‘Iedereen denkt: ze moeten gewoon minder eten, hoe moeilijk kan het zijn?’

Overgewicht

Als kinderen dik zijn is dat niet hun eigen schuld. Pak hun ongezonde omgeving aan, zeggen deskundigen.

Foto Roos Koole/ANP

Mensen noemen haar te dik. En dat vindt ze „stom en gemeen”. Een achtjarige leerling van de Gerth van Wijkschool in het Laakkwartier in Den Haag vertelt er bozig over. „Ik vind dat niet leuk, ik ben gevoelig hoor.” Op school doet ze mee aan een project voor kinderen met overgewicht. Eerst niet van harte. „Nu is het wel leuk.” Het meisje weegt veertig kilo en is daarmee veel te zwaar.

Aan de vergadertafel in de lerarenkamer vertelt ze over haar moeder die graag kip met rijst maakt. Maar soms is er geen avondeten. „Mijn moeder wil afvallen. Daarom kookt ze dan niet.” Ze is even stil. En vertelt dan dat haar ouders wel eens ruzie hebben. „Mijn vader roept dan: als je te dik bent, ga je dood.”

Papa en mama hebben ruzie, maar om je op te vrolijken krijg je wat lekkers. Zo krijg je emotie-eters

Kinderarts Edgar van Mil ziet op zijn polikliniek in het Jeroen Boschziekenhuis in Den Bosch geregeld kinderen zoals dit achtjarige meisje. Kinderen met overgewicht, meestal met obesitas (meer dan tien kilo te zwaar). En hij hoort allerhande verhalen. Van kinderen die elke dag een afhaalmaaltijd krijgen, die nooit buiten spelen, die hun ruziënde ouders proberen te sussen door ’s avonds aan tafel nog wat eten op te scheppen.

Lees ook drie interviews met moeders over het voedingspatroon van hun kinderen: ‘Ze heeft geleerd om groenten te eten. Die lustte ze nooit’

En dan is het cru dat de maatschappij dikke kinderen veelal ziet als dom en lui, zegt Van Mil geërgerd in zijn spreekkamer. Iedereen denkt: ze moeten gewoon minder eten, hoe moeilijk kan het zijn? Kwestie van discipline. En als kinderen dat niet doen, is het hun eigen schuld dat ze te dik zijn. Frustrerend, want zo simpel is het niet.

Het is niet alleen een kwestie van minder eten. Maar ook van gezond eten, en meer bewegen. Maar dat gaat niet, zegt hij. De kinderen groeien op in een ongezonde omgeving. Als je wilt dat ze afvallen, moet je in die omgeving ingrijpen.

Hoe die ongezonde omgeving eruit ziet, schetst voedingswetenschapper Jaap Seidell in zijn kantoor aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Kinderen leven in gezinnen waar ouders weinig kennis hebben over gezonde voeding, vertelt hij. Ouders kopen goedkoop, en zonder het te beseffen, ongezond eten. Ze geven hun kroost de hele dag vette snacks en suikerhoudende drankjes. Het is voor hen normaal dat baby’s geen borstvoeding krijgen maar sapjes. Ouders hebben geen geld voor de sportclub en kinderen spelen niet buiten. Dan is het niet verbazingwekkend dat ze te zwaar worden.

Er moet Seidell iets van het hart: mensen denken dat overgewicht een abnormale reactie is op een normale omgeving. Maar dat is niet waar. Het is juist een normale reactie op een abnormale omgeving.

Met een lolly in een buggy

Marie-Pauline Luger werkt dagelijks in zo’n abnormale omgeving. In de Haagse Schilderswijk runt ze het zogenoemde Leefstijlcentrum WorkOutWijs, waar kinderen en volwassen uit de buurt kunnen sporten en leren over gezond leven. Luger vertelt in haar centrum dat ouders in de wijk, vaak van Marokkaanse en Turkse komaf, op zich gezond koken. Maar ze eten te veel. En de kinderen krijgen ontzettend veel tussendoortjes. Snoep en chips. Soms is dat bijvoorbeeld omdat grote gezinnen in kleine huizen wonen en het wel zo rustig is als kinderen op de bank met wat lekkers televisie kijken.

