Recensie

Headbangen op Schubert in Almere

Minifestival

Klassiek

Nacht van de (oude) muziek Gehoord: 24/11 Kunstlinie Almere. Who’s Next t/m 27/11. Inl: www.whos-next.nl

Who’s Next, het Almeerse kamermuziekfestival, bedacht vorig jaar samen met Festival Oude Muziek Utrecht een aantrekkelijk minifestival: de Nacht van de (oude) muziek. De tweede editie bood gisteravond een prettige mix van oud en nieuw, met een aantal geweldige verrassingen. Nadeel: iedereen speelde gelijktijdige setjes van een kwartier, die wel erg ruim in het blokkenschema van halve uren zaten. Zo moest er veel gewacht worden en kon je niet per ongeluk een geniaal optreden instruikelen.

Zondagmiddag is de finale van het bijbehorende Internationale Kamermuziekconcours Almere. Het jonge Ebonit Saxofoonkwartet liet met Bachs Italiaanse Concert vast horen waarom het dat concours vorig jaar won: wonderschone fraseringen, hartverwarmend samenspel.

De grote namen stelden lichtelijk teleur. Rembrandt Frerichs, bekend om zijn jazz-op-de-fortepiano, speelde met zijn trio een welluidend, maar nogal braaf programma, waarin het onorthodoxe drumwerk van Vinsent Planjer de hoofdattractie vormde. Michel Godard trad aan met de ‘serpent’, een slangvormig, tuba-achtig renaissance-instrument, en hoewel het hese geluid mooi kleurde met de theorbo bleef ook dit optreden wat vlak.

Het leukst was het in de kleinere zalen. Mechanical Duck werkte Schuberts liedcyclus Die schöne Müllerin om tot het eigentijdse jazzrockspektakel Liebeskrank, en bracht daaruit een proeve. Alles was geoorloofd: Charles Hens zong Wohin? door een megafoon. Wat hij miste aan verfijnde muzikale liedretorica compenseerde hij met energie, inclusief headbangen. De fenomenale arrangementen van het begeleidende trio gaven daar alle aanleiding toe: drummer Felix Schlarmann, Hammond-organist Folkert Oosterbeek en de elektronisch en anderszins vervormde saxofonist Jasper Blom toverden de ene na de andere gierende surprise tevoorschijn.

Verrukkelijk ongewoon was ook het miniprogramma van ensemble Black Pencil, met muziek van Dowland en Telemann én een nieuw stuk van Oene van Geel. Een sonore accordeon- en altvioolmelodie kreeg gezelschap van hinkend slagwerk, waarna de boel lekker ontspoorde in een potpourri van stijlen.