoor zijn ze kwetsbaar. Mazelen is bovendien een ziekte waarbij ernstige complicaties als longontsteking en hersenvliesontsteking kunnen optreden, zegt Kees Dirksen, GGD-arts in Den Haag, waar in 2013 en 2014 veel kinderen mazelen kregen.

Jonge baby’s kwamen in het ziekenhuis terecht, van wie er één ernstig aan toe was. Als iemand mazelen krijgt („een krankzinnig besmettelijke ziekte”), moet dat aan de GGD worden gemeld. Die gaat dan na of er in de omgeving van de patiënt kwetsbare personen zijn, zoals zieken, niet ingeënten jongeren en baby’s. Die kunnen mogelijk alsnog worden ingeënt.

Ouders zouden op zijn minst moeten kunnen weten hoeveel kinderen niet ingeënt rondlopen in het kinderdagverblijf.

„Het virus waart altijd rond, maar omdat zoveel mensen zijn ingeënt, krijgt het als het ware onvoldoende brandstof, en steekt de ziekte maar eens per 5, 6 jaar epidemisch de kop op. Als de vaccinatiegraad in een kinderopvang 95 procent is, is de kans kleiner dat het virus daar binnenkomt. Maar als dat onder de 90 procent zakt, dan wordt zo’n kinderdagverblijf bij een uitbraak gemakkelijker een rood stipje op de mazelenkaart.”

De uitspraak van de Tweede Kamer laat volgens de Haagse wethouder Jeugd, Ingrid van Engelshoven, zien hoe belangrijk het is dat zoveel mogelijk mensen zich laten inenten. „De gemeente is samen met de GGD verantwoordelijk voor de veiligheid in kinderdagverblijven. En we letten op van álles, in detail, en daar zitten nogal wat zaken bij die minder gevaarlijk zijn dan het niet laten inenten van kinderen. Het is een teken des tijds dat feiten minder relevant worden gevonden dan sommige meningen. Ouders zouden op zijn minst moeten kunnen weten hoeveel kinderen niet ingeënt rondlopen in het kinderdagverblijf.”