De kinderen in de buurt spelen nauwelijks buiten. Ouders vinden het onveilig, zegt Luger. En als moeders naar de Haagse markt gaan, dan zetten ze de kinderen in buggy’s met een lolly. Zodat ze niet gaan dreinen. Veel gezinnen hebben ook problemen, weet ze. Scheidingen, huiselijk geweld, armoede. Mensen hebben iets anders aan hun hoofd dan gezond leven. Kinderen worden bovendien getroost met eten, zegt Luger. Papa en mama hebben ruzie, maar om je op te vrolijken krijg je wat lekkers. Funest voor later, zo krijg je emotie-eters.

De ongezonde levensstijl leidt tot een hoog percentage kinderen met overgewicht. In Nederland is circa 14 procent van de kinderen te zwaar. En ongeveer 5 procent heeft obesitas. Dat betreft vooral kinderen uit de lagere sociale klassen, waar zo’n 20 procent te dik is. Tegenover 5 procent uit de hoogsteinkomensgroep, zo blijkt uit recente CBS-cijfers.

Overgewicht is een armoedeprobleem en een probleem dat onder allochtonen meer voorkomt, blijkt uit verschillende studies. In de Schilderswijk, weet Luger, is ongeveer 30 procent van de Marokkaans-, Turks- en Hindoestaans-Nederlandse kinderen te dik. Obesitas komt bij ongeveer 7 procent van hen voor. De cijfers in de andere achterstandswijken in grote steden zijn niet veel anders.

Maar niet alleen ouders en kinderen in achterstandswijken eten en leven vaak ongezond. Heel veel kinderen in Nederland hebben een „lousy voedingspatroon”, vertelt Seidell. Veel kinderen zijn misschien niet te dik, maar dat betekent niet per definitie dat ze gezond zijn. Ze zitten te lang op de iPad, gaan te laat naar bed, bewegen te weinig. Ze eten te weinig groenten: 40 gram van de 150 gram die ze minimaal binnen moeten krijgen per dag.

Ouders hebben vaak weinig kennis van voeding, stelt hij. Daardoor vinden mensen het lastig om gevarieerd en gezond te koken. Vroeger gingen veel vrouwen naar de huishoudschool, daar leerden ze dat soort dingen, vertelt Seidell. En anders leerden ze het van hun ouders.

Nu weten mensen vaak niet hoe je van pastinaak, peultjes of venkel een maaltijd kunt maken. Bovendien zijn er veel gemaksproducten te koop en besteden we veel minder tijd aan koken, zegt de voedingswetenschapper. Zo’n veertig jaar gelden was dat twee uur en nu is dat twintig minuten. „Dat komt omdat meer moeders zijn gaan werken.”

Eerst hardlopen, dan leren

Terug naar de kinderen met overgewicht. Sommigen hebben dubbel pech. Ze leven niet alleen in een abnormale omgeving, maar hebben ook nog eens aanleg om dik te worden, zegt kinderarts Edgar van Mil. De biologie van deze kinderen is afgesteld op het traditionele leven van vroeger, waarbij men het met weinig voedsel moest doen. In een welvaartsomgeving groeien deze kinderen eerder uit hun voegen. Zij hebben dus nog meer aandacht nodig.

Om overgewicht bij kinderen tegen te gaan moet je zorgen dat hun omgeving minder verleidingen biedt en dat gezond gedrag wordt gestimuleerd, zeggen de deskundigen. Dat gebeurt op twee manieren: generiek en specifiek.

