Brabantse boeren zijn boos, de burgers blij

Intensieve veehouderij

De bestuurders van SP en D66 in Brabant willen dat lokale veehouders meer zorg dragen voor mens en milieu, of stoppen.

Varkenshouders moeten volgens de Brabantse gedeputeerden Foto ANP / Lex van Lieshout

De varkens van John van Paassen uit het Oost-Brabantse Deurne liggen zo te zien behoorlijk comfortabel te luieren in moderne stallen met luchtwassers en vloerverwarming. Het zijn 400 zeugen en 3.700 vleesvarkens. „De temperatuur zakt nooit onder de 15 graden”, zegt Van Paassen. Logisch. „Als het kouder is, eten ze meer. Dat is duur. Ik koop nu al jaarlijks voor een miljoen euro aan voer.” De dieren worden hier geboren, en vertrekken naar het slachthuis als ze 120 kilo zwaar zijn.

De varkenshouder is een van de veehouders die getroffen worden door maatregelen die bestuurders van SP en D66 in Noord-Brabant – de provincie met veruit de meeste dieren – willen nemen om de overlast van de intensieve veehouderij voor de mens en schade aan de natuur te beperken.

Stedelingen reageren tevreden, boerenvoormannen zijn kwaad. „Dit is in strijd met de maatschappelijke mores en onacceptabel. Laten we de tractoren maar klaarzetten”, zei voorzitter Hans Huijbers van boerenorganisatie ZLTO onmiddellijk na de bekendmaking vorige week.

Het kan verkeren; Huijbers is dezelfde man die drie maanden geleden op een grootse en gezellige bijeenkomst even buiten Tilburg door de Brabantse commissaris van de koning Wim van de Donk (CDA) nog „met grote eerbied” werd aangekondigd als spreker over verduurzaming van de landbouw.

Vicieuze cirkel

De gedeputeerden Johan van den Hout (SP) en Anne-Marie Spierings (D66) signaleren dat veel burgers nog steeds klagen over overlast en dat in de omgeving nog te veel vervuilende stoffen terechtkomen, onder meer in Europees beschermde natuurgebieden. Bijvoorbeeld stikstof. „We hebben eerder afgesproken dat door minder dieren en betere staltechnieken de emissies zouden dalen. Maar die daling is er niet”, aldus Van den Hout.

Varkens- en pluimveehouders moeten volgens de gedeputeerden stoppen met „rondjes rijden op een rotonde” en kiezen voor een van de vier afslagen: duurzaam concurreren op de wereldmarkt; concentreren op een kwaliteitsproduct; oriënteren op „brede landbouw” bijvoorbeeld met het leveren van zorg of recreatie en horeca; of stoppen. Spierings: „Veel boeren zitten in een vicieuze cirkel. Ze hebben te weinig geld om duurzaam te worden. Het is moeilijk om jezelf uit het moeras te trekken.”

En dus steken de bestuurders een helpende hand toe. Dwingend. De veehouders moeten niet pas in 2028 maar al over drie jaar, in 2020, al hun stallen emissiearm hebben gemaakt; ze moeten de mest op hun eigen bedrijf verwerken tot een minder schadelijke fractie en een deel van de mest laten verwerken in grote mestfabrieken op industrieterreinen; en ze mogen alleen nog een nieuwe stal bouwen als elders in een paar kilometer omtrek een oudere stal wordt gesloopt. „In die oude stallen kunnen dan ook geen activiteiten van criminelen meer plaatsvinden”, aldus Spierings.

Sommige burgers in Oost-Brabant zijn ronduit blij met de maatregelen. „Dit is voor het eerst in de geschiedenis dat de politiek weerstand biedt aan de boerenlobby”, zegt Maria Berkers, voorzitter van de actiegroep Stop de Stank in Deurne. „Eindelijk wordt er gepraat over een stop op het aantal dieren. Dit is een eerste stap naar het einde van de bezopen wereld van vleesfabrieken die voor 80 procent leveren aan de export.”

Ook voormalig huisarts Jan Hoevenaars uit het dicht door vee bevolkte Elsendorp kan zich wel in de maatregelen vinden, hoewel ze hem niet ver genoeg gaan. „De enige echte oplossing is: minder dieren.” Hij heeft jaren geleden al gewaarschuwd voor de „ernstige schade” die de veehouderij omwonenden toebrengt. „Meer luchtweginfecties. Meer fijnstof in de lucht. Meer virussen door het dichtbij elkaar houden van varkens en kippen en geiten. En dodelijke gevolgen, zoals bij de Q-koorts.”

Zijn standpunten hebben hem niet bij iedereen populair gemaakt. „Mijn sociaal functioneren is belemmerd. Ik word gemeden. Mensen zeggen: daar heb je hem weer, hij is tegen de boeren. Dat is niet leuk. Ik ben niet tegen boeren. Ik wijs er alleen op dat overheden de schade aan gezondheid van burgers faciliteren, door de uitbreidingen van de veestapel almaar toe te staan, in plaats van uit voorzorg vergunningen te weigeren.”

Onthutst

De boeren zelf zijn onthutst over de aangekondigde maatregelen. „Links populisme van de bovenste plank”, vindt varkenshouder John van Paassen. Hij begon zijn bedrijf in 1989 en heeft sindsdien een reductie van 80 procent behaald op de uitstoot van ammoniak. Onder meer dankzij de dure aanschaf en het prijzige gebruik van luchtwassers. De veehouders hebben volgens hem jarenlang braaf geluisterd naar wat de maatschappij wilde. De bedrijven moesten geconcentreerd in „landbouwontwikkelingsgebieden” bij elkaar gaan zitten; koeien moesten in de wei lopen; kippen moesten naar buiten. „Allemaal met als consequentie dat je soms meer uitstoot krijgt.” De varkenshouders moesten 50 procent minder ammoniak gaan uitstoten. „Dat is gebeurd.”

In Deurne is het aantal dieren de afgelopen vijftien jaar niet of nauwelijks gestegen. „De veestapel rond natuurterreinen is bij dorpskernen afgenomen en op andere plekken explosief gegroeid.” De boeren hebben de „dialoog” gezocht met omwonenden. Hun stallen opengesteld voor bezoekers. En dan nu beweren dat het allemaal de schuld van de veehouders is? „De provincie gaat eraan voorbij dat wij al jaren onze stinkende best doen. Ik ben daar heel boos om. Vind je het gek dat sommige boeren zeggen: dikke lul, drie bier?”

Van Paassen vergelijkt het provinciebeleidmet de strategie van Wilders. „Een minderheid in de hoek zetten.” Eraan voorbijgaan dat er verschillen zijn, „en roepen dat alle boeren net als alle Marokkanen niet deugen”. Hij schudt het hoofd. „Als de politiek zo veel last heeft van een slecht milieu, waarom stel je dan elektrisch rijden niet verplicht?” Zelf is hij graag bereid te werken zoals „de maatschappij” van hem vraagt. Minder dieren? Nog meer dierenwelzijn? Prima. „Als mensen willen dat ik de hele dag met mijn varkens aan de lijn een rondje loop, en zij voor het vlees vervolgens véél meer gaan betalen, dan doe ik dat.” Maar je moet wel reëel blijven. „De prijzen gaan niet ineens omhoog. Mensen hebben als burger een heel andere mening dan als consument in de supermarkt.”