Vaccineren redt elk jaar het leven van 36 kinderen

Ieder jaar opnieuw hebben 36 kinderen in Nederland hun leven te danken aan de vaccins die ze vanaf hun babytijd geprikt kregen. Het is uitgerekend door RIVM-epidemiologen Maarten van Wijhe en Jacco Wallinga na een vraag van NRC.

Vorige week kwamen vaccincritici in het nieuws nadat bekend werd dat het RIVM twee miljoen euro wil uittrekken om vaccinerende artsen te trainen voor gesprekken met vaccinweigerende ouders.

Van Wijhe en Wallinga berekenden eerder dat van de kinderen die tussen 1952 en 1992 geboren werden er 9.000 hun leven te danken hebben aan vaccinaties. Vanaf 1953 zijn geleidelijk de vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, mazelen, rodehond en de bof ingevoerd.

Hun onderzoek was opgezet om een belangrijk bezwaar van vaccincritici te weerleggen. Die beweren dat de ziektes waartegen vaccins kwamen al op punt van verdwijnen stonden toen de vaccins kwamen.

Inderdaad was er een enorme afname in infectieziektesterfte gaande. Maar de vaccinziekten waren nog niet weg. In 1903 verloor een pasgeboren baby gemiddeld 120 levensdagen door die vaccinziekten. In 1952, vlak voordat de vaccins werden ingevoerd, was dat 3,5 dag. Dat daalde daarna snel naar ongeveer één uur levensverwachtingsverlies.

Minister Schippers (Zorg, VVD) wil dat ouders kunnen opzoeken hoeveel kinderen op de crèche of school van hun kind zijn ingeënt.

Redders van levens pag. W4-5