Headbangen op Schubert in Almere

De tweede editie van de Nacht van de (oude) muziek bood gisteravond een prettige mix van oud en nieuw, met een aantal geweldige verrassingen.

Michel Godard

Who’s Next, het Almeerse kamermuziekfestival, bedacht vorig jaar samen met Festival Oude Muziek Utrecht een aantrekkelijk minifestival: de Nacht van de (oude) muziek. De tweede editie bood gisteravond een prettige mix van oud en nieuw, met een aantal geweldige verrassingen. Nadeel: iedereen speelde gelijktijdige setjes van een kwartier, die wel erg ruim in het blokkenschema van halve uren zaten. Zo moest er veel gewacht worden en kon je niet per ongeluk een geniaal optreden instruikelen.

Zondagmiddag is de finale van het bijbehorende Internationale Kamermuziekconcours Almere. Het jonge Ebonit Saxofoonkwartet liet met Bachs Italiaanse Concert vast horen waarom het dat concours vorig jaar won: wonderschone fraseringen, hartverwarmend samenspel.

De grote namen stelden lichtelijk teleur. Rembrandt Frerichs, bekend om zijn jazz-op-de-fortepiano, speelde met zijn trio (en op een reguliere vleugel) een welluidend, maar nogal braaf programma, waarin het onorthodoxe, subtiel-melodische drumwerk van Vinsent Planjer de hoofdattractie vormde. Improvisator Michel Godard trad aan met de ‘serpent’, een slangvormig, tuba-achtig renaissance-instrument, maar en hoewel het hese , bronzen geluid mooi kleurde met de theorboe bleef ook dit optreden wat vlak.

Impressie Nacht van de Oude muziek 2015 (tekst gaat verder na de video)


Het leukst was het in de kleinere zalen. Mechanical Duck werkte Schuberts liedcyclus Die schöne Müllerin radicaal om tot het avondvullende eigentijdse jazzrockspektakel Liebeskrank, en bracht daaruit een proeve. Alles was geoorloofd: Charles Hens zong Wohin? door een megafoon en blonk uit in krachtpatserige topnoten. Wat hij miste aan verfijnde muzikale liedretorica compenseerde hij met tomeloze energie, inclusief headbangen. De fenomenale arrangementen van het begeleidende trio gaven daar ook alle aanleiding toe: drummer Felix Schlarmann, Hammond-organist Folkert Oosterbeek en de elektronisch en anderszins vervormde supersaxofonist Jasper Blom toverden de ene na de andere gierende surprise tevoorschijn, met het stuiterende amfetaminerif van Am Feierabend als hoogtepunt.

Verrukkelijk ongewoon was ook het intelligent samengestelde miniprogramma van ensemble Black Pencil, met muziek van Dowland en Telemann én een nieuw stuk van Oene van Geel. Een sonore accordeon- en altvioolmelodie kreeg gezelschap van hinkend slagwerk, waarna de boel lekker ontspoorde in een potpourri van stijlen.