Cultuur

Interview

Interview

Foto Roger Cremers

Ideaal, samen met je ploeggenoten een huis delen

Hockey

Hockeyclub Bloemendaal haalde vier buitenlanders – een Duitser, een Belg en twee Australiërs – en huisvestte ze in een appartement in Amsterdam. Mede dankzij de vier internationals beleeft de club een wederopstanding.

Het is alsof ze er pas net wonen. In de gang struikel je na binnenkomst over losse planken en snoeren, op het balkon staan verhuisdozen. De spierwitte muren zijn bijna allemaal leeg. Boven de televisie in de woonkamer hangt nog net een ingelijste poster, een die waarschijnlijk in ontelbare huizen hangt. Straatbeeld van New York, alles zwart-wit, behalve de gele taxi’s. IKEA, natuurlijk.

Ook al wonen in het appartement in de Amsterdamse Rivierenbuurt vier tophockeyers, op een verdwaalde hockeytas na zie je er weinig van. „Mijn vriendin kwam hier laatst en vond het een drama hoe we het hier hebben aangekleed”, zegt Manu Stockbroekx lachend aan de eettafel. Hij draait zich om en kijkt naar de twee banken in het zitgedeelte. „Die zijn eigenlijk ook niets. Thuis heb ik zo’n mooie L-vormige bank. Die komt binnenkort hierheen. En we moeten inderdaad wat dingen gaan ophangen. Actiefoto’s aan de muur of zo. We hebben gewoon niet echt de tijd gehad.”

Dat is dan weer begrijpelijk, de vier buitenlandse aanwinsten van Bloemendaal zijn druk genoeg. Weinig dagen zonder verplichtingen. Dan maakt het niet uit dat het appartement nu meer een veredelde Airbnb is en nog niet echt een ‘thuis’. Maar dat ze er samen kunnen wonen, is ideaal. En veel Nederlandse teamgenoten wonen in de buurt. Deze vrije zaterdag – geen training en de wedstrijd tegen Den Bosch is een dag later – zijn alleen de Belg Stockbroekx (22) en de Duitser Florian Fuchs (25) thuis. Hun twee Australische huis- en teamgenoten Blake Govers (20) en Daniel Beale (23) zijn in eigen land. Verplichtingen met de nationale ploeg. Daar houden ze niet zoals hier zoveel mogelijk rekening met de verschillende competities.

Kampioensploeg

Ze zouden nooit zeggen dat zij met z’n vieren de reden zijn van de wederopstanding van Bloemendaal, dat vorig jaar voor het eerst sinds 2001 de play-offs om de landstitel niet bereikte, maar dit seizoen na tien overwinningen op rij pas vorige week voor het eerst verloor. Zo bescheiden zijn ze wel. Nee, iedereen om hen heen stijgt boven zichzelf uit, zegt Fuchs meteen, zelf topscorer met elf goals. „Maar goed, als een club vier internationals binnenhaalt én de beste coach van Nederland, dan weet je dat die niet van plan is voor de vijfde plek mee te doen”, zegt Stockbroekx.

Die coach is Michel van den Heuvel, de kampioenenmaker van het Nederlandse hockey. De afgelopen drie seizoenen won hij de landstitel met Oranje Zwart (nu Oranje-Rood), en bij Bloemendaal was hij van 2006 tot en met 2008 succesvol met eveneens drie titels. Van den Heuvel zei al eens dat hij wist dat Bloemendaal de intentie had weer een kampioensploeg te smeden toen ze Fuchs binnenhaalden, een van de beste spelers ter wereld. Die wordt er zelf wat ongemakkelijk van als hem dat wordt voorgelegd. Voorzichtige glimlach. „Maar natuurlijk is het eervol.”

Studeren in de buurt

Na Fuchs volgde Stockbroekx, daarna de Australiërs. Stockbroekx kende Van den Heuvel van het bij de Spelen in Rio de Janeiro zo succesvolle Belgische team (zilver), waar hij „T3” was, „trainer drie, ja”. Stockbroekx had hem op een gegeven moment gevraagd of er in Bloemendaal misschien een plek voor hem was. „Je staat al op mijn lijstje”, had hij toen tegen hem gezegd.

