Wilders is zijn eigen maatstaf, redeloos en respectloos

Heeft het nog zin om aanstoot te nemen aan de manier waarop Wilders met de magistratuur omgaat? Deze week sloot de rechtbank het proces-Wilders II af met een uitgebreid ‘laatste woord’ voor de PVV-leider. Onweersproken beschuldigde Wilders daarop het Openbaar Ministerie van politieke motieven voor zijn vervolging. De strafeis, een boete, was ‘waanzinnig’; zijn vervolging zou op aanwijzing van het kabinet, de premier dan wel de minister van Justitie zijn ingezet. De rechtbank is nep, het OM ‘handlangers van terroristen’, de rechters (‘D66’) niet te vertrouwen. Voor dit alles bood Wilders geen enkele feitelijke onderbouwing. Wel putte hij zich uit in suggesties over ‘officieren in zwarte toga’, die naar Turks voorbeeld politiek onderhorig zouden zijn.

Iedere parlementariër behoort zorgvuldig om te gaan met de trias politica, die hij mede vorm geeft. Wilders doet het omgekeerde. Door zo te keer te gaan hoeft ook de burger geen enkel respect meer op te brengen voor rechters of officieren in andere zaken. Er geldt straks nog maar één mening. Het is opvallend dat niemand weerwoord bood. Geen ‘super’ procureur-generaal, geen president van de Hoge Raad, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, deken van de advocatenorde of voorzitter van de Vereniging voor Rechtspraak. Bijvoorbeeld door de integriteit van de rechterlijke macht te verdedigen of kalmpjes uit te leggen hoe de rechtsstaat werkt. Op één advocatenkantoor na, dat een gloeiend protest annex blijk van solidariteit met het OM publiceerde.

Dat Wilders zijn strafzaak in een politiek frame plaatste is op zichzelf niet onbegrijpelijk noch onjuist. Hij deed zijn uiting immers in verkiezingstijd, tijdens een politieke bijeenkomst en over een hoofdpunt van zijn programma. Het vonnis heeft straks behalve juridische misschien wel vooral politieke betekenis. Maar een proces met een politieke inhoud is daarmee nog geen politiek proces.

Zijn beschuldiging dat de vervolging zelf politiek is gemotiveerd, het OM politiek is beïnvloed en het vonnis blijk zal geven van de politieke voorkeur van de rechters, is volledig uit de lucht gegrepen. Daarvoor is letterlijk geen enkele feitelijke aanwijzing.

Op de Rule of Law Index staat Nederland na vier Scandinavische landen op een keurige vijfde plaats. Gemeten naar de mate waarin rechtspraak vrij is van discriminatie, corruptie en politieke invloed staat Nederland zelfs nummer 1 in de wereld. Om dan van neprechtspraak te spreken, toont hoezeer Wilders zijn eigen maatstaf is geworden – hij is niet meer voor rede vatbaar.

Natuurlijk kan de vervolging van Wilders onjuist worden gevonden, gebaseerd op een onjuiste of achterhaalde wet of interpretatie daarvan. Of niet opportuun gezien het politieke karakter van zijn uitspraken, het tijdstip en de afzender. Maar de tirade die Wilders voor de rechtbank hield ging deze perken ver te buiten - hij viel de rechtsstaat zelf aan. De politiek zweeg deze week vooral, vanuit de staatsrechtelijk correcte gedachte dat de zaak nu onder de rechter is. En het dus de politiek niet past om het inhoudelijke debat over de omvang van de uitingsvrijheid daar dwars doorheen te gaan voeren.

Toch moet dat straks dringend gebeuren. De samenleving wil nu ook wel eens van andere partijen weten of er inderdaad grenzen moeten zijn aan de uitingsvrijheid, zoals het OM die nu, conform de wet handhaaft. Of dat die eventueel verruimd moeten worden. En hoe we aankijken tegen politici die discriminerende uitspraken doen. Het vonnis zal daarvoor straks een startpunt zijn.