Column

Radicaal nieuw economisch beleid

We staan nog wel even op de drempel voordat dat pakhuis echt opengaat. Het kan al snel een decennium duren. Maar opengaan zal het, schrijft

Je kan dit een zware tijd voor economen noemen, maar ook een fascinerende. Net als na de uitzonderlijk grote financiële crisis van 1929 staat de economische wetenschap op de drempel van een Dagobert Duck-pakhuis aan nieuwe inzichten. Het is als dat moment in je hoofd vlak voordat je je de naam herinnert waar je niet op kon komen. Je kan de naam bijna pakken, ook al is alles in je geheugen blanco.

Er zijn allerlei nieuwe ontwikkelingen die economen nog niet helemaal kunnen verklaren. Waarom stijgt de productiviteit van werknemers in het Westen niet? Waarom groeit de wereldhandel veel minder hard? Waarom duurde het zo ontzettend lang voor de economische groei echt terugkwam? Waarom verzwakt de positie van westerse werknemers? Economen bedenken allerlei verklaringen voor al deze fenomenen, soms elkaar aanvullende, soms tegenstrijdige. Ze zijn er nog niet uit.

Tegelijkertijd is dit de tijd van de economische experimenten. Niets levert zoveel inzicht op als radicaal nieuw beleid, zeker als dat in het ene land wel doorgevoerd wordt en in het andere niet. Neem de Brexit: we kunnen de komende jaren zien of het breken met de Europese Unie schadelijk is voor de Britse economie. We moeten nog even wachten, want zover is het nog niet: de Brexit is nog louter aangekondigd.

Neem het uitzonderlijke monetaire beleid van centrale banken: voordat we de evaluatie binnen hebben zijn we zo decennia verder, maar het kan niet anders dan dat er grote lessen worden geleerd.

Een van die experimenten is het verhogen van het minimumloon. In Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten gebeurde het de afgelopen jaren. In de VS alleen in steden en staten, niet landelijk, want dat lukte president Obama niet. Maar burgerbewegingen dwongen op diverse plekken lokaal een verhoging af, zoals in Seattle. En op 8 november, de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, stemden vier staten voor een verhoging.

De minimumloonverhogingen in de VS zijn een potentiële goudmijn aan kennis voor economen, want nu kunnen steden in hetzelfde land worden vergeleken en is de kans op foute verbanden minder groot.

Lang was de theorie over het minimumloon even simpel als helder: als je het minimumloon verhoogt, zullen de minst productieve werknemers uit de markt geprijsd worden en geen baan meer vinden (degenen die minder productief zijn dan het minimumloon). Maar in 1992 verhoogde New Jersey het minimumloon van 4,25 dollar per uur naar 5,05 dollar. Economen onderzochten het effect en dat was verrassend positief. Sindsdien stelde een deel van de economen zijn inzichten bij.

Juist in die sectoren waar arbeid onvervangbaar is, heeft een hoger minimumloon geen gevolgen voor de werkgelegenheid, is een gedachte. Bijvoorbeeld in de horeca. Die banen kun je moeilijker automatiseren en al helemaal niet naar India verplaatsen.

Grote vraag is nu hoeveel het minimumloon omhoog kan zonder de hoeveelheid werk te raken. En: zorgt een hoger minimum voor hogere lonen voor iedereen? Want het liefst zien politici alle lonen stijgen (behalve de allerhoogste). De loongroei is veel te lang veel te mager geweest. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, ook al zijn de eerste uitkomsten in alle drie de landen positief. Maar dat bewijst nog weinig. We staan nog wel even op de drempel voordat dat pakhuis echt opengaat. Het kan al snel een decennium duren. Maar opengaan zal het.