In zijn rolstoel weerstond hij de oproerpolitie

Er zijn verloren zaken en verloren zaken. En dan is er nog de zaak waarvoor de op 16 november overleden Ghazi Aad (59) zich dertig jaar heeft ingezet: de honderden, mogelijk duizenden Libanezen die spoorloos verdwenen tijdens de Syrische bezetting van Libanon tussen 1976 en 2005.

Hoeveel Libanezen er nog in Syrische gevangenissen zitten, heeft Aad nooit geweten. „We hebben een lijst met 600 namen waarvan we zeker zijn”, zegt hij in 2012 tegen NRC. „Maar als er mensen vrijkomen staan die vaak niet op onze lijst.” Hij maakt zich op dat moment grote zorgen over de gevolgen van de Syrische oorlog voor zijn vermiste landgenoten.

In Libanon was Ghazi Aad een bekende figuur. Dat hij in een rolstoel zat, maakte zijn confrontaties met de oproerpolitie bij betogingen des te fotogenieker. Sinds 2005 voerden hij en de families van de vermisten actie vanuit een tent in het Khalil Gebran-parkje in het centrum van Beiroet. Opmerkelijk genoeg had hij zelf geen vermist familielid. Als het lot anders had beschikt had zijn leven zich niet eens in Libanon afgespeeld.

Aad studeert oceanografie in Virginia als hij in 1983 voor een vakantie terugkeert naar Libanon. Het land is in volle burgeroorlog, maar een dom auto-ongeluk wordt Aad noodlottig. Hij raakt verlamd aan al zijn ledematen, moet zijn studies afbreken en blijft noodgedwongen in Libanon.

In 1986 beslist een groep jongeren, onder wie Aad, iets te doen aan de vermisten. Iedereen in Libanon kent wel iemand die is opgepakt en nooit meer teruggezien, maar het onderwerp is taboe zolang de Syrische bezetting duurt.

In 1989, het laatste jaar van de burgeroorlog, doet Aad een oproep aan families om zich te melden. De dossiers stromen toe, en Aad richt zijn eigen ngo op, Solide.

De autoriteiten zetten de families onder druk hun geliefden dood te verklaren. Aad overtuigt hen dat niet te doen. In ruil zal hij het risico nemen in hun plaats te spreken. Hij wordt gevolgd, gefilmd, gearresteerd, afgerost. Tijdens één woelige betoging raakt zijn rolstoel vernield.

Wanneer de Cederrevolutie in 2005 een eind maakt aan de Syrische bezetting weet Aad dat het belangrijker is dan ooit om het thema in de aandacht te houden. Het is het begin van de sit-in in het parkje.

Sinds december 2015 wordt de tent niet meer bemand. De families waren moegestreden, zei Aad. De strijd zou op politiek niveau worden doorgezet. Nu zonder hem.