140.000 kilo medicijnresten per jaar, in ons water. Hoe krijgen we die eruit?

Techniek

Pijnstillers, slaappillen en muggenverdrijvers – het water buiten zit vol met resten van onze geneesmiddelen. Hoe krijg je die er weer uit? Met een bubbelbadje van ozon.

Foto Guus Schoonewille

Als we muggenspray gebruiken, zijn restanten DEET later aantoonbaar in beken, rivieren en meren en in het grondwater. Hetzelfde geldt voor nog een paar duizend andere bestrijdings- en geneesmiddelen, waaronder pijnstiller diclofenac, bètablokker sotalol, kalmeringsmiddel oxazepam en contrastvloeistof iopromide. Laatstgenoemde overigens pas vanaf woensdagen, want in het weekend worden er nauwelijks röntgenopnames gemaakt in het ziekenhuis en het duurt even voordat een patiënt het contrastmiddel heeft uit geplast.

Op hun weg door of langs het lichaam worden deze stoffen niet of nauwelijks afgebroken en komen via toiletpot of doucheputje en riolering terecht in de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi). De klassieke zuivering met bacteriën (actiefslib) kan er weinig of niets mee. En zo komen ze met het gezuiverde water, het effluent, terecht in oppervlakte- en grondwater en daarmee ook in de bronnen van ons drinkwater.

Voor mensen is dit niet direct schadelijk, zo blijkt uit een recent verschenen rapport van het RIVM. De concentraties in het oppervlaktewater liggen iets onder de 1 microgram per liter, maar bij de innamepunten voor drinkwater is dat door verdunning alweer een factor 10 of meer lager. Bij de bereiding van drinkwater neemt het gehalte nog verder af tot minder dan 50 nanogram per liter, een factor 1000 lager dan de concentratie waarbij je enig effect mag verwachten.

140.000 kilo medicijnresten

Anders ligt dat voor de natuur. Daar kunnen resten van geneesmiddelen effect hebben op het waterleven. Geringe concentraties pijnstillers kunnen weefselschade veroorzaken bij vissen, terwijl restanten van antipsychotica gedragsverandering bij watervlooien veroorzaken. In totaal zo schat het RIVM gaat het jaarlijks om circa 140.000 kilo medicijnresten. Dat is ruim acht keer zoveel als de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die terecht komt in oppervlakte- en grondwater (17.000 kilo).

In de toekomst dreigt het probleem alleen maar groter worden. Immers, met de vergrijzing neemt ook het (thuis-)gebruik van geneesmiddelen toe. Klimaatverandering kan bovendien leiden tot periodes van langdurige droogte en bijgevolg lage waterstanden in rivieren en meren. Nu al komt het water van de Maas in droge zomers op sommige trajecten voor twee derde uit zuiveringsinstallaties.

Vorige week heeft een groot aantal organisaties de Intentieverklaring Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater ondertekend. Daarin worden voor het eerst plannen aangekondigd om iets tegen medicijnresten in oppervlakte- en grondwater te doen, bij de bron. Nu al hebben sommige bij ziekenhuizen en verpleeghuizen speciale zuiveringsinstallaties voor medicijnen, maar dat moeten er meer worden. Dokters moeten anders gaan voorschrijven, bijvoorbeeld liever afbreekbaar ibuprofen dan niet-afbreekbaar diclofenac. Farmaceutische bedrijven moeten bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen meer rekening moeten houden met de afbreekbaarheid.

De vraag is of deze aanpak voldoende is. Volgens Jan Peter van der Hoek, hoogleraar Drinkwatervoorziening aan de TU Delft, is slechts twintig procent van medicijnresten in water afkomstig van ziekenhuizen en verpleeghuizen. Het overgrote deel komt vanuit woonwijken in het riool terecht. Zelfs als je bijvoorbeeld meer medicijnen gaat inzamelen, voorkom je niet dat veelgebruikte middelen als DEET of oxazepam in het water komen.