Ze waren beiden toe aan iets anders. Stockbroekx was klaar bij KHC Dragons, vlak bij zijn ouderlijk huis in Brasschaat, boven Antwerpen, Fuchs bij Uhlenhorster SC in Hamburg. Dat Bloemendaal zo accommoderend was, met het appartement dat overigens al een paar jaar gebruikt wordt voor spelers, speelde in belangrijke mate mee bij hun keuze. Fuchs had al een tijdje zijn zinnen gezet op Amsterdam en kon nu vlak bij huis een master Business Administration aan de Vrije Universiteit volgen. Stockbroekx vond het ook simpelweg tijd om uit huis te gaan. Hij had makkelijk elke week op en neer vanuit België kunnen komen, het is maar twee uur naar Bloemendaal. „Maar mijn ouders hebben – wat is het – 27 jaar voor drie kinderen gezorgd?” Hij lacht. „En als je me vroeger had gezegd dat ik met drie andere hockeyinternationals in een huis zou gaan wonen, dan had ik je niet geloofd.”

Fuchs is het meest thuis van de vier. Hij is sinds het eind van de zomer maar één keer terug naar Hamburg gegaan, maar ook niet meer dan een dagje. Rond de Kerst gaat hij weer even, om daarna door te gaan naar India, waar hij voor 96.000 dollar gekocht werd om een maand in de Hockey India League te spelen. Net als vorig jaar. Een flinke zak spaargeld voor iemand in een sport die je niet snel rijk zal maken.

Stockbroekx is vaker in België, meestal voor trainingen met het nationale team, dat na het olympische succes harder werkt dan ooit. Maar net zo vaak komt België naar Stockbroekx. Zijn vader mist geen duel, zijn oma komt vaak mee. „Die zit anders ook maar thuis.” Op de eettafel staat een bakje chocolade uit België, meegenomen door oma.

Weekendje uitwaaien

Dat ze als ervaren, talentvolle spelers een impuls hebben gegeven aan een Bloemendaal dat omhoog moest klauteren uit een dal, ongetwijfeld. Maar als we het hebben over het succes achter deze ploeg, dan gaat het alleen maar over hoe hecht die is. En hoe snel dat eigenlijk is gebeurd. „Dat heeft me zelf ook wel verbaasd”, zegt Stockbroekx. „Er stond zo’n nieuwe ploeg. Maar toch wonnen we al meteen wedstrijden.”

Voorafgaand aan het seizoen ging het team een weekendje naar Zeeland. Trainen, zeker, maar ook uitwaaien en elkaar goed leren kennen. „Het is ongelofelijk hoe snel we allemaal klikten”, zegt Fuchs. Stockbroekx begint over een onderzoek dat hij laatst las. „Dat ging over hoe je een goed team creëert. Heel belangrijk daarbij is psychologische veiligheid.” Open en eerlijk naar elkaar zijn, durven dingen te zeggen dus. En dat gebeurt nu in Bloemendaal.

Beiden zijn vol lof over de rol van Van den Heuvel. Het staat nu tactisch goed, met speciale aandacht voor de verdediging, zegt Fuchs. Daar is echt op gehamerd. Daarom was het ook extra zuur dat het geklooi achterin zorgde voor de nederlaag tegen Rotterdam (3-2). „Vijf keer in de cirkel, drie goals tegen in één helft. Dat mag niet”, zegt Stockbroekx. Maar belangrijker: Van den Heuvel weet volgens de twee hoe je spelers naar je hand zet. „Hij voelt situaties goed aan”, zegt Fuchs. „Hij weet hoe hij spelers moet benaderen, vindt altijd de juiste toon. Hij vindt de perfecte balans tussen ons motiveren en ons onze grenzen te laten opzoeken.”

Ze zitten er pas net, maar merken dat de sfeer bij Bloemendaal anders is dan vorig jaar. Aan de spelers die al jaren in het team spelen, ook aan de mensen die de club altijd al hebben gevolgd. „Ik heb het gevoel dat dit een speciaal team is”, zegt Fuchs. Dan is hij even stil. „Het voelt gewoon alsof alles klopt.”