Cultuur

Interview

Interview

‘Naar de buitenwereld loog ik dat het goed ging’

Terry en Sulome Anderson

Bijna zeven jaar werd hij gegijzeld in Libanon. Toen hij vrijkwam, 25 jaar geleden, ontdekten Terry Anderson en zijn dochter Sulome hoe groot hun emotionele schade was.

De dag dat Sulome Anderson haar vader voor het eerst zag, op 4 december 1991, was ze zes jaar oud. Ze lag te slapen op een bank in de Amerikaanse ambassade in Damascus, toen ze door een man gewekt werd. „Ik ben je vader”, zei de man. Sulome keek hem aan, maar herkende hem niet. Ze had zich hem heel anders voorgesteld. Hij was magerder dan ze dacht, bleek en breekbaar. „Kom”, zei hij. Ze liepen naar buiten, hand in hand.

Terry Anderson toonde een brede lach toen hij met zijn dochter de ambassade verliet. Ze werden opgewacht door honderden flitsende camera’s. Maar Sulome voelde hoe zijn hand trilde van angst.

Anderson was destijds correspondent voor Associated Press in Beiroet. Het is precies 25 jaar geleden dat hij vrijkwam. Hij was de laatste gijzelaar van een groep Amerikanen die in de jaren tachtig door shi’itische milities werd ontvoerd. In maart 1985 werd hij gegijzeld toen hij een potje tennis had gespeeld. Daarna werd hij op onbekende plekken vastgehouden.

Hij bracht de zeven jaar in gijzeling meestal geblinddoekt door. Hij werd regelmatig geslagen, en ook emotioneel gemarteld. Er werden pistolen op zijn hoofd gericht, of ze lieten hem luisteren naar de martelingen van andere gijzelaars.

Tekst gaat verder na de video:

Toen hij werd gekidnapt, was zijn Libanese vriendin Madeleine Bassil zes maanden zwanger. Terry Anderson hield al die zeven jaar de moed erin door aan zijn dochter te denken, die in Cyprus opgroeide. Na een paar jaar mocht hij voor het eerst een foto van Sulome zien. „Maar ik probeerde niet te veel hoop te hebben dat ik haar ooit zou ontmoeten”, vertelt Terry Anderson (69) aan de telefoon vanuit zijn boerderij in Virginia.

„Hoop was een gevaarlijke emotie, want het leidde altijd tot teleurstelling. Je moet je emoties vlak zien te houden, anders houd je het niet vol.”

Sulome had vaak nagedacht hoe haar vader eruit zou zien. „Ik had een foto onder mijn hoofdkussen, waar ik elke avond een zoen op gaf”, vertelt ze. „Mijn moeder had me oude foto’s gegeven, waar ik lang naar staarde. Ik zag hem als een superheld, ik maakte hem steeds groter en sterker. Als ik jarig was, liet mijn moeder cadeaus per post bezorgen. ‘Die zijn van papa’, zei ze dan.” Ze liet haar dochter de gijzelingsvideo’s zien, die de gijzelnemers eens per jaar vrijgaven.

Sulome Anderson was als peuter al wereldberoemd. Haar moeder zorgde ervoor dat Sulome veel op televisie te zien was. Ze wilde daarmee op het gemoed van de gijzelnemers spelen. En ze hoopte dat Terry beelden van Sulome zou zien.

„Twee keer per jaar liet mijn moeder mij op televisie interviewen: op mijn verjaardag en op mijn vaders verjaardag. Er waren altijd fotografen thuis.”

Vlak nadat Terry Anderson was vrijgekomen, nam de wereldwijde aandacht af. Time Magazine zette een breed lachende Anderson nog één keer op de cover: ‘The Smile of Freedom’. Sulome kreeg van haar ouders te horen dat ze tevredenheid en dankbaarheid moest uitstralen. Dat verwachtte de buitenwereld. Het gezin ging in de VS wonen, en had rust nodig om aan elkaar te wennen.

Sulome Anderson is nu 31. Ze zit in een restaurant in haar woonplaats New York. Klein van stuk, met lang, donker haar. Ze is journalist geworden, net als haar vader. Sulome wil praten over wat er ná die vrijlating gebeurde, op het moment dat de cameraploegen verdwenen waren. Sulome heeft in die vijfentwintig jaar geleerd hoe diep geopolitiek levens kan verwoesten. „Ik heb er altijd over gelogen. Dat ik blij was dat hij thuis was, dat het zo goed ging, ik was alleen maar aan het liegen.”

Plotseling had u een vader thuis.

„Ik had al snel door dat het nooit zo zou worden als ik had gehoopt. Opeens zat er iemand in de woonkamer die zich voortdurend aan mij ergerde. Ik mocht mijn voeten niet meer op tafel leggen, of harde geluiden maken. Hij was jaloers op de band tussen mijn moeder en mij. Ik was een last voor hem, dacht ik. Ik dacht altijd dat ik iets fout deed. Ik verweet het mezelf en ging geforceerd aandacht zoeken, vooral door hem te irriteren. Ik was geen makkelijk kind voor hem. Langzaam kreeg ik door dat hij diep beschadigd was. Het ideaalbeeld dat ik van hem had, klopte niet.”

