ING en Unilever sponsoren orkest om ‘van elkaar te leren’

Concertgebouworkest

Het sponsorcontract van Unilever en ING met het Concertgebouworkest is verlengd tot 2025. „Het bedrag is niet belangrijk, het gaat om het hoe.”

Foto Roger Cremers

Het enige getal dat tijdens het gesprek wordt genoemd is ‘14 miljoen’. Dat bedrag trok de Tweede Kamer afgelopen maandag niet uit voor culturele instellingen die ondanks een positief advies geen of minder subsidie krijgen dan ze nodig hebben.

ING-topman Ralph Hamers en Unilever-CEO Paul Polman hebben het debat niet gevolgd, zeggen ze. Wat ze wel weten: „De terugtrekkende overheid is een realiteit. Dat moet je als maatschappelijk betrokken bedrijf helpen compenseren.” (Hamers) Polman: „Overal waar overheden bezuinigen verdwijnt kunst als eerste. Terwijl er toch genoeg bewijs is dat bijvoorbeeld muziek de hersenen stimuleert.” Tegelijk, Hamers: „De bezuinigingen hebben culturele instellingen wel scherper gemaakt, weerbaarder.”

Vrijdagmiddag, we zitten in de dirigentenkamer van het Amsterdamse Concertgebouw. Hier dronk Bernstein twee whisky’s voordat hij ging dirigeren, om de zenuwen de baas te worden. Dat vertelt Jan Raes, algemeen directeur van het Concertgebouworkest, die er ook is. ING, ‘global partner’ van het Concertgebouworkest sinds 1989, en Unilever, sinds 2011, hebben hun contract verlengd tot 2025.

Daar wilden ze graag over praten, hadden ze laten weten. Dus is de logische vraag: hoeveel doneren ze per jaar aan het orkest? Paul Polman: „Het bedrag is niet belangrijk, het gaat om meer dan geld.” Ralph Hamers: „Het gaat om het hoe.” Jan Raes: „Uit mijn hoofd weet ik het niet.”

Het valt wel ongeveer na te gaan. Het Concertgebouworkest heeft twee global partners en acht kleinere sponsors, in 2015 samen goed voor 1,1 miljoen. Per global partner gaat het waarschijnlijk om 3 à 4 ton.

Maar goed, wat bedoelen ze met ‘het gaat om meer dan geld’ en ‘het gaat om het hoe’? Polman: „Het Concertgebouworkest is een bedrijf, net als het onze. Het brengt mensen met verschillende achtergronden samen. En het slaagt erin om een hoog niveau te behouden. Dat zijn ook onze thema’s, dus daarin kunnen we van elkaar leren.” Hamers: „Ze stonden op Lowlands! Een nieuw, jong publiek trekken, dat lijkt op wat wij ook doen. En dan is de vraag: kunnen we iets van elkaar opsteken?”

Dit ‘van elkaar leren’ en ‘iets van elkaar opsteken’ moet je letterlijk opvatten, zeggen ze. Over en weer gaan werknemers bij elkaar langs. Jan Raes: „Dankzij jullie marketeers hebben wij beter leren rekenen: wie zitten er in de zaal, wanneer en waarvoor komen ze terug. Nu we dat gedetailleerder in kaart hebben gebracht, kunnen we scherper programmeren.” Er zijn internationale uitwisselingen: jonge toptalenten die bij de concerten in het buitenland in de zaal zitten. Masterclasses dirigeren voor managers zijn er ook. Polman: „Dat ze leren luisteren is heel belangrijk voor een manager.”

Bij ING, zegt Hamers, is het in het sponsorcontract geregelde Nieuwjaarsconcert „het meest gewilde personeelsuitje”. Polman: „En dan is het hier zo vol dat wij er niet meer bij kunnen, haha. Daarom hebben wij dus de Nieuwjaarsduik. En dan een halve rookworst van Unox.”

Een sponsorcontract, bedoelen ze ook, is niet iets voor één of twee jaar. Hamers: „Een logo op affiches is dat, meer niet. Als je echt effect wilt van een partnerschap komt dat met de jaren.” Polman: „Het geeft ook meer rust als je je voor langere tijd vastlegt.”

Straks, na dit gesprek, zitten ze samen bij een concert, volgende week, trekt Paul Polman zijn agenda erbij, is hij tegelijk met Jan Raes in New York. „Jullie spelen in de Carnegie Hall? Op 30 november? Jammer, dan ga ik net terug.” Is de chemie tussen personen belangrijk? Ja, zegt Polman: „Wij werken nu bijvoorbeeld beter samen met ING.”

En doet het ertoe of ze als sponsors zelf musiceren? Waarschijnlijk niet: dat doen ze geen van beiden. Hamers: „Ik was wel eens dj, maar verder is het nooit gekomen.” Van zijn twee kinderen speelt alleen zijn dochter een instrument, piano. Polman lukte het „zelfs niet op de triangel te spelen”. Maar: „Musici hebben ook publiek nodig, dus ik zit in de zaal. En ze moeten worden onderhouden. Dat doe ik ook.”

Met dat laatste bedoelt hij niet het sponsorschap: zijn vrouw is professioneel musicus, ze speelt cello. „Daardoor weet ik hoe weinig het verdient en hoe moeilijk orkesten het hebben”. En ook, zegt hij: „Hoe prachtig en belangrijk muziek is door wat het met je doet.”

De Polmans en hun drie kinderen hebben „ik denk in acht of negen verschillende landen gewoond” en wat je dan zag: „Ze spraken niet meteen een nieuwe taal, maar samen muziek spelen met kinderen die ze nog amper kenden: dat ging wel.” Hamers: „Muziek is misschien wel het meest globale product dat we hebben.” Jan Raes: „Alle kinderen zouden muziekles moeten krijgen, echt allemaal.” Polman: „Schrijf dat maar op, dat is belangrijker dan om hoeveel geld het nou precies gaat.”