Recensie

Als in een jazzsolo draait Lieke Kézér om haar briljante saxofonist

Op pagina vijftien van De afwezigen, het debuut van Lieke Kézér, drinkt een van de hoofdpersonen drie espresso’s. ‘Dat zwarte vergif had op dat moment onontkoombaar geleken en het had hem inderdaad een wat hartfladderende energie gegeven, maar nu was hij er toch maar mooi klaar mee.’ Hartfladderende – dan is ook de lezer meteen wakker: Kézér (1976) is in elk geval een debutante met gevoel voor woorden.

De man die zo een slapeloze nacht in-espressoot is Frank Johnson, een oudere oud-muzikant die zijn dertienjarige buurjongetje heeft meegenomen om New York te laten zien. Frank heeft niet lang meer te leven; hij zal de jongen een saxofoon cadeau doen, een instrument dat diens leven – en daarmee de roman – in hoge mate zal bepalen.

Want om Joshua James draait het in deze roman, zoals een jazzsolo zich om een thema windt. Het leven van James is dat thema: geboren eind jaren zestig in Los Angeles, na de verdwijning van zijn vader en de dood van zijn moeder opgevangen door de oude buurman Frank, verdwenen van school, opgedoken als dakloze straatmuzikant in New York, daarna wereldster en tenslotte weer in de anonimiteit verdwenen. Een jongen, later man, die iedereen met muziek kan betoveren maar zelf drastischer middelen nodig heeft om in vervoering te raken. Kézér geeft dat leven weer – overigens zonder dat ze zich waagt aan beschrijvingen van Joshua’s wondermuziek.

Uiteindelijk gaat het in deze sterk gecomponeerde roman vooral om de mensen die om Joshua heen cirkelen: zijn ouders, zijn stiefmoeder, de al genoemde oude buurman, zijn manager en diens zoon. Kézér weeft hun verhalen tot ze samen een weinig opwekkend beeld geven van de smoezelige muziekscene in de jaren tachtig en negentig – de wereld waarin de man die je in zijn pornofilm wil, daadwerkelijk een maatschappelijke kans vertegenwoodigt. Bij iedereen is wel iemand weggelopen of gestorven (zie de titel) of ligt er een verslaving op de loer. Het zijn mooie verhalen, waarbij er twee uitspringen: dat van het New-Yorkse meisje dat een dag en een nacht met de jonge Joshua door New York zwerft. En dat van zijn moeder, die probeert zich door het leven te slaan met Elvis aan haar zijde, tot de fatale 16 augustus 1977.

Het vele gemis in de levens van de personages, maakt wel dat De afwezigen topzwaar is waar het gaat om heftige gebeurtenissen en kolossale, zij het eenvoudige emoties. Dat maakt dat de beheersing van Kézér soms dreigt te ontaarden in effectbejag, ook al omdat de personages aan de vlakke kant zijn. Daartegenover staat dat Kézér in staat is iemand in één korte zin te tekenen. neem deze: ‘Hij had nog nooit iemand recht aangekeken.’