Fidel Castro, meedogenloos streng en icoon van de linkse revolutie

Castro overleed vrijdagavond op 90-jarige leeftijd. Hij was een van de langst zittende leiders ooit en het laatste icoon van de Koude Oorlog.

Archiefbeeld uit 1999 van Fidel Castro. Castro overleed vrijdagavond Cubaanse tijd op 90-jarige leeftijd. Foto AFP.

Een lang mensenleven hebben Fidel Castro en de grote noorderbuur de Verenigde Staten elkaar met niet aflatende toewijding in de haren gevlogen. Bijna twee jaar nadat het tot een historische toenadering kwam, op 17 december 2014, kwam op vrijdagavond de melding van het overlijden van de 90-jarige Castro.

Dat meldde zijn broer, de huidige president van Cuba, Raúl Castro, vrijdagavond op de Cubaanse staatstelevisie.

Het overlijden van de iconische leider van de Cubaanse Revolutie van 1959 komt daarmee op een moment in de geschiedenis dat Cuba na bijna een halve eeuw van isolationisme in traag tempo de weg van economische hervormingen is ingeslagen. Met Castro’s dood verdwijnt het laatste icoon van de Koude Oorlog, een van ‘s werelds meest bekende, en meest controversiële leiders. Die na de Britse koning Elizabeth en de Maleisische koning Abdul Halim de langst zittende leider was van dit moment.

Het prille begin van de band van Fidel Castro met Amerika was juist zo mooi. Zo onbedorven aandoenlijk.

Op briefpapier van zijn jezuïetenschool in de oostelijke Cubaanse stad Santiago de Cuba schrijft leerling Castro op 6 november 1940 een enthousiaste brief aan „mijn goede vriend” Franklin D. Roosevelt. De scholier vraagt de president van Amerika – in krakkemikkig Engels – om „een groen Amerikaans tien dollar biljet omdat ik zoiets nog nooit eerder heb gezien.”

Het Witte Huis antwoordt, maar stuurt geen geld.

Negen jaar later zijn de rollen omgekeerd. Amerikanen bieden Castro vijfduizend dollar voor een contract als honkballer bij de New York Giants. De vooral als sporter uitblinkende Castro weigert. Hij wil advocaat worden.

Daarna is het nooit meer echt goed gekomen tussen Castro en de USA.

Lees hier reacties op de dood van Castro: Wereld reageert op overlijden Fidel Castro (90)

Fidel Alejandro Castro Ruz wordt op 13 augustus 1926 geboren in Bíran, in het oosten van Cuba. Zo luidt althans de officiële versie. Maar waarschijnlijk is hij jonger. Volgens een van zijn twee broers zou de ambitieuze Fidel geknoeid hebben met zijn leeftijd. Dan kon hij eerder naar school. In de brief aan Roosevelt uit 1940 schrijft Castro dat hij twaalf is.

Fidel is de zoon van een arme immigrant uit Spanje, Ángel Castro. De Spanjaard wist in Cuba een welvarende suikerplantage op te zetten. Een uitbuiter, zou Fidel zijn autoritaire vader later noemen. Hij had Haïtiaanse slaven aan het werk.

Fidels moeder Lina Ruz is net als haar man uit Galicië afkomstig. Ze werkte aanvankelijk als huishoudster voor Ángel. Als ze al samen zes kinderen hebben – drie jongens en drie meisjes – en Ángels eerste echtgenote is overleden, trouwen ze. Dan kunnen de kinderen ten minste naar een goede katholieke school.

‘De geschiedenis zal me vrijspreken’

Castro studeert rechten aan de Universiteit van Havana. Zijn eerste geld verdient hij met werken in de sociale advocatuur. In 1952 stelt hij zich kandidaat voor een zetel in het parlement maar het democratische proces wordt gefrustreerd door een staatsgreep van de door de VS gesteunde Fulgencio Batista.

Die generaal domineert al sinds de jaren dertig de Cubaanse politiek. Op 26 juli 1953 – tegenwoordig de Dag van de Revolutie in Cuba – valt Castro met medestrijders de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba aan in de hoop een volksopstand uit te lokken. De actie mislukt.

Castro wordt berecht. Hij is zijn eigen advocaat en houdt een bevlogen betoog over de plicht tot verzet tegen tirannie. Het is de eerste van de vele lange toespraken die zijn handelsmerk zouden worden.

„Ik vraag geen vrijspraak”, zegt hij. „Stuur me naar de gevangenis zodat ik het lot kan delen van mijn gevangen kameraden. Het is begrijpelijk dat eerlijke mensen moeten sterven of gevangen worden gezet in een republiek waarvan de president een crimineel en een dief is”, aldus Castro. Hij eindigt met de beroemde woorden. „Veroordeel mij. Het kan me niet schelen. De geschiedenis zal me vrijspreken.”

Na een eis van 26 jaar cel wordt hij tot vijftien jaar veroordeeld. Na een kleine twee jaar gevangenschap krijgt hij amnestie. Hij beraamt vrijwel meteen nieuwe plannen om zijn land te ‘bevrijden’ van vreemde, Amerikaanse overheersing.

In 1956 valt hij vanuit Mexico met 81 man zijn land aan. Slechts twaalf strijders overleven de landing. Onder hen de Argentijnse revolutionaire arts Ernesto ‘Che’ Guevara en Fidels jongere broer Raúl. Ze verschuilen zich als guerrillero’s in de bergen van de Sierra Maestra. In 1959, als Batista is gevlucht, trekken ze als bevrijders hoofdstad Havana binnen.