Generieke programma’s vanuit gemeenten en andere overheden zijn bedoeld voor álle kinderen. Zoals het project JOGG – Jongeren op gezond gewicht, waar 114 gemeenten aan meedoen. En waarbij scholen, ouders, sportverenigingen, bedrijven en zorgverleners zich hard maken voor een gezonde omgeving. Denk aan sportkantines die geen ongezonde snacks meer aanbieden, extra speelplekken, fietspaden en scholen waar de kinderen elke ochtend eerst anderhalve kilometer gaan hardlopen. De organisatie pleit ook voor strengere regels rond kindermarketing, waarbij kinderen niet verleid worden om ongezond eten te kopen.

Generieke projecten zijn er ook op heel veel scholen in het land, waar kinderen het hele jaar door voorlichting krijgen over wat gezond eten is. Ze krijgen fruit als tussendoortje en soms ook extra lesuren gym. Soms mogen leerlingen geen pakjes sap meer meenemen, en drinken ze de hele dag alleen nog water. Elke stad heeft een eigen programma, Amsterdam kent Jump-in en Rotterdam bijvoorbeeld Lekker-Fit!

En dan zijn er nog de specifieke gezondheidsprogramma’s, gericht op het behandelen van kinderen die kampen met overgewicht of obesitas en gerund door voedingsprofessionals of kinderartsen. Ouders en kinderen krijgen, vaak voor langere tijd, begeleiding van deskundigen op het gebied van voeding, opvoeding, beweging en psyche. Soms met andere gezinnen, welzijnsorganisaties en sportclubs in de buurt. Doel: het verbeteren van de kwaliteit van leven in de breedste zin van het woord, zodat kinderen (weer) lekker in hun vel zitten. Fysiek en mentaal.

Deze programma’s gaan niet over afvallen want dat heeft geen zin, zeggen de geïnterviewden. Dan krijg je het welbekende jojo-effect. Het gaat over een nieuwe levensstijl, over gedragsverandering en andere keuzes maken. Met een positieve benadering en succeservaringen.

Het moet iets zijn wat kinderen de rest van hun leven kunnen volhouden. De behandelprogramma’s zijn vaak effectief, maar komen niet op grote schaal voor. En dat is zorgelijk, zeggen deskundigen. Want te veel kinderen in Nederland zijn te zwaar en hebben hulp nodig.

Het tekort aan behandelprogramma’s voor kinderen met obesitas heeft te maken met geld. Verzekeraars vergoeden traditioneel wel een diëtist of een ziekenhuisbezoek maar geen preventieve maatregelen, langdurige begeleiding of voedingsondersteuning. Al helemaal niet voor het hele gezin. Dat heeft te maken met het zorgstelsel, waarin alleen de behandeling van de patiënt wordt vergoed.

Dat moet anders, vindt voedingswetenschapper Seidell. Het is tijd voor een omslag in het denken van verzekeraars, maar ook van politici en zelfs artsen. Je kunt niet zeggen: iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gezondheid en als je te dik bent moet je maar op de blaren zitten. Zeker niet bij kinderen, die in een bepaalde omgeving opgroeien, met een bepaalde cultuur en gewoontes. Die hebben geen vrije keus. Daarom moet je ze helpen. En niet veroordelen.

3x behandeling In de wijk, op school, in het ziekenhuis

De geïnterviewden uit dit verhaal verzorgen ieder een behandelprogramma voor kinderen met overgewicht en obesitas.

Voedingswetenschapper Jaap Seidell is betrokken bij LEFF (Lifestyle, Energy, Fun & Friends), waarbij gezinnen in een wijk in groepen en onder begeleiding van coaches meer bewegen en leren over voeding.

Kinderarts Edgar van Mil runt het poliklinische Zorgpad Overgewicht Kinderen in het Jeroen Boschziekenhuis, waar vooral kinderen met (ernstige) obesitas komen. Hij kijkt of er een medische oorzaak is voor de obesitas en begeleidt het kind en de ouders, in samenwerking met allerlei professionals (fysiotherapeuten, psychologen, diëtisten).

Projectleider Marie-Pauline Luger draait op 9 scholen in Den Haag het programma WoWIJS, waarbij in totaal 150 leerlingen met overgewicht elke week, een schooljaar lang, begeleid worden door een gymdocent, een coach en een diëtist.