Recensie

Acht seconden van het nieuwe album van The Weeknd zijn goed

Pop

Na de monsterhit ‘Can’t Feel My Face’ komt The Weeknd met een nieuw album. Met daarop onder meer Kendrick Lamar en Daft Punk.

Foto Getty

Dat The Weeknd binnenkort de internationale hitparades aanvoert met zijn nieuwe singles en album is onvermijdelijk. De Canadese r&b-zanger heeft een stijl ontwikkeld die het jonge danspubliek bevalt: licht en technocratisch, met een hint van bezieling in zijn kronkelende stem. Eerdere liedjes als ‘The Hills’ en ‘Can’t Feel My Face’ werden monsterhits. Van semi-dakloze dj/producer groeide Abel Tesfaye (26) uit tot megaster.

Aan het nieuwe, derde album Starboy (naar zijn zeggen een verwijzing naar David Bowie’s nummer ‘Starman’) werkten zo’n vijfentwintig producers mee: van de Zweedse hitschrijver Max Martin tot het nog altijd mysterieuze Franse duo Daft Punk. Voor de zang werden gasten als Kendrick Lamar en Lana Del Rey gevraagd.

Een opwindend album heeft het niet opgeleverd. Daft Punk laten hun bekende robotstemmen horen in ‘Starboy’, een zwoel bedoeld schuifelnummer, en een aardige maar niet verrassende epigoon van Nile Rodgers roert zich in slotnummer ‘I Feel It Coming’. De Noorse producer Cashmere Cat, inventief in zijn eigen werk, leverde een kleurloos ‘True Colors’. Zelfs de bijdrage van Kendrick Lamar heeft niet de opruiende kwaliteit die je zou verwachten.

Hoe dat komt? Doordat Tesfaye en zijn handlangers alle klanken een glashard laagje hebben gegeven – zowel door het gebruik van de vocoder (software die valse zangnoten wegpoetst en tegelijk een metalige klank geeft), als door de ijle, schelle instrumentaties.

Ooit, rond 2010, droeg Tesfayes duistere versie van r&b een belofte in zich. Die heeft hij niet ingelost. Nieuwe nummers als ‘Reminder’, ‘Rockin’’ en ‘Lonely Night’ drijven op doorsnee melodieën en inwisselbare ritmetracks. Net als op zijn vorige album klinkt alles strak en koel.

Een van de attracties van The Weeknd is waarschijnlijk zijn hunkerende stem, die soms zweemt naar Justin Bieber. Maar dit is als kalverliefde vermomd cynisme. Dat ‘Can’t Feel My Face’ ging over het verdovende effect van cocaïne, en desondanks een megahit werd, was nog enigszins grappig (hij memoreert het in ‘Reminder’: ‘I just won a new award for a kids show/ Talking ’bout a face numbing off a bag of blow’).

Maar de hoeveelheid drugs die Tesfaye hier snuift van vrouwenruggen of in badkamers, werkt afstompend. Net als de verwijzingen naar rijkdom, in teksten over Bentleys, Louis Vuitton en zijn positie op de Forbes-lijst van miljonairs. De vrouwen in Tesfayes wereld zijn ‘gold diggers’, strippers of naamloze sekspartners. Hij verwoordt het in ‘Six Feet Under’ zo: ‘She know her pussy got a fanbase’, of zo: ‘Woke up by a girl/ Don’t even know her name’ (in ‘Party Monster’).

Op Starboy staat één knalnummer. ‘False Alarm’ heeft een ingehouden couplet maar vliegt prachtig uit de bocht in het refrein dat alleen bestaat uit de paniekerig geschreeuwde songtitel, op woest stampritme. Verrassend is ook de sample die Tesfaye gebruikte van het Britse jarentachtigduo Tears For Fears (‘Pale Shelter’), dat zijn ‘Secrets’ even een dwarse wending geeft. Dat duurt acht seconden.