Interview

‘Frankrijk snapt de wereld niet meer’

Marcel Gauchet

Franse politici durven de waarheid niet te zeggen, aldus de historicus en filosoof Marcel Gauchet. Economie gaat in deze tijd van mondialisering vooraf aan politiek. ‘Voor een Fransman is dat een enorme schok.’

Marcel Gauchet: ‘Le Pen sluit ik niet meer uit’ Foto Paolo Verzone/ l’Agence VU/HH

Met wapperende regenjas komt Marcel Gauchet de deftige entrée van de Parijse uitgeverij Gallimard binnenstormen. Zijn kantoor, drie bij drie meter, bevindt zich op de eerste etage, het tekent de prominente plek die hij inneemt bij het prestigieuze uitgevershuis. De boekenplanken zijn volgestouwd met uitgaven van Gallimard en jaargangen van het tijdschrift Le Débat, waarvan Gauchet (1946) al jaren hoofdredacteur is. Afgaande op het aantal witte en beige kaften – in Frankrijk geldt nog steeds: hoe kleurlozer het boek, hoe interessanter – zitten we hier in het intellectuele walhalla van Frankrijk.

Gauchet geldt als een van de meest eerbiedwaardige en spraakmakende denkers van hedendaags Frankrijk. Hij publiceerde standaardwerken over de republiek, democratie, religie en onderwijs, schrijft stevige artikelen over mensenrechten, globalisering en Europa. Hoewel hij altijd tot ‘la gauche’ heeft behoord en sommigen in hem de hedendaagse Sartre zien, vinden anderen hem een ‘néoreac’. De krant Libération karakteriseerde hem onlangs als ‘insaisissable’, ongrijpbaar.

Dit jaar publiceerde hij Comprendre le malheur français, een boek waarin hij in interviewvorm diepgaand en bevlogen zijn visie geeft op de vraag hoe het komt dat Fransen zo ongelukkig zijn, zo pessimistisch over hun toekomst. ‘Zijn ze gek geworden, die Fransen?’ Wat is er mis met die mensen die in het mooiste land van Europa wonen, die alles hebben en er toch geen gat meer in zien?

Al jaren verschijnt in Frankrijk het ene na het andere boek over ‘déclinisme’ (verval), ‘fin’, ‘désenchantement’ (ontgoocheling, red.), ‘suicide’ en andere onheilstitels over de neergang van Frankrijk.

Gauchet: „Frankrijk heeft een verleden van internationale politieke, culturele en intellectuele uitstraling. Het was sinds de achttiende eeuw de hoofdstad van de revolutie, haar kunst speelde een grote rol in de wereld. Die cruciale positie heeft ze verloren. Haar grote historische rivaal, het Verenigd Koninkrijk, beschikt nu over de wereldtaal. Dat maakt een enorm verschil in hoe de Britten zichzelf zien. Als dat niet zo was, hadden ze nooit voor een Brexit gestemd.

„De City is belangrijk op economisch vlak, het Verenigd Koninkrijk heeft een bevoorrechte positie bij de Verenigde Staten. Niets van dat alles geldt voor Frankrijk, ook al is het land diplomatiek heel actief. Op het politiek-culturele vlak wordt dat verlies het meest gevoeld.”

Bijna niets waar een Fransman echt trots op was, is nu nog van belang, schrijft Gauchet. Dat typisch Franse model definieert hij met begrippen als ‘universalisme, de republiek, interne tegenstellingen, en een neiging tot terugkeer naar waarden van het ‘Ancien Régime’.

Gauchet: „Al die zaken kun je samenvatten met de term ‘primauté du politique’. De staat, de republiek, de maatschappij staan allemaal in het teken van politisering, dus van de confrontatie. Daar draait het om voor de Fransman. De wereld waarin ze nu leven, vertelt hen dat de economie het belangrijkste is! De economie, die ze altijd hebben geminacht! De laatste grote Franse politicus, De Gaulle, zei over de economie altijd: ‘l’intendance suivra’ (de huishoudelijke dienst volgt). Tegenwoordig komt die niet na de politiek, hij gaat eraan vooraf!

„Voor een Fransman is dat een enorme schok. Jaren geleden heeft Lionel Jospin de verkiezingen verloren omdat hij één enkele zin had uitgesproken, ‘de staat kan niet alles’. Voor een Fransman moet de staat juist wél alles kunnen. De staat moet zich in ieder geval kunnen verzetten tegen alles wat tegen het gemeenschappelijk belang ingaat. Als je die filosofie hebt, dan is leven in de gemondialiseerde wereld, waarbij de markten alles bepalen, onacceptabel.

„Fransen hebben het ongelofelijk moeilijk om hun gewone levenswijze in te bedden in de nieuwe wereld. Een voorbeeld? Frankrijk is een oud immigratieland, het heeft een model ontwikkeld dat verschilt van alle andere landen: republikeinse assimilatie door scholing, door werk. Wij fabriceerden Fransen, in een mal, aan de lopende band. De immigratie van nu is heel anders, gebaseerd op het Amerikaanse model van culturele gemeenschappen. Dat gaat tegen de Franse traditie in.”

In uw boek legt u de nadruk op de verhouding van de Fransen tot het geld. In hoeverre is die zo anders dan elders?

