Cultuur

Interview

Interview

Foto ADRIAN DENNIS / AFP

Oliedieven, rebellen of toch Shell?

Olie

Het Ogale-volk in Nigeria zit met vervuild water en claimt schade bij Shell. Dat is andere gedupeerden eerder ook gelukt.

Koning Emere Godwin Bebe Okpabi reisde vijfduizend kilometer van de Nigerdelta in Nigeria naar het High Court in Londen om eindelijk gerechtigheid te krijgen. „Ik voel grote druk om met goed nieuws terug te keren”, zegt hij.

Okpabi klaagt, samen met 40.000 leden van het Ogale-volk, Shell aan. Het Brits-Nederlandse oliebedrijf moet in hun ogen de milieuschade in hun deel van de Nigerdelta opruimen en de bevolking compenseren.

Waar vorst Okpabi dezer dagen ook komt, hij neemt een flesje water uit zijn dorp mee. Het water is helder. Maar zodra Okpabi het plakband van de dop peutert, stijgt een walm op, alsof je met je neus boven een benzinepomp hangt. Okpabi: „Hier moeten mijn mensen zich mee wassen. Velen drinken het ook. Wij krijgen vreemde huidziekten en onvruchtbaarheid is een groot probleem”, zegt Okpabi op het kantoor van Leigh Day, zijn Londense advocaat.

Vier dagen achtereen zat Okpabi in de rechtszaal. De zaak krijgt veel aandacht in het VK want de gevolgen kunnen ingrijpend zijn voor hoe multinationals verantwoording moeten afleggen voor hun werkzaamheden in verre buitenlanden. Juist vanwege de mogelijk verstrekkende gevolgen riep vakblad The Lawyer de zaak uit tot een van de belangrijkste van 2016. De advocaten van Okpabi beargumenteren dat Shell in Londen en niet de dochtermaatschappij in Nigeria verantwoordelijk is voor de milieuschade.

Doorbraak voor activisten

Vorig jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat een groep Nigeriaanse boeren Shell in Nederland konden aanklagen voor het handelen van de dochtermaatschappij in Nigeria. Dat was een doorbraak voor activisten en advocaten. Zij zijn al decennia gefrustreerd dat multinationals zich, in hun ogen, verschuilen achter bewust complexe structuren met dochtermaatschappijen. Het doel is eventuele rechtszaken te laten plaatsvinden in landen met minder strenge wetgeving en een minder effectieve rechtsgang.

Als het Okpabi en zijn advocaten lukt Shell ook in Londen aan te klagen, zal het belang nog groter zijn, aangezien meer multinationals in de Britse hoofdstad zetelen dan in Den Haag.

Ook in rechtszaal 21 van het High Court bepleitten de advocaten van Shell dat de klacht van Okpabi niet in Londen thuishoort. „Dit is een uniek Nigeriaans probleem”, zei Queen’s Counsel Peter Goldsmith namens Shell. „Wij bagatelliseren de problemen niet die de lokale bevolking ondervindt door vervuiling. De oplossing ligt echter in Nigeria, niet in een Londense rechtszaal.” De advocaten van Shell betogen ook dat de zaak in Nigeria thuishoort omdat getuigen en bewijzen zich daar bevinden.

Okpabi lacht om de redenering. „Het Nigeriaanse rechtssysteem is te corrupt om een zaak te voeren.” Op de ranglijst van meest betrouwbare rechtssystemen, opgesteld door het Amerikaans World Justice Project, staat het VK op de tiende plek. Nigeria staat op plaats 96 van de 113 landen die zijn onderzocht.

Okpabi vouwt een kaart open van de regio Eleme. De ondergrond is donkergroen. Witte stippen zijn dorpen. Akpajo, Ogale. Rode rechte lijnen zijn de pijpleidingen die Shell beheert. EBUBDL001, EUMVTL004. Een groene lijn is een pijp van het Nigeriaanse staatsoliebedrijf. Okpabi kan niet zeggen dat iedere druppel olie die in de grond trekt, van Shell komt. „Maar dit gaat niet om een paar keer lekken. Shell boort al sinds de jaren vijftig naar olie. In 1993 zijn ze gestopt met boren. Maar nog altijd lopen de leidingen afkomstig van andere olievelden hier doorheen op weg naar de havens. Gezien de decennia dat Shell hier heeft gewerkt, en de miljarden die het bedrijf op onze grond heeft verdiend, is Shell verplicht deze ramp op te lossen.”

Oliewinning dwarsbomen

Heeft de Nigeriaanse overheid dan geen plicht? Zeker, erkent Okpabi, maar de vorige Nigeriaanse regeringen waren slecht, zegt hij. Technisch gezien heeft Okpabi als Elfde Vorst van Ogale een manier om de oliewinning te dwarsbomen. Hij bezit het land waar de pijpleidingen door lopen, zegt hij. „Om de paar jaar moet die lease verlengd worden. Ik kan nee zeggen, maar dan hinder ik een zeer belangrijke bron van inkomsten.” Okpabi draait er niet omheen wat voor consequenties hij denkt dat dat heeft. „Ze maken mij dood.”

De snelste manier voor Okpabi om miljoenen te krijgen voor zijn mensen, is de zaak schikken. Vorig jaar kocht Shell een rechtszaak in Londen af door voor 55 miljoen pond te schikken met de Bodo-gemeenschap. Ook de Bodo werden in Londen bijgestaan door advocatenkantoor Leigh Day.

Shell zegt in de meeste gevallen niet verantwoordelijk te zijn voor lekken. Het zijn oliedieven die illegaal de olie aftappen en rebellen die installaties saboteren die juist voor de grootste schade zorgen, meent Shell. Tot en met oktober dit jaar zijn er volgens Shell circa 47 lekken geweest. Slechts zeven keer vloeide olie uit de pijpleidingen door operationele fouten. Alle andere lekken waren het gevolg van sabotage en diefstal, aldus Shell. Uit een rapport van denktank Chatham House blijkt dat Nigeria jaarlijks 8 miljard dollar misloopt door oliediefstal. Okpabi weigert te geloven dat dieven op zo’n schaal werken: „Je kan niet zomaar olie stelen. Je moet precies weten welke dagdelen Shell de pompen aanzet, je moet weten waar je je ruwe olie verkoopt.”

Een ding weet Okpabi zeker: Shell is prima in staat zorgvuldig te werken. „Je moest eens weten hoe mooi en verzorgd de Shell-kantoren en woningen op hun compound achter die grote muur zijn. Ik weet zeker dat daar nooit een buis lekt.”

Voor Okpabi verder gaat – het is een lange dag geweest en morgen moet hij winkelen in Londen én de Daily Mail te woord staan – wil hij één ding kwijt. Een boodschap aan Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Of liever aan de aandeelhouders van Shell: „Jullie zijn de eigenaren van dit bedrijf. Jullie genieten van het dividend. Weet dat winsten van Shell niets meer zijn dan bloedgeld.”