Column

Met iedere klik hollen we ons werk verder uit

Het gaat hard met de ‘race naar beneden’ en iedereen maakt zich er schuldig aan. Maar met scherpere regels is verandering best mogelijk.

Vorige week stuurden de vakbonden een brandbrief aan de politiek. Over de ‘race naar beneden’. Werk moet steeds goedkoper en sneller en in veel sectoren gaat het alleen nog om de prijs. De bonden hebben gelijk. Al jaren verplaatst veel arbeid zich naar de mensen met de laagste lonen en de minste rechten. Dat geldt mondiaal, maar ook binnen een groot aantal branches in Nederland.

De brandbrief geeft voorbeelden uit twintig sectoren, onder meer luchtvaart, bouw, zorg, onderwijs, schoonmaak, beveiliging en journalistiek. Overal staan zekerheid en inkomen onder druk.

Wanneer ik de voorbeelden lees, dan knik ik instemmend. Herkenbaar en vaak schrijnend. En tegelijk denk ik: dit is de wereld die jij en ik samen creëren.

De race naar beneden is een variant op de bekende tragedy of the commons. De tragedie van de collectieve weidegronden, waarbij de boeren vinden dat hun gemeenschappelijke grasland eerlijk en duurzaam moet worden gebruikt maar ondertussen denken: dat ene extra schaapje van mij, hoeveel kwaad kan dat nou? En omdat iedereen zo denkt is de gezamenlijke hulpbron binnen de kortste keren uitgeput.

Als het over werk gaat vinden we dat dit voor iedereen plezierig, goed en zinvol zou moeten zijn. Maar zodra we professioneel of privé geld uitgeven, zoeken we allemaal naar de beste deal. En aangezien die tegenwoordig geen straat, stad of staat meer maar slechts één klik van ons verwijderd ligt, gaat het heel erg hard met die race naar beneden.

Om het extra zuur te maken: ook de piloot van Ryanair, de Poolse bouwvakker en de beginnende freelancejournalist maken deel uit van dit verwoestingsleger. Het leger dat met iedere klik feitelijk zijn eigen werk verplaatst of verder uitholt.

Natuurlijk zijn er consumenten en bedrijven die hun best doen. Die bovengemiddeld rekening houden met mens en milieu. Die streven naar eerlijke prijzen voor iedereen in de handelsketen. Maar het zijn er niet genoeg. Wil je deze tragedie effectief een halt toe roepen, dan zijn strengere spelregels en scherper toezicht vereist.

Daarvoor hebben we onze overheid nodig. Als extern geweten om ons te beschermen tegen al te sterke financiële gedrevenheid. En als steun voor goedwillende ondernemers en consumenten.

En werkt dat? Een opmerkelijk voorbeeld. Jaarlijks stelt de Harvard Business Review een lijst op met de beste bestuursvoorzitters ter wereld. Sinds vorig jaar wordt bij de prestaties van de bestuursvoorzitters in de lijst niet alleen meer gekeken naar financiële successen, maar ook naar maatschappelijk verantwoord ondernemen. In een klap vielen daarmee bijna alle Amerikaanse directeuren uit de toptien. Jeff Bezos van Amazon zakte zelfs van nummer 1 naar 87.

De beknopte verklaring van HBR-hoofdredacteur Adi Ignatius: wetgeving. Met name Europese wetgeving dwingt leidinggevenden aan deze kant van de oceaan om meer rekening te houden met milieu, sociale verantwoordelijkheid en behoorlijk bestuur. En daarom scoren ze beter naar de nieuwe maatstaven.

Interessant. Dankzij strengere wetgeving zijn ‘onze’ directeuren nu volgens HBR de beste van de wereld. Met wat hulp van onze overheid kunnen wij misschien ook de beste consumenten van de wereld worden.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.