Barmhartige vliegeniers van Teuge

Hulpverlening Een vliegschool in Gelderland leidt christelijk geïnspireerde piloten op voor vluchten in crisisgebieden overal ter wereld. „Gelukkig maak ik de stap niet alleen, God gaat met mij mee.”

Piloot in opleiding Foto Sake Elzinga

Stuiterend over het Drentse gras komt de Cessna aan. De brullende motor bedaart langzaam. Piloot Wilfred Knigge (31) en instructeur Jeroen Knevel (51) stappen uit. Knigge is tevreden, Knevel iets minder. De landing was wat aan de lage kant, oordeelt hij. Iets „meer clearance” graag de volgende keer, zegt hij. „Want wat als je een zinkertje krijgt?”

Knigge is een van de vijftien cursisten van het Mission Aviation Training Centre (MATC), sinds kort gevestigd op vliegveld Teuge. MATC leidt piloten op voor de Mission Aviation Fellowship (MAF), een christelijke hulporganisatie die wereldwijd hulpgoederen en medische teams transporteert naar afgelegen oorden, onder meer voor de Verenigde Naties en Artsen zonder Grenzen.

En zo kan het gebeuren dat je als piloot „ergens in de bush” ineens baby’s staat te wegen of helpt bij de aanleg van een waterput of landingsbaan, vertellen ex-MAF-vliegers Knevel en Marco Koffeman (45), nu hoofdinstructeur en directeur van de vliegschool.

MATC biedt een vliegopleiding met „extra ingrediënten”, als enige in Europa. De piloten in spe worden getraind in het opstijgen en landen in onherbergzame gebieden, op kleine one-way strips, en op vluchten bij ongunstig weer. „We vliegen niet als cowboys hoor, maar op techniek en procedures”, legt Knevel uit. En allemaal vanuit een christelijke gedrevenheid.

Aboriginals

Voor Knigge is de landing op het ‘zachte’ gras in Hoogeveen een goede voorbereiding op zijn vertrek naar Australië, begin januari. Met zijn gezin. Daar gaat hij voor MAF vliegen in Arnhemland, een reservaat, ruim twee keer de omvang van Nederland, waar Aboriginals wonen. MAF is daar essentieel voor het vervoer van voedsel, goederen en medische hulp, zegt hij.

„Ik heb er lang naartoe geleefd. Vijf jaar geleden ben ik begonnen met mijn vliegopleiding en nu is het moment daar”, zegt hij. „Ik kan eindelijk aan het werk.” Hij heeft er heel veel zin in, maar ziet er tegenop om zijn familie en vrienden te moeten achterlaten. „Gelukkig maak ik de stap niet alleen, God gaat met mij mee.” De MAF kende hij uit verhalen van zijn opa en vader. Zijn opa was zendeling in Papoea, zijn vader vloog dan met MAF naar zijn kostschool. „Ik hoorde van hen hoe belangrijk dit werk is. De mensen daar waren afhankelijk van MAF.”

MATC-directeur Koffeman en hoofdinstructeur Knevel vlogen respectievelijk vijftien en negen jaar voor MAF. Ze woonden met hun gezinnen in Oeganda, Bangladesh en Zuid-Afrika (Koffeman) en Tanzania en Tsjaad (Knevel).

Koffeman kwam in actie in Atjeh na de tsunami in 2004, bij overstromingen in 2011 in Bangladesh en bij de vluchtelingencrisis in datzelfde jaar in Somalië. Knevel („ja, inderdaad, familie van Andries, hij is een achterneef”) hielp evacueren bij een opstand in Tsjaad in 2006.

Een avontuurlijk, soms zelfs gevaarlijk leven. Koffeman: „Wij vliegen daar waar nood is. Dat betekent vaak dat de infrastructuur niet goed is, en ook dat het niet altijd veilig is. Soms overnacht je in de bush. Je moet heel zelfstandig zijn. Je doet alles zelf; je laadt bijvoorbeeld zelf bagage en goederen in en uit.”

Om voor MAF te kunnen vliegen, moet je uit een ‘bepaald soort hout’ zijn gesneden, beamen de twee. Tijdens de opleiding is er veel aandacht voor soft skills, attitude. Kun je het aan? Maakt het werk je gelukkig? Knevel: „Je kunt een goede piloot zijn, maar als je een arrogante peer bent, ben je niet geschikt.”

Bovenal moet je in God geloven. Als je geen christen bent, lukt het niet om als piloot bij MAF te gaan werken. Arbeidsorganisaties op religieuze grondslag mogen volgens de wet „eisen stellen aan personeel die samenhangen met religie”. De hoofdinstructeur: „Alles wat we doen, komt voort uit bevlogenheid en idealisme. Er zit een Godsdrive achter.” Wel werkt MAF ook voor niet-christelijke organisaties en verleent hulp in islamitische landen. Koffeman: „Wij vliegen voor iedereen. God houdt van ons allemaal.”

Noodlanding

Toen hun kinderen groter werden en hun ouders ouder, keerden Knevel en Koffeman met hun gezinnen terug. Koffeman, sinds 2013 weer in Nederland: „Dit werk vergt heel wat van je. Je mist veel van je familie. Mensen gaan dood.” Knevel ging na thuiskomst in 2007 aan de slag bij een adviesbureau. In 2010 zette hij de eerste stappen op weg naar de oprichting van de vliegschool in Teuge.

Als Knevel in Hoogeveen twee landingen heeft afgerekend bij ‘de Havendienst’ van het door een stichting beheerd vliegveldje, maken piloot en instructeur nog een rondje boven de Drentse gemeente. De Cessna 206 schudt heen en weer in de lucht. Draaien, draaien, en dan landen ze nog één keer op het hobbelige gras. „Deze approach was beter”, vindt Knevel. Alleen iets te snel, nu.

Na Hoogeveen zetten de twee koers naar Deventer en Zutphen, waar je laag mag vliegen. Daar doet Knevel „het gas dicht”. Knigge oefent er een noodlanding. Vlekkeloos. Klaar voor uitzending naar Australië.