Column

Slopen of verpauperen

christiaanweijts0

Vraagje voor rijbewijsbezitters: rijdt u beter of slechter dan de gemiddelde automobilist? Hou het antwoord vast, en loop eerst met me mee door Wielewaal, Rotterdam-Zuid. Een barakkendorpje van éénlaags baksteenbungalows, vlak na de oorlog. De voortuintjes zijn afwisselend verwilderd en juist kunstig volgestampt met tuinbeeldjes en bloembakken. Flink wat ramen zijn dichtgetimmerd met groene golfplaten.

„Dit wordt een spookstadje”, zegt een vrouw die een piepklein hondje uitlaat. „Vroeger was het één groot vakantiedorp.” Dus stemt ze woensdag ‘nee’ bij het woonreferendum: tegen de sloop. Officieel stemt de Rotterdamse bevolking over de gemeentelijke Woonvisie 2030: 75 pagina’s wijkverbeterplannen, onder meer het slopen of renoveren van verouderde huizen zoals deze, die vervangen worden door gevarieerde nieuwbouw, ook om midden- en hogere inkomens te trekken. Maar zoals dat gaat met referenda, belandt het twistpunt in nogal afgeslankte vorm in de breinen der stemgerechtigden.

„Bouwen, niet slopen!” is de postertekst die overal opduikt tijdens mijn wandeling door Wielewaal, Feijenoord, Bloemhof en Afrikaanderwijk. Op een gevel van een mistroostig woonblok lees ik een gemeentebord: „Wij groeten elkaar. Wij maken de straat fleurig en onderhouden dit ook.”

Prettiger voelt het aan de noordkant van de rivier, waar juist veel ja-stemmers huizen. „Stop de verpaupering! Stem vóór!”, roept Leefbaar Rotterdam in een animatiefilmpje dat toont hoe de „ooit zo gezellige wijken” veranderden in achterstandswijken. „Achtergebleven Rotterdammers voelen zich steeds onveiliger.” Bij dit laatste woord doemt een joekel van een koepelmoskee op.

Allebei versimpelen ze een complexe langetermijnvisie tot platte strijdkreet

De gepolariseerde wereld in miniatuur, aan weerszijden van de Nieuwe Maas. Allebei versimpelen ze een complexe langetermijnvisie tot platte strijdkreet. De werkelijke plannen zijn een delicaat mengsel van die twee extreme interpretaties: bouwen én slopen. Domme Rotterdammers, denkt u misschien, maar dan komt mijn beginvraag. Dikke kans dat u daar ‘beter’ op antwoordde, zoals 90 procent doet. Terwijl het extreem ingewikkeld is om valide informatie te vergaren over die ‘gemiddelde automobilist’. Wat u deed, volgens psycholoog Daniel Kahneman – in Thinking, fast and slow (2011), waar dit voorbeeld uit komt – is een slinks olifantenpaadje nemen naar een simpelere vraag ter vervanging: ‘Vind ik dat ik goed rijd?’ Kahneman ontmaskert zulke denkfouten van ons snelle, intuïtieve systeem dat irrationele beslissingen neemt en vatbaar is voor manipulatie.

Een nuttig boek bij al die oprukkende referenda. Wat denkt u: bent u meer of minder bekwaam in het beoordelen van ruimtelijkeordeningskwesties dan de gemiddelde expert of democratisch verkozen volksvertegenwoordiger?

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column, op andere dagen doen Tom-Jan Meeus en Jutta Chorus dit.