Column

Twitterende en transparante rechters

haraldmerkelbach0

Transparantie geldt als verheven deugd. Ook bij rechters. Daarom zijn er twitterende magistraten en persrechters. Nu kun je op twee manieren transparant zijn. Je kunt anderen bijpraten over je beslissing. Of je kunt anderen laten zien hoe die beslissing wordt genomen. Transparante rechters doen uitsluitend het eerste. Ik heb over dat type transparantie mijn twijfels. Mensen, ook experts, neigen ertoe om op te schuiven in de richting van hun gesprekspartner. Wie straks in debat gaat met een publiek dat zich ergert aan milde straffen, zal alvast een uitgangspositie kiezen waarbij een aangenaam gesprek mogelijk blijft. Dat heet attitude alignment. Om burenruzies te voorkomen, is zo’n verbroedering handig. Bij juridische kwesties is het ongewenst. Want leken reageren op zulke kwesties met onredelijke intuïties.

Neem John. Zijn verhaal kent twee varianten. In beide varianten rijdt John in een auto en nadert hij een kruising. Daar staat weliswaar een stopbord, maar er hangt een tak over heen. John rijdt door en raakt een andere auto. Zie daar: ernstig ongeval. In de ene variant heeft John wat cocaïne op de achterbank liggen en in de andere variant een bos bloemen voor zijn oude moedertje. Juridische leken geven John vaker de schuld in de cocaïnevariant dan in de bloemenvariant. Zo’n ongeval is een nare gebeurtenis en we verwachten dat daar een cocaïnehandelaar en niet een modelzoon voor verantwoordelijk is. De toegenegen zoon had trouwens het stopbord niet eens kunnen zien, zeggen mensen die de bloemenvariant lezen. De opgefokte cocaïnehandelaar had trouwens beter op de weg moeten letten; dan had hij dat bord heus wel gezien, zeggen mensen die de cocaïnevariant lezen.

Het voorbeeld illustreert dat wij, leken, instantaan oordelen over schuldvragen. Pas in tweede instantie gaan we zo’n oordeel opsmukken met gelegenheidsargumenten. Vergelijk het met een persvoorlichter die een verhaal uit de duim zuigt om een besluit te rechtvaardigen dat de bazen lang geleden en om duistere redenen hebben genomen. Dus ja, John met de cocaïne moet achter slot en grendel, want hij reed roekeloos. Transparante rechters zullen ons uitleggen dat ze deze John in beperkte mate schuldig achten. Daarover zullen wij dan weer zeer verontwaardigd zijn. Dit nakaarten kan er voor zorgen dat rechters gaandeweg onze morele intuïties adopteren. Dat is attitude alignment. Deze transparante rechter zal een volgende John afstraffen. Een betere verklaring voor de verharding van het strafklimaat heb ik niet.

Eerst de intuïtie, dan de argumenten. Dat is hoe wij zelf morele oordelen vellen. Maar als John familie van ons is, willen we liever niet dat een rechter zo te werk gaat. De rechter, vinden we dan, moet alle bewijzen zorgvuldig wikken en wegen en pas daarna een besluit nemen.

Eerst de argumenten en dan de intuïtie. Ook rechters zullen om het hardst roepen dat het er in de raadkamer zó aan toe moet gaan. Dáár komen de beslissingen tot stand. Maar lukt het rechters inderdaad om in de raadkamer dat te doen wat gewone stervelingen verduiveld lastig vinden, namelijk hun morele intuïtie zo lang mogelijk opschorten? Rechters zelf hebben het te druk om zich over deze vraag te buigen. En al zou die ruimte er wel zijn, rechters mogen niets over hun beraadslagingen zeggen. Dat is bij wet verboden (het Geheim van de Raadkamer). En al zouden rechters bereid zijn om voor wetenschappers een uitzondering te maken, er is voor zo’n soort onderzoek geen financier te vinden. Grote subsidieverstrekkers als NWO zien juridisch onderzoek toch vooral als een hobbymatige activiteit die geen geld hoeft te kosten. De allerlaatste keer dat wetenschappers de gelegenheid hadden om raadkamerende rechters te observeren, was midden jaren 80. De onderzoekers vonden toen dat nogal wat rechters zochten naar „hun standpunt bevestigende informatie”. Eerst intuïtie en dan argumenten dus. Of het er sindsdien beter op geworden is? Niemand kan het zeggen. We weten meer over Antarctica dan over de raadkamer. Wat nou transparantie.