Column

Trump wil dat de media doen wat híj zegt

Mr Trump goes to Washington Guus Valk belicht in deze rubriek de voorbereidingen van Donald Trump op zijn inauguratie als president van de VS op 20 januari.

foto Hiroko Masuike / AP

Iedere Amerikaanse president probeert de pers te manipuleren en te beperken. Het begon al met Teddy Roosevelt, president tussen 1901 en 1909, die kranten verbood hem te citeren zonder toestemming. Zelfs Barack Obama beperkte de bewegingsvrijheid van journalisten en fotografen in het Witte Huis, en communiceert liever zonder pers, via Instagram en YouTube.

Maar met president Donald Trump lijkt dat kinderspel. De president-elect is zijn campagne tegen de media nu al begonnen, in de tweede week van zijn transitie naar het Witte Huis. Trump speelt, zo bleek deze week, een ‘good cop, bad cop’-spel. Hij vleit bij de een, dreigt bij de ander. Maar altijd is zijn boodschap: pas je aan.

Deze week liet Trump de topjournalisten van de grootste tv-stations bij hem langskomen in de Trump Tower. Dit gesprek leek volgens een aanwezige nog het meest op „een vuurpeloton”. Trump beklaagde zich over de manier waarop over hem bericht wordt. Met name over een foto die de zender NBC van hem gebruikt, is hij ontstemd. Op de foto heeft hij een dubbele kin. „Waarom gebruiken jullie geen mooiere foto’s?”

Volgens meerdere aanwezigen – anoniem, want het gesprek was off the record – beklaagde Trump zich twintig minuten lang over de „oneerlijke pers”. Toen hem werd gevraagd wat hij vond van de verspreiding van nepnieuws op internet, zei hij dat de tv-zenders daar zelf verantwoordelijk voor waren. Met name CNN kreeg het zwaar te verduren. „Hij begrijpt de vrijheid van meningsuiting echt niet”, zei een aanwezige tegen The New Yorker. „Hij denkt dat we moeten zeggen wat hij zegt, en verder niks.”

Dinsdag ging Trump op bezoek bij de redactie van The New York Times, of, zoals hij noemt: ‘the failing New York Times’. Dit gesprek was wel openbaar. Dinsdagochtend had Trump nog in een twitterstorm zijn afspraak afgezegd, omdat volgens hem de voorwaarden voor de ontmoeting veranderd waren („not nice”). Later op de dag ging hij toch. Hij werd in de hal opgewacht door honderden journalisten, hun smartphones in de lucht voor een goede foto.

Trump en de machtigste krant van Amerika hielden het vriendelijk. Hij noemde The NYT „een geweldig Amerikaans juweel, een wereldjuweel”. Hij maakte meteen duidelijk dat hij op een verzoeningsmissie was. „Ik hoop echt dat we het met elkaar kunnen vinden.” De krant was „misschien wel het hardst geweest” tegen hem tijdens de campagne. „Dat wil ik veranderen.” Het zou mooi zijn, zei hij, als hij over een jaar eens terugkwam, en dat de krant dan zou zeggen: je hebt het goed gedaan!

Lees ook de vorige aflevering van deze rubriek: Ivanka schittert in het imperium van Trump

Opmerkelijk was dat de milde toon van Trump alle aandacht trok. De krant zelf schreef in een verslag dat Trump „sommige van zijn meest extreme standpunten gematigd heeft”. Zo wil hij Hillary Clinton niet langer vervolgen, en is hij niet langer voor martelen, omdat een generaal had gezegd dat dat weinig oplevert. Columnist Thomas Friedman schreef in dezelfde krant: „Misschien, misschien, is Trump wel te overtuigen op belangrijke onderwerpen.”

Maar het werkelijk onthullende zat hem niet in die vermeende matiging. Dat hij zich na één anekdote door een generaal laat overtuigen van exact de tegenovergestelde mening die hij altijd verkondigd heeft, en dat hij denkt dat niet de FBI of Justitie, maar de president over vervolging van politieke tegenstanders gaat – dát is het nieuws. Bovendien: waarom leek bijna niemand op de redactie het erg te vinden dat Trump om positieve berichtgeving kwam vragen?

Columnist Charles Blow was niet bij het gesprek aanwezig. Hij is daar trots op, schreef hij deze week. „De slijmfactor was overweldigend. Het idee aan een tafel te zitten met een demagoog die geprofiteerd heeft van raciale, etnische en religieuze vijandigheden, en hem met alle égards behandelen, doet me walgen. Laat ik u zeggen wat ik vind van uw ‘laten we elkaar aardig vinden’-betoog: dat gaat nooit gebeuren.”