Opinie

Stuur asielzoekers vanaf dag één naar Nederlandse les

De regering gaat ervan uit dat Syriërs hier niet lang blijven. Er wordt daarom nauwelijks geïnvesteerd in integratie. Die fout is eerder gemaakt, aldus en .

Tienduizenden asielzoekers kwamen het afgelopen jaar naar Nederland. Gevlucht voor het blinde geweld van Assad tegen zijn eigen bevolking in Syrië, de gruwelijkheden van IS of keiharde repressie in Eritrea. Het gehele asielsysteem liep vast. Mensen zaten maandenlang in noodopvanglocaties voordat hun asielverzoek überhaupt in behandeling werd genomen.

Het debat wordt in Nederland gekaapt door partijen die roepen dat vluchtelingen zo snel mogelijk terug moeten. Natuurlijk, we gunnen het alle Syriërs dat Syrië binnen afzienbare tijd weer veilig is, of dat Eritrea binnenkort geen oppressie meer kent. Maar die kans is helaas klein. Het kabinet weigert tot de dag van vandaag die realiteit onder ogen te zien en dreigt hiermee voor de derde keer dezelfde fout te maken.

We zagen het in de jaren zestig met de gastarbeiders en in de jaren negentig met Joegoslavische vluchtelingen. De politiek ging er vol vanuit dat deze mensen weer zouden vertrekken en investeerde niet in inburgering en taal. Maar ze vertrokken niet en de gevolgen zijn bekend. Het kabinet gaat zich een derde keer aan dezelfde steen stoten.

Wat ons betreft ontwijken we die steen wel. Mensen die na hun vlucht voor oorlog en ellende in Nederland aankomen, lijden vaak aan trauma’s en missen een sociaal netwerk. Het resultaat? Velen weten niet wat van hen verwacht wordt en lopen vast in een bureaucratische jungle. Dat is geen onwil. Onderzoek van het tv-programma EenVandaag toonde dat asielzoekers dolgraag vanaf dag één taalles willen en het liefst zoveel mogelijk. Maar de enige Nederlandse taalles die een van ons, Rodaan al-Galidi, als asielzoeker ooit kreeg, duurde een maand. De docent was een tienjarig meisje in Assen, de dochter van een boer. Hij bood onderdak aan omdat er niet genoeg bedden waren in het opvangcentrum. De asielprocedure was frustrerend. Het langste wachten ooit. Maandenlang niks doen, maandenlang op je handen zitten.

Dat is ontstellend als je bedenkt dat de vraag wie wij als Nederlanders zijn en wat ons bindt, begint bij een gedeelde taal. Een gezamenlijk referentiekader. Nederland is altijd voorloper geweest als het gaat om keuzevrijheid voor en gelijkwaardigheid van ieder mens; van gelijke rechten en kansen voor man én vrouw, hetero én homo, gelovige én ongelovige.

Je kan asielzoekers die waarden proberen te leren met boekjes in een afgesloten omgeving stoppen. Maar Nederlanderschap leer je niet op een cursus. Die waarden gaan pas leven door mee te doen, door te studeren, door te werken. De taal leren is het startpunt. De rest is een logisch gevolg.

Een mens verandert niet zomaar. Je kan een kanarie niet in een nachtegaal veranderen, of in een sijs of een putter. Maar je kunt de kanarie, de sijs en de putter wel de mogelijkheden geven om te zingen.

Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat een migrant met een goede taalbeheersing twee tot drie keer zoveel kans maakt op een baan. Dat is in het belang van elke vluchteling, maar ook in het belang van alle Nederlanders. Voor een kansrijke toekomst heb je kansen nodig. De politiek kan daarvoor de juiste voorwaarden scheppen. Als er nu geïnvesteerd wordt in taallessen vanaf dag één voor asielzoekers, dan voorkom je een integratieramp.

Bijna een jaar geleden werd een D66-voorstel in de Tweede Kamer aangenomen om taalles vanaf de eerste dag te regelen, maar het kabinet weigerde al die tijd iets te doen. Nu komt het met een halfbakken compromis dat op z’n vroegst over een half jaar van kracht wordt. Dat is niet taal vanaf dag één, maar taalles na twee jaar! Hopelijk. Misschien.

Wij wachten maar en wachten maar en met ons wachten vele nieuwkomers. Dit niet direct goed regelen is onmenselijk. Taal is cruciaal. Taal verbindt. Kabinet, waarom asielzoekers wel eten, drinken en een dak geven, maar geen woorden?