Hoe merkte u dat?

„Hij was angstig. Grote groepen meden we. Hij had nachtmerries. Het leek wel of mijn vader altijd verdoofd was. Het lukte hem niet contact te maken met de wereld om hem heen. Ook niet met mij. Emotioneel was hij kreupel. Hij deed zijn best, maar de band kwam er gewoon niet. Hij was blij dat hij vrij was. Maar zoals veel oorlogscorrespondenten was hij een enorme macho, die zijn gevoelens nooit kon uiten. Mijn moeder moest hem onder dwang naar een psychiater brengen. Hij zei altijd: ‘Het gaat prima’.”

U ontwikkelde meerdere persoonlijkheidsstoornissen. Had dat te maken met de gijzeling van uw vader?

„Ik haatte mezelf omdat ik zo ondankbaar was. Ik kreeg de diagnose borderline. Dat uitte zich in een intens gevoel van schaamte. Daar kom ik nooit meer vanaf. Ik verloor in mijn tienerjaren de controle over mezelf. Ik ging drinken, drugs gebruiken, ik trok verkeerde mannen aan. Tijdens therapiesessies heb ik geleerd dat dit alles een gevolg was van de jaren zonder vader. Er zijn duizenden kinderen die veel ergere kinderjaren hebben gehad dan ik. Maar ik heb mijn situatie nooit met iemand kunnen vergelijken, of er met iemand over kunnen praten. Ik heb me altijd eenzaam gevoeld.”

In 1999, Sulome was veertien, verhuisde het gezin naar het stadje Athens, in Ohio. Daar kreeg Terry Anderson een baan als docent journalistiek. In Small Town America probeerde het gezin een normaal leven op te bouwen. Maar het liep anders. Terry Anderson klaagde Iran aan voor de betrokkenheid bij de militie die verantwoordelijk was voor zijn gijzeling. Achter die rechtszaak zat harde geopolitiek. De VS hadden kort daarvoor een wet aangenomen waarmee tegoeden kunnen worden bevroren van staten die terrorisme steunen, waaronder Iran. Anderson won de zaak en kreeg schadevergoeding toegewezen. Opeens werd er een slordige 46 miljoen dollar op de familierekening gestort.

Dat geld, zegt Sulome Anderson, verwoestte het gezin.

„Mijn vader is net als ik: impulsief en onverantwoordelijk. Hij begon als een gek geld uit te geven. Aan iedereen die maar wilde, kocht wat in zijn hoofd opkwam.”

Anderson kreeg talloze verzoeken om te investeren in zakelijke projecten: een café in de stad, een Caraïbisch resort, een paardenfokkerij. Hij zei overal ja op. Alle projecten mislukten.

Sulome Anderson kocht drugs en alcohol van het smartengeld. Haar ouders scheidden. Op de dag dat Terry Anderson hertrouwde met een veel jongere vriendin, lag Sulome bewusteloos van een overdosis pijnstillers in de kelder. Haar vader gaf haar eens een duur horloge. Ze verpatste het meteen voor drugs. Ze deed enkele zelfmoordpogingen, en belandde in een afkick-kliniek.

Terry Anderson zegt aan de telefoon:

„Rijk zijn, daar heb ik geen talent voor. Ik kan niet met geld omgaan. De jaren dat we geld hadden, heb ik onverantwoordelijk geleefd. Het heeft ons gezin alleen maar ellende bezorgd.”

In de jaren dat u herenigd was met uw dochter, zag u haar achteruitgaan. Rekende u dat zichzelf aan?

„Ja. Ik heb me na mijn vrijlating niet meteen gerealiseerd hoe beschadigd zij ook was. Als je er niet bent, gaan de achterblijvers een onrealistisch positief beeld van je creëren. Mijn onhandigheden of trauma’s zagen ze niet. De waarheid kwam aan het licht toen ik er wel was: ik schoot tekort als vader.”

U zei kort na uw vrijlating dat u de gijzelnemers vergaf. Was dat echt zo, of wilde u graag dat dat zo was?

„Ik heb hier twee decennia mee geworsteld. Ik heb oprecht mijn best gedaan niemand te haten. Het brengt je niet verder. Ik wil ook niet de rest van mijn leven leiden als Terry Anderson, de Gijzelaar. Maar ik kan mijn woede over die tijd niet langer onderdrukken. Ze hebben zeven jaar van mijn leven afgepakt.”

Tekst gaat verder na de video:

Kijkt u nu anders naar die tijd?

