Column

Slaak je rot

De grijze muis zat op de grijze bank, en daarom zag ik hem niet meteen. Hij had, met peuterlogica, zijn kopje in de kussens verstopt, alsof hij dan onzichtbaar was. Als je een muis ziet, denk je eerst: hee, dat lijkt wel een muis. Om pas daarna te denken: maar dat ís een muis!

En dan gaan er allerlei dingen gebeuren waar je zelf niets over te zeggen hebt en ook niet achter staat. Ik slaakte een kreetje en ging meteen op een stoel staan. Dat van die stoel was niet echt noodzakelijk, maar gebeurde toch, vanuit een automatische behoefte het cliché helemaal af te maken.

Toen de muis, verstijfd van angst, was afgevoerd naar een plantsoen (niet door mij), kon ik weer van de stoel af en nadenken over het gebeurde. En vooral over dat geslaakte kreetje.

Slaken is een werkwoord dat maar heel nauw inzetbaar is. Alleen een gil en een kreet kunnen geslaakt worden. En een zucht van verlichting. Waarom zou dat zijn? Misschien omdat aan ‘slaken’ iets klagerigs hangt, iets aanstellerigs. Iets wat je doet terwijl je eigenlijk een trap onder je hol zou moeten krijgen.

Oorspronkelijk betekende slaken ‘losmaken’. Je kon de teugels van je paard slaken. Als je een kreet slaakte, dan werd er dus eigenlijk een uitroep losgemaakt uit je keel.

Ik vind slaken best een prettig klinkend woord, en wat mij betreft zou het breder gebruikt mogen worden. En de slaakmogelijkheden zijn er. „Jan slaakte een uitleg, waardoor we weer wisten waar we aan toe waren.” Zo trek je dat hele woord ook een beetje uit de klaagsfeer. „Marie slaakte een scheetje in de bank, maar ze gaf Thea de schuld.”

Mensen uiten zich de hele dag, en van al die uitingen zouden er veel meer geslaakt kunnen worden. „Hans slaakte nog een laatste tweet en ging slapen.” „Erna slaakte een berisping en ging over tot de orde van de dag.”

Het klinkt nu nog een beetje vreemd, maar het went waarschijnlijk zo. Er moet veel meer afgeslaakt worden in het leven.

is cabaretier en schrijver.