„Tegenwoordig relateren we succes aan geld. Dat is deprimerend, voor alle Europeanen. Het model van de publieke zaak is gebaseerd op onbaatzuchtigheid. Je wordt geen arts, ambtenaar of docent louter voor het geld, het is de moraal van dienstbaarheid, je doet het – ook – voor de ander, je dient ‘het publieke’. Met zo’n instelling, die heel Frans is, is het natuurlijk zeer verwarrend om je in een wereld te bewegen waarin iedereen tot doel heeft rijk te worden. Dat telt als het gaat om het verwerpen van hervormingen. De elites zijn bondgenoten van de mondialisering, waarin ze gedijen, en ze zijn bereid het verleden van Frankrijk over boord te gooien. Aan de andere kant van de kloof zit het volk in al zijn variëteiten, dat erg gehecht is aan het verleden en zich momenteel volstrekt verraden voelt.”

In uw boek analyseert u het bewind van De Gaulle, Mitterrand en andere presidenten. U verwijt hen dat ze de Fransen hebben voorgelogen.

„Wat veel verklaart van hoe Frankrijk er vandaag voorstaat, is dat De Gaulle voor Frankrijk verborgen hield dat het land niet meer de tweede macht in Europa was. Hij heeft de kolonisatie afgesloten en van Frankrijk een industrieland gemaakt, een prestatie van formaat. Hij liet Frankrijk in de waan dat het nog steeds een machtig land was. Die leugen had een goede kant: hij zorgde voor energie, voor zelfvertrouwen.

„Mitterrand imiteerde De Gaulle, hoewel hij hem verafschuwde. Ook hij hield de realiteit voor de Fransen verborgen, ook hij maskeerde de enorme taak waarvoor Frankrijk stond aan het begin van de mondialisering. Mitterrand vertelde de Fransen dat ze, dankzij Europa, eigenlijk niet hoefden te veranderen, Europa zou worden net als zij.

„Het is opvallend dat de Franse elite zelfs nu nog niet beseft dat Frankrijk niet meer de lakens uitdeelt in Europa. Laatst beweerde een bekende intellectueel hier, Alain Minc, dat Duitsland in de passagiersstoel zit om Europa er economisch bovenop te brengen, maar dat Frankrijk bepaalt welke kant het op moet! Zo is het vaak, tot mijn verbijstering.”

Een paar weken geleden heeft u, samen met Pierre Nora, president Hollande geïnterviewd in ‘Le Monde’. Wat viel u op?

„Hollande heeft een heel lucide kijk op het uitoefenen van de macht. Hij zegt bijvoorbeeld dat de macht van de Franse president heel groot lijkt, maar in werkelijkheid heel klein is. Dat is een enorme constatering, een aanklacht tegen ons constitutionele systeem. Al die kandidaten op rechts die nu roepen dat ze hun autoriteit wel eens zullen laten gelden – absurd, die macht hebben ze helemaal niet. Hollande weet dat tenminste. Alleen zegt hij het niet tegen de Fransen, hij blijft doen alsof hij de koning is. Waarom? Hij is bang de waarheid te zeggen. Dat dateert uit de Revolutie, het is een constante in de geschiedenis van Frankrijk. Er zijn momenten waarop je met een leugen kunt leven, maar soms kan dat niet meer.”

In uw boek velt u een keihard oordeel over Hollande.

„Het is de intelligentste president die we sinds lang hebben gehad, een democraat, ontegenzeggelijk heel toegankelijk, maar zijn intelligentie werkt hem tegen. Mitterrand was een cynicus, hij besefte al dat je als president veel vrienden nodig hebt, dus benoemde hij zijn arts tot ambassadeur. De vriendjespolitiek van Hollande is ongekend. De meeste ministers die hij benoemde zijn volstrekt incompetent. Hij laat mensen hun gang gaan. Hollande is een fatalist, met een houding van ‘tja, zo is het nu eenmaal in de Franse politiek, wat wilt u dat ik eraan doe?’”

U denkt niet dat Hollande nog een termijn krijgt. Hoe dan verder?

„We zitten in een vastgeroest systeem, ik zie geen mensen die het in beweging zouden kunnen krijgen. Jongeren vinden politiek oninteressant. De mensen die in de race zijn, zijn allemaal conformisten, opgevoed in een bepaald systeem, ze zien niet in waarom ze dat zouden veranderen. Marine Le Pen? In de huidige context, met het terrorisme, sluit ik haar niet meer uit. Stemmen voor het Front Nationale zijn proteststemmen, van mensen die vinden dat niemand hen vertegenwoordigt, dat niemand hun belangen verdedigt. Dat is in een democratie een onhoudbare situatie. We zitten in een enorme politieke crisis. Maar goed, Frankrijk is een land van crises.”

Kan iemand als Emmanuel Macron, de net opgestapte minister van Economische Zaken, een rol spelen?

„We hebben iemand nodig die realistisch is, die de Fransen uitlegt hoe de huidige wereld in elkaar zit, iemand die alles waarin ze geloven ter discussie durft te stellen. En die tegelijkertijd tegen hen zegt dat het mogelijk is in die nieuwe constellatie een plek te vinden. Maar wel op voorwaarde dat ze de realiteit accepteren. Je moet de waarheid durven zeggen. Kan Macron dat? Ik betwijfel het. Hoe dan ook zal niemand de Fransen overtuigen met alleen een economisch discours.”