„Ik heb geaccepteerd dat het een deel van mijn leven is. Ik heb de zaak te lang verergerd door er zo gesloten over te zijn. Het hoort bij me. Ik heb in Vietnam gediend, en na een paar jaar ben ik opgehouden er met iemand over te praten. Ze snappen het toch niet, dacht ik. Over mijn ervaringen in Beiroet praatte ik alleen met mede-gegijzelden. We snappen elkaars grappen, we hadden allemaal problemen weer een normaal leven te leiden. Nu probeer ik er ook met Sulome over te praten.”

2611ZATsulome

Sulome Anderson werd journalist, onder meer voor Vice en Foreign Policy. Ze koos hiervoor, zegt ze, omdat ze wilde dat haar vader trots op haar zou zijn. Maar ze had ook een andere agenda. Ze wilde de ontvoering reconstrueren. De laatste drie jaar deed ze in de VS en Libanon onderzoek naar de shi’itische terreurgroep die in de jaren tachtig Amerikanen gijzelde.

Haar vader was ‘wisselgeld’ in de ‘Iran-Contra-affaire’, een schandaal over illegale wapenleveranties, waarin Iran en de regering van Ronald Reagan verstrikt waren geraakt. Andere gijzelaars kwamen wel vrij door geheime onderhandelingen, maar de gesprekken over Andersons vrijlating liepen vast. Washington deinsde terug voor verder praten met de shi’itische milities. Robert Oakley, destijds een hoge diplomaat, vertelde Sulome Anderson voor haar pas verschenen boek The Hostage’s Daughter:

„We stopten met betalen. Hij kon geen kant meer uit.”

Zo werd Terry Anderson de langstzittende Amerikaanse gijzelaar uit de geschiedenis. Pas recent is hij ingehaald door Robert Levinson, die vermoedelijk door Iran wordt vastgehouden. Sulome: „Als mijn vader eerder was vrijgekomen, had ons dat veel leed bespaard. Hij is het slachtoffer van politiek cynisme.”

Ze ging nog verder. Ze wilde zijn kidnappers ontmoeten. „Ik wilde mijn vader begrijpen door hen te begrijpen. Waren het echt psychopaten, de monsters die ik altijd voor me zag? Ik wilde een gezicht zien.” Haar vader vertelde haar altijd dat er twee soorten gijzelnemers waren. Er waren beleefde jongens, vaak de jongsten, die zich verontschuldigden. En sadisten, die genoten van hun terreur tegen de gijzelaars.

In het zuiden van Libanon ontmoette ze via haar fixer een leider van de groep, die ze in haar boek Masuul noemt. Hij was bij het begin van de gijzeling zeventien jaar, inmiddels heeft hij een gezin. Bij hem thuis heeft ze drie lange gesprekken. „Weet je waarom we je vader gekidnapt hebben?” vroeg hij haar.

„Het was niets persoonlijks. We hadden niks tegen Terry Anderson of de andere gijzelaars. We hadden wel wat tegen de mensen die onze families gedood hadden.”

Ze antwoordde: „Maar je hebt mijn familie geruïneerd.” Masuul: „Ik vond je vader aardig. Hij was een goed mens, de beste die we hadden. Maar we zagen hem niet als persoon. Hij stond voor Amerika.”

Masuul betuigde geen spijt. Hij had geen keuze, zei hij, door de Amerikaanse steun aan Israël. Toch was Sulome tevreden. „Hij heeft een geweten. Hij weet dat het verkeerd is wat hij deed. Maar hij wil het niet toegeven, hij vocht ertegen. Hij bleef maar met standaardantwoorden komen: ik deed het voor mijn land, ik kon niet anders – dat soort teksten. Maar de schaamte achter die antwoorden kon hij niet verbergen. Dat gaf voldoening. Ik kreeg er meer vrede mee.”

Sulome Andersons onderzoek naar de gijzeling bracht vader en dochter dichter bij elkaar, zeggen ze allebei. Terry Anderson zegt: „Ze was vaag over haar plannen in Libanon. Ik word altijd nerveus als ze alleen door het Midden-Oosten reist, dus zegt ze het niet altijd. En ze vertelde me niet vooraf dat ze mijn ontvoerder thuis zou opzoeken. Maar het heeft enorm geholpen bij onze verzoening. Ze is gaan begrijpen in welke wereld ik heb gezeten, en ik ben trots op wat ze heeft gedurfd.” Sulome Anderson:

„Mijn vader vond het moeilijk te bedenken dat ik uren in een kamer zat met zijn kidnapper. Hij heeft altijd tegen me gezegd dat hij geen wrok koestert tegen zijn gijzelnemers, maar ik snap nu dat hij nooit heeft durven toegeven hoe diep hij hen haatte.”

Een dag voor het interview is Sulome Anderson getrouwd met haar vriend Jeremy. Haar vader heeft haar naar het altaar begeleid. Ze zegt: „Ik heb mijn leven lang geprobeerd mezelf te leren kennen. Als ik nu in de spiegel kijk, zie ik dat onze gezichten lijken op elkaar. We zijn net zo chaotisch en vergeetachtig. Pas nu zie ik hoeveel mijn vader en ik op elkaar lijken.”