De vierde stap

Daarom gaan steeds meer stemmen op om medicijnresten bij de afvalwaterzuivering te verwijderen, met wat in het zuiveringsjargon ‘de vierde stap’ heet. De huidige drie stappen zijn: het verwijderen van vaste bestanddelen, de bacteriële afbraak van makkelijk afbreekbare koolstofverbindingen (actiefslib) en de verwijdering van stikstof en fosfor. De vierde stap zou de microverontreinigingen uit het afvalwater moeten verwijderen.

Kijk hier hoe medicijnresten uit het water worden gefilterd

Een voorbeeld van dat laatste is de Zoetwaterfabriek, een praktijkproef met een vierde trap bij rioolwaterzuivering ‘De Groote Lucht’ in Vlaardingen. Vorige week won het project de Waterinnovatieprijs. Sinds deze zomer wordt een stroom van 25 kubieke meter per uur gezuiverd afvalwater door een vierde trap geleid, waarin medicijnresten en andere microverontreinigingen worden afgebroken door er ozon doorheen te laten bubbelen. Uiteindelijk moet er 1600 kubieke meter per uur op die manier extra gezuiverd worden, de helft van het totale effluent.

Nu nog wordt het afvalwater op de Nieuwe Waterweg geloosd om afgevoerd te worden naar zee. „Zonde”, vindt Han van Olphen, hoogheemraad („zeg maar wethouder”) van het Hoogheemraadschap van Delfland, de eigenaar van de zuiveringsinstallatie. „We kunnen het heel goed gebruiken om de voorraad zoet water in de Aalkeetbuitenpolder te vergroten om de zoute kwel tegen te houden.” Ook zal het schone effluent worden gebruikt om het water in de Krabbeplas, een recreatiegebied sneller te verversen. Van Olphen: „Het is zwemwater, maar op warme dagen kun je er niet in zwemmen vanwege de blauwalg.”

Het effluent kan, ondanks de vierde trap niet zomaar ingelaten worden in het gebied, maar moet eerst ‘natuurlijk’ worden gemaakt, zegt Jouke Boorsma, beleidsadviseur voor de afvalwaterketen bij het Hoogheemraadschap. „Daarvoor leiden we het eerst via een waterharmonica die bestaat uit een vijver met watervlooien die het zwevend stof eruit halen; een rietveld waar de nog resterende voedingsstoffen eruit worden gehaald en een vijver met waterplanten om zuurstof aan het water toe te voegen.”

De Zoetwaterfabriek maakt gebruik van de kennis en ervaring die eerder is opgedaan bij een kleine proef in de zuiveringsinstallatie Harnaschpolder bij Delft. Daar is afvalwater extra gezuiverd, waardoor tuinders het als gietwater voor hun bloemen en tomaten kunnen gebruiken. Het systeem wordt nog niet toegepast omdat opvangen van regenwater goedkoper is dan het transporteren van het extra gezuiverde water naar de kassen.

Volgens hoogheemraad Van Olphen is dat wel de richting die we op moeten. „Voorlopig hebben we voldoende zoet water, maar dat kan zomaar veranderen als we te maken krijgen met langdurige periodes van droogte door klimaatverandering en met oprukkend zout grondwater door zeespiegelstijging. Dan moeten we in staat zijn om de waterkringloop te sluiten, door gezuiverd effluent direct te benutten. Misschien niet meteen als drinkwater, zoals in Singapore, maar wel voor het beregenen van gewassen of als proceswater in de industrie.”

De waterschappen zien wel op tegen het toevoegen van zo’n vierde stap, want dit betekent dat de zuiveringslasten voor de burger flink zullen stijgen. In het Bestuursakkoord Water van enkele jaren geleden hebben ze beloofd om de stijging van de zuiveringslasten te beperken. „Vooralsnog zetten we in op een en-en benadering”, zegt Ingrid ter Woorst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen. „In eerste instantie ligt de nadruk op het aanpakken van de bron, maar we houden er ook rekening mee dat je op bepaalde plekken kiest voor een vierde trap op de waterzuivering.”