Opinie

Hou eens op met etiketten plakken, ze voldoen niet

Referenda, verkiezingen, Zwarte Piet; met volle overtuiging wordt er van alles beweerd over de middenklasse en de elite. Maar geen van die etiketten doen mij en anderen recht, schrijft .

Nu ben ik het zat. Spuugzat. Om te worden uitgescholden voor middenklasse. Voor elitaire journalist. Voor witte, bevoorrechte schrijver. Wilt u ophouden met het stoppen in hokjes, het plakken van etiketten om daar vervolgens met volle overtuiging van alles en nog wat over mij en anderen te beweren? Om op die manier de uitslagen van referenda, verkiezingen en de uitkomst van het Zwarte Piet-debat te duiden? Ik weet niet precies wanneer het begon, maar ik weet wel wanneer het moet stoppen. Nu. Want we schieten er niets mee op. U niet. Ik niet.

Om de etiketten maar even af te gaan. Vorige week zei Eurocommissaris Frans Timmermans in het Belgische tijdschrift Knack: „De middenklasse is waar het om draait in onze samenleving. Maar dat midden voelt zich verlaten, verweesd, in de steek gelaten.”

Wie is die middenklasse, vroeg ik me af. En: hoor ik daar toe? Even met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebeld. Dat hanteert geen definitie voor middenklasse. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) heeft er ook geen, maar rept over middengroep. Het Amerikaanse demografische peilingbureau Pew Research Center noemt de middenklasse een ‘state of mind’. Middenklasse is, grofweg geredeneerd, iedereen die arbeider noch grootverdiener is. En jawel, daar val ook ik onder.

Maar voel ik mij verlaten, verweesd, in de steek gelaten? Nee. Ik voel mij omringd door familie en vrienden, door stad- en landgenoten, door Europese en wereldburgers. Ik voel mij niet in de steek gelaten, niet door de politiek, al ben ik het vaak niet met haar eens, en ook niet door de overheid, die hulp zond in de vorm van huisartsen, kraamhulpen, therapeuten, kinderartsen, juffen, meesters en zelfs een uitkering toen het mij en mijn gezin niet goed ging.

Verguisde bastion van de hoogopgeleide witte elite

Vorige week ook, deed voorzitter Shula Rijxman van de Publieke Omroep een oproep voor meer pluriforme media, in de Volkskrant. Nu werk ik niet voor de VARA of de VPRO, maar wel regelmatig voor NRC Handelsblad, dat al even vaak verguisde bastion van de hoogopgeleide witte elite. Maar wie is die elite? En: hoor ik daar ook toe? Het CBS hanteert wederom geen definitie. En ook het SCP moet het antwoord schuldig blijven. Google dan maar. „Gehoord in Den Haag”, twittert NRC-columnist Tom-Jan Meeus daar: „Elite is iedereen met een verkeerde mening”.

Of ik daaronder val, is een kwestie van perceptie, vermoed ik.

Maar denkt u nu echt dat ik in die ruim twintig jaar journalistiek alleen maar naar gelijkgestemde geluiden heb gezocht? Dat ik nog nooit een boze blanke burger heb gesproken, een boze zwarte burger of een ontheemde asielzoeker? Dan zou ik wel erg slecht in mijn vak zijn.

Bovendien, denkt u nu heus dat ik alleen maar journalist ben? Dat ik niet vijf dagen in de week op het schoolplein van mijn zesjarige zoon sta, een openbare basisschool met kinderen in alle soorten, maten en kleuren? Dat ik daar nooit met andere vaders en moeders over hun bezigheden, hun opvattingen, hun problemen praat? Dat ik tijdens de zwemles, midden in een door u geëtiketteerde achterstandswijk, nooit met andere moeders spreek? Dat zou wel een heel triest leven zijn.

Van adel, laagopgeleid, niet-stemmer

Denkt u nu werkelijk dat ik naar Pauw moet kijken om een laagopgeleide, een PVV-stemmer en een 65-plusser aan één tafel te zien? Dan bent u zeker nog nooit op een verjaardag van mijn familie geweest.

Nee, dat bent u niet, en laat ik hen daarom even voorstellen. Mijn moeder is van adellijke komaf, haar overgrootvader was rentmeester van de landgoederen van koningin Anna Paulowna in het toenmalige Silezië. Na de oorlog deed mijn moeder de huishoudschool. Meestal stemt ze niet, maar in haar uitlatingen klinkt de PVV door, zeker nadat ze afgelopen zomer in de lift werd klemgezet door twee Oost-Europeanen die haar pinpas stalen en binnen twintig minuten haar hele bankrekening leeg trokken. Van adel, laagopgeleid, niet-stemmer. Hmm, welk etiket zullen we daar eens opplakken?

