Column

Kamillethee voor Davy Klaassen

Het is kortsluiting in de hersens. De patiënt komt in een vernauwde buis van gedachten door eigen toedoen, niet door iets van buitenaf. Frustratie is een bedenksel. Tijdens een weekendje voetbal kijken vond ik drie gefrustreerde voetballers die ik geschikt achtte voor een kort onderzoek: Luuk de Jong (PSV), Michiel Kramer (Feyenoord) en Davy Klaassen (Ajax).

Luuk de Jong was de spits die niet meer kon scoren; 904 minuten stond hij droog. Iedere week werd er gevraagd naar het uitblijven van doelpunten. De Jong bleef kalm, gaf niemand de schuld. Zaterdag scoorde hij weer, twee keer zelfs. De Jong plaatste ‘het probleem’ buiten zichzelf door in de tweede persoonsvorm te spreken: „Lekker dat je er twee maakt.”

Patiënt De Jong mag meteen naar huis. Op tijd naar bed, gewoon zo doorgaan.

Een spits op de bank is per definitie een onruststoker; hij leeft van het maken van doelpunten en die maak je niet zittend, in trainingspak. Michiel Kramer verbeet zich iedere wedstrijd. Vorig jaar werd hij nog bejubeld, nu kreeg Nicolai Jørgensen steeds voorrang.

Tegen FC Utrecht mocht Kramer invallen. Hij maakte in de 99ste (!) minuut de gelijkmaker met een kopbal. Hij liep naar de tribune en hield zijn wijsvinger voor zijn mond. De critici moesten hun mond houden.

Gezien? Hij kon heus wel scoren.

De frustratie bij Kramer was getransformeerd in acuut verongelijkt gedrag. Zo zadelde Kramer zich met een nieuw probleem op. Het leek me verspilde energie.

Patiënt Kramer moet nog leren van het moment zelf te genieten. Alle bijgedachten uitbannen. Een reservespits dient te leven bij de dag. Vergeet je voetbalverleden, dat telt even niet.

Gefascineerd keek ik een paar uur eerder naar het rood aangelopen hoofd van Davy Klaassen tegen Heerenveen. Hij is een speler die fel en bozig op het veld staat. Het is zijn manier om goed en geconcentreerd te spelen. Klaassen maakte de winnende goal en balde daarna zijn vuisten vlak voor de tribune met Ajax-fans.

Toen kwam de vermeende strafschop.

Klaassen werd lichtjes aangetikt en besloot iets te theatraal te duiken. Hoogmoed komt voor de val. Hij kreeg een gele kaart voor een schwalbe. De uitbarsting was grotesk: hij greep naar zijn hoofd, schreeuwde naar de scheidsrechter en stampte op het gras.

Klaassen is een gedreven speler, onmisbaar voor het behalen van een kampioenschap. Maar zijn woede voor de gele kaart was overdreven. Achteraf zei hij bij het zien van zijn eigen woede, met een grote glimlach: „Ja, èh… Je ziet hoe boos ik ben.”

Introspectie, heet dat.

Op het veld boos, na de wedstrijd weer snel ontspannen. Ik voorzie geen nare bijverschijnselen. Patiënt Klaassen heeft genoeg aan een à twee kopje kamillethee.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.