Waar Havana in rouwsfeer verkeert, viert Miami uitbundig feest: Zo viert Miami feest na de dood van Castro

Strenge heerser

De in februari 1959 tot premier benoemde Castro ontwikkelt zich al snel tot een meedogenloos strenge heerser. Privé eigendommen en buitenlandse bedrijven worden onteigend of genationaliseerd, niet loyale medewerkers worden berecht of gedood, er komt censuur op de media.

Aanvankelijk lijkt er toch nog iets moois te ontstaan tussen Cuba en de VS. Castro bezoekt in het voorjaar van 1959 Washington en New York, maar tot echt vriendschappelijke betrekkingen komt het niet.

In april 1961 proberen zo’n 1.300 Cubaanse ballingen gesteund door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA met een invasie in de Varkensbaai het bewind van Castro te verdrijven. De actie mislukt. De aanval drijft de jonge Cubaanse regering nog nadrukkelijker in de armen van die andere grootmacht in het tijdperk van de Koude Oorlog: de Sovjet-Unie.

De Russen stationeren in 1962 kernraketten op Cuba die – op slechts negentig mijl afstand – Amerikaans grondgebied bedreigen. Na zware Amerikaanse druk worden de projectielen uiteindelijk weer verwijderd. De nucleaire Derde Wereldoorlog is op het nippertje afgewend.

De verhouding tussen Castro en de VS, zo blijkt later, was in 1963 mogelijk nog goed gekomen door toenadering die de Amerikaanse president John F. Kennedy zoekt. Maar op 22 november 1963 wordt de Amerikaanse bewindsman in Dallas vermoord.

Castro geldt vanaf die tijd als staatsvijand nummer 1 van de Amerikanen. De Amerikanen verwijten hem vooral fundamentele democratische rechten niet te respecteren. Cuba is een dictatuur.

Maar Castro ziet dat anders. Zijn Cuba is juist de kampioen mensenrechten. Onder hem is het land erin geslaagd te zorgen dat kinderen niet langer hoeven te bedelen voor voedsel. Vijftig jaar geleden was een op de vier Cubanen analfabeet en nu geldt dat nog slechts voor een verwaarloosbaar percentage van de bevolking. Onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis. Drugsverslaving bestaat vrijwel niet. Geen geringe prestatie in een ontwikkelingsland dat al sinds 1962 wordt gestraft door een economische blokkade van de Verenigde Staten.

Bovendien werken er tienduizenden Cubaanse artsen in verschillende landen van de wereld – het overgrote deel in Venezuela – om medische hulp aan arme mensen te geven. Het past binnen de internationale ambities van Fidel Castro. Als guerrillero was hij een lichtend voorbeeld voor verzetsbewegingen in Latijns-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en Azië.

Alle revolutionaire zegeningen hebben evenwel niet kunnen verhinderen dat honderdduizenden Cubanen het eigen mensenrechtenparadijs niet langer konden verdragen. Veel van hen waren bereid hun leven te riskeren om met gammele vaartuigjes de oversteek te wagen naar het vervloekte kapitalistische Amerika.

Vooral in de jaren negentig stijgt het aantal Cubaanse vluchtelingen gestaag. Het land is dan eenzamer en armer dan ooit door het verdwijnen van de socialistische bondgenoten in het oosten van Europa. Het dwingt Cuba tot economische hervormingen. Er komen kleine particuliere restaurants en er mag geboerd worden voor eigen gebruik.

Cuba als familiebedrijf

Dankzij steun van zijn inmiddels overleden socialistische vriend president Hugo Chávez van Venezuela en door de inkomsten van de zich snel ontwikkelende toerisme industrie gaat het Cuba sinds de eeuwwisseling iets beter. Maar het klimmen der jaren heeft van Castro geen milde man gemaakt. De laatste jaren van zijn bewind trok Fidel Castro het communistische korset zelfs strakker aan. Particuliere handel was weer goeddeels verboden.

In 2006 kwam na 47 jaar een einde aan het politieke leiderschap van Fidel. Darmbloedingen maakten doorwerken onmogelijk. Met de aanwijzing van zijn broer Raúl tot opvolger ontwikkelde de eilandstaat zich definitief tot familiebedrijf.

Fidel Castro is in twee huwelijken vader geworden van zes kinderen. Verder zijn er door hem een onduidelijk aantal buitenechtelijke kinderen verwekt. De meest bekende is de vrucht van een zomerliefde met kameraad Natalia Revuelta: dochter Alina Fernández Revuelta (1956). Ze vluchtte in 1993 naar Spanje en schreef een kritisch boek over haar vader. Ze herinnert zich nog het eerste cadeautje dat ze van papa kreeg: een babypop in een groen militair uniform, met een pet en laarzen en met rode sterren en een baard.

Dergelijke privé-informatie over Fidel Castro is schaars. Net zoals tot op het laatst nog geheimzinnig werd gedaan over zijn gezondheidssituatie. Castro, die naar eigen zeggen vele honderden aanslagen en moordplannen, wist te overleven, was totaal paranoïde. Overal loerde het gevaar. Er kon een bom op zijn huis vallen en zijn sigaren – het roken gaf hij op latere leeftijd op – konden ontploffen.

De laatste jaren van zijn leven toonde grote revolutionair zich zelden in het openbaar. Castro bleef wel columns publiceren – met steeds grotere tussenpozen. Ruim een maand na de aankondiging van de toenadering tussen de VS en Cuba gaf Castro via zo’n epistel schoorvoetend steun aan de onderhandelingen. „Ik vertrouw het beleid van de Verenigde Staten niet en ik heb geen woord met ze gewisseld, maar dat betekent niet dat ik een vreedzame oplossing van de conflicten afwijs”, schreef hij. Het daadwerkelijke wegvallen van het Amerikaanse embargo, en de ongetwijfeld grote gevolgen voor zijn land, heeft de leider van de Cubaanse revolutie niet meer mogen meemaken.