Mijn vader is gepensioneerd marineofficier. Zijn vader was een huisschilder die tot op late leeftijd moest werken om zijn jongste zoon naar het Koninklijk Instituut voor de Marine te laten gaan. Zijn moeder knipte twee dagen per week de kaartjes in de Haarlemse Schouwburg. Mijn vader stemt op Jeanine Hennis-Plasschaert, huidig minister van Defensie. Arbeidersklasse en toch elitair rechts. Welk etiket past daar op?

Mijn broer is zelfstandig taxichauffeur. Reed jarenlang in Amsterdam, maar zag de kleur van de taxichauffeurs veranderen. Voelde zich niet meer thuis tussen collega’s die een taal spreken die hij niet verstaat, die zijn Amsterdamse humor niet begrijpen. En ja, dat begrijp ik. Vervoert tegenwoordig bankdirecteuren en voert lange gesprekken met hen over het leven. Stemt op Geert Wilders of Jan Roos.

Mijn zus, lerares. Ging als twaalfjarige naar het gymnasium, door naar het hbo, werd thuisblijfmoeder. Geeft nu al weer jaren les op een etnisch divers vmbo. Ziet een positieve plaats voor minderheden in dit land. Stemde altijd PvdA, maar schrikt nu door de Amerikaans aandoende strijd om het leiderschap terug. Stemt in ieder geval ‘iets sociaals’.

En ik? Ik ben een extremist van het midden.

Mogen alleen zwarten straks over zwarten schrijven?

Ander voorbeeld. Vier weken geleden schreef de Surinaams-Nederlandse schrijver Karin Amatmoekrim in NRC over witte schrijvers die zich aan zwarte personages wagen. Moesten ze niet doen. Ik heb geen zwarte personages opgevoerd, maar heb wel een familiegeschiedenis geschreven die zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. In mei, toen ik te gast was in het programma Buitenhof (zie je, ze is toch elitair!), kwam de vraag of schrijvers, die WOII niet hadden meegemaakt, zich deze wel konden toe-eigenen?

Denkt u nu echt dat journalisten en schrijvers zich niet kunnen verdiepen in andere culturen en andere tijden? Mogen alleen zwarten straks over zwarten schrijven? En witten over witten? Mogen alleen laagopgeleide journalisten op reportage in de achterstandswijk? Mogen alleen hun collega’s met een academische graad vragen stellen aan een hoogleraar? Wilt u terug naar zo’n gesegregeerde, schrale samenleving? Naar zo’n hokjes-maatschappij?

Denk goed na voor u antwoordt, want het treft niet alleen mij, maar ook onze kinderen. Ach, laat ik er nu geen jij-bak van maken, laat ik het bij mijn kinderen houden. Drie weken geleden nog, aan de keukentafel (zie je, ze eet aan tafel en niet voor de tv, ze is toch elitair!). Naar aanleiding van het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid om het woord allochtoon af te schaffen, vroeg ik mijn dertienjarige dochter: „Wie vind jij allochtoon?” Ze gokte. Was het wellicht iemand met een donkere huidskleur? Maar ja, hoe donker moest die huid dan zijn om voor allochtoon door te gaan?

„Je vriendin Lila is allochtoon”, zei ik. „Ze heeft een Nederlandse moeder en een Turkse vader”. „Néé”, zei mijn dochter ontsteld, „Ze is Nederlands hoor.” Sophie (Deense moeder, Egyptische vader) is allochtoon, zei ik. En zou Midja (Nederlandse moeder, Surinaamse vader) ook allochtoon zijn? Dochter vond het te gek voor woorden. Zei heel beslist: „Die zijn gewoon Nederlands.”

Nederland zegt nee tegen Oekraïne, de Britten gaan de EU uit en Trump wordt president van Amerika, of u dat nu leuk vindt of niet. De verkiezingen in Nederland zijn nog vier maanden weg. We kunnen die tijd gebruiken om elkaar etiketten op te plakken, om elkaar hokjes in te stampen – etiketten die los laten, hokjes waar we niet in passen.

We kunnen die tijd ook beter gebruiken.