Onzekerheid voor zzp’ers blijft bestaan

Zzp-wet

Na veel kritiek is de wet die schijnzelfstandigheid moet tegengaan uitgesteld tot 2018. Kunnen zzp’ers nu weer gewoon aan de slag?

Zzp'ers aan het werk in een verzamelgebouw. Foto Lex van Lieshout / ANP

Zo’n dertig mensen, met name op de afdelingen IT en projectmanagement, kregen de afgelopen maanden te horen dat hun opdracht bij PGGM niet zou worden verlengd. Uiteindelijk hoefde zo’n 10 procent van de 300 zelfstandigen die de pensioenuitvoerder tot dan toe tot haar ‘flexibele schil’ rekende, niet terug te komen.

Het aantal zzp’ers was bij PGGM vergeleken met andere bedrijven in de sector al aan de hoge kant, zegt financieel directeur Dirk Jan Sloots. „Een aandeel van 15 tot 20 procent op het hele werknemersbestand is gemiddeld, wij zaten daar fors boven. In 2014 zijn we daarom al begonnen het aantal zelfstandigen weer naar een normaal niveau terug te brengen.”

Sinds de invoering van de wet DBA, een half jaar geleden, werd het binnenhalen van zelfstandigen complexer, legt Sloots uit. „Er moet veel meer administratie gedaan worden.” PGGM is door de nieuwe wet daarom vooral kritischer geworden bij het inhuren van nieuwe zelfstandigen. En ook bij het verlengen van opdrachten is nu steeds de vraag: kunnen we dit ook intern oplossen?

Onrust bij zzp’ers en bedrijven

Vorige week bleek ineens dat PGGM hier helemaal niet zo veel haast mee had hoeven maken. Een half jaar na de invoering van de wet DBA besloot staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) de handhaving ervan uit te stellen tot op zijn vroegst 2018.

De reden: onrust bij zzp’ers en bedrijven. De nieuwe wet zorgde bij beide partijen voor onduidelijkheid en onzekerheid. Net als PGGM stopten veel werkgevers met het inhuren van zelfstandigen, deels uit organisatorische overwegingen, deels uit angst voor naheffingen of boetes van de Belastingdienst.

Volgens de staatssecretaris moeten alleen ‘kwaadwillenden die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan’ vanaf 1 mei 2017 nog vrezen voor boetes. Donderdag legde hij aan de Eerste Kamer uit dat het gaat om een zeer beperkte groep opdrachtgevers, niet meer dan tien gevallen. Het zou gaan om „bekenden van de Belastingdienst”, die al jaren oneerlijk concurreren.

Stichting ZZP Nederland, vertegenwoordiger van zo’n 40.000 zelfstandig ondernemers, noemt de beslissing van Wiebes uitstel van executie. „De verwarring over de handhaving blijft bestaan”, zegt voorzitter Maarten Post. „De staatssecretaris spreekt over kwaadwillende opdrachtgevers die met schijnconstructies werken, maar hoe wil hij dit controleren? Dat was altijd ons grootste bezwaar, en dat blijft zo.”

Handhaving

Wat er nu voor zelfstandigen verandert? Niet veel, aldus Post. „De handhaving vindt nog steeds plaats bij werkgevers.” ZZP Nederland maakt zich vooral zorgen dat nu handhaving van de wet is uitgesteld, er waarschijnlijk wéér minder opdrachten zullen worden verstrekt aan freelancers.

Bedrijven missen immers nog altijd houvast: wanneer spreek je van schijnzelfstandigheid? En wanneer pleeg je fraude? Uit voorzorg maar helemaal geen zelfstandigen meer inhuren, blijkt in de praktijk vaak het antwoord. Het enige alternatief: het invoeren van een payroll-constructie. Hierbij is de zelfstandige in dienst van een payroll-onderneming, die zaken als de salarisadministratie regelt.

Zorgelijk, vindt ZZP Nederland. De stichting is een petitie gestart waarin gepleit wordt voor vrijwaring van nu al goedgekeurde modelovereenkomsten voor ten minste de komende vijf jaar. Als het aan de belangenclub ligt, worden modelovereenkomsten straks overigens weer afgeschaft. Het is niet van deze tijd dat een zelfstandige moet aantonen dat hij geen werknemer is, schreven ZZP Nederland, Zelfstandigen Bouw en MKB Belangen maandag in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer.

De organisaties vinden bovendien dat zelfstandig ondernemers een eigen rechtspositie verdienen. In de wet moet volgens hen onderscheid worden gemaakt tussen twee soorten zelfstandigen: de groep die werkt in opdracht van bedrijven, vaak op basis van een uurtarief, en de groep die diensten verleent aan particulieren – van een schoorsteenveger en een boekhouder tot de eigenaar van een webwinkel.

Werkgeversorganisaties reageerden positiever op Wiebes’ besluit. Volgens VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer gaat dit „de rust brengen op de arbeidsmarkt die nodig is nu de economie weer aantrekt”.

Foto Mieke Meesen

Daniël Killestein (46) ‘Wij snappen het ook niet helemaal’. Foto Mieke Meesen

Daniël Killestein (46)

Daniël Killestein is servicemanager en projectbegeleider. Hij adviseert organisaties over hoe zij de informatievoorziening en ICT-dienstverlening intern goed kunnen organiseren. Als gevolg van de wet DBA heeft hij negen maanden thuis gezeten.

„Begin dit jaar had ik zicht op twee mooie nieuwe projecten binnen de ICT. Ik werk vaak op projectbasis. Het aantal uren dat ik wekelijks werk varieert, maar in de regel duren mijn opdrachten 6 tot 12 maanden, totdat het project stopt. Ineens kreeg ik van een van de nieuwe opdrachtgevers te horen: ‘Er komt dit voorjaar een nieuwe wet aan, dus we moeten even goed kijken of je hier nog wel aan de slag kunt komende periode.’ Ook bij de andere opdrachtgever merkte ik plots schuchterheid.

„Ik had het idee dat ik helemaal niet in de gevarenzone zat. Ik werkte immers op projectbasis: er is altijd een vast begin- en eindpunt geweest. ‘Wij snappen het ook nog niet helemaal’, werd me verteld. ‘Maar daarom houden we liever even de boot af, tot we het goed uitgezocht hebben.’

„Negen maanden zat ik uiteindelijk zonder werk. Inmiddels heb ik een nieuwe opdracht via een intermediair, zodat ik uit de rode cijfers kom. Maar ik merk nog steeds dat mijn opdrachtgevers het lastig vinden gedwongen te worden na te denken over een taakomschrijving. Je kunt niet alle werkzaamheden helder afbakenen, laat staan een precieze machtsverhouding beschrijven. Voorheen was het idee: ‘Kom hier maar zes maanden werken. En heb je het niet goed gedaan? Dan vragen we je niet meer terug.’ Nu moet er over veel meer nagedacht worden. Neem een laptop van de opdrachtgever. Soms móet ik die hebben om aansluiting te kunnen maken op het bedrijfsnetwerk. Maar maakt mij dat dan een schijnzelfstandige?

„Ook merk ik dat steeds meer opdrachtgevers neigen naar een payrollconstructie. Dat is onvoordelig voor mij: de kosten die ik nu maak om mijn werk te doen kan ik zakelijk declareren, bij een payrollconstructie zijn die kosten ineens privé. Ik krijg geen reiskostenvergoeding, en geen werknemersvoordelen zoals korting op ziektekostenverzekering of een dertiende maand. Terwijl ik wél een deel van mijn zelfstandigheid inlever. Ik snap dat er iets aan verkapte dienstverbanden gedaan moet worden, maar ik ben niet zielig. Ik ben bewust zzp’er geworden.”

Foto Mieke Meesen

Anje Bareman (59): ‘We zijn bang dat dit een verkapt dienstverband is’. Foto Mieke Meesen

Anje Bareman (59)

Anje Bareman is loopbaancoach en adviseur arbeidsverhoudingen. Ze geeft training, advies en is vertrouwenspersoon op het gebied van werk, gezondheid en relaties. Afgelopen week verloor ze een landelijke opdrachtgever, waarmee ze al vijftien jaar samenwerkte.

„Ook al werkte ik gemiddeld maar vijf uur per week op wisselende tijden voor deze opdrachtgever, toch bleek er ineens een probleem te zijn. ‘We werken zo structureel met jou, dat we sinds de wet DBA bang zijn geworden dat dit een verkapt dienstverband is’, kreeg ik te horen. Bedrijfsjuristen zouden ervoor gewaarschuwd hebben. Dat ik een groot aantal opdrachtgevers heb en altijd keurig mijn premies betaal, deed er kennelijk niet toe.

„Of ik dan maar in loondienst wilde komen, voor vier uur in de week, want kwijt wilden ze me ook niet. Onmogelijk natuurlijk, met een goed lopende praktijk als ondernemer. Bovendien ben ik niet voor niets zpp’er geworden, ik geniet van de vrijheid. Ik wilde graag mijn eigen baas zijn.

„Ik begrijp de angst van werkgevers tot op zekere hoogte, maar als er iemand voldoet aan de kenmerken van een zelfstandige, dan ben ik het wel. Ik heb minstens vijftien opdrachtgevers per jaar, bij deze opdrachtgever werkte ik slechts vijf uur in de week.

„Om mijn opdrachtgever tegemoet te komen heb ik daarom advies gevraagd bij de Belastingdienst. ‘Gebruik een van de beschikbare modelovereenkomsten op de site, dan is er niets aan de hand’, adviseerden ze me. Ik zocht daarom een van de overeenkomsten uit, die goed op mij van toepassing was. Maar mijn opdrachtgever vond zo’n overeenkomst toch te riskant. Doodzonde, daarmee stellen ze zichzelf én mij onnodig in een kwaad daglicht. Deze zomer maakten we nog een nieuw contract, afgelopen week kreeg ik toch een telefoontje: mijn opdrachtgever wilde de samenwerking beëindigen.

„We willen als maatschappij naar meer flexibilisering toe, maar mensen die vrijwillig kiezen voor zelfstandigheid worden nu tegengewerkt. Waren er gewoon een paar heldere regels geweest waar mijn opdrachtgever mij als zzp’er aan had kunnen toetsen, dan was er hoogstwaarschijnlijk niets aan de hand geweest. Pak schijnzelfstandigheid aan, maar blijf van mij en mijn ondernemende collega’s af.”

Vijf dogma’s van werkgevers over flexbanen langs de meetlat van het CPB gelegd: Is flexwerk nu wel of niet goed?