Opinie

Etnisch profileren, ik doe het dagelijks

is huisarts en profileert de hele dag. Zijn patiënten zijn hem er dankbaar voor. Ze doen het overigens zelf ook, dat profileren.

Ik profileer. Ik profileer etnisch. Ik profileer cultureel. Ik profileer de hele dag. Toen ze net naar Nederland kwamen, die je-weet-wel Nederlanders, moesten wij, huisartsen, cursussen volgen om hen beter te kunnen begrijpen: hun gewoontes, hun manier van doen, waarin ze anders waren. Niet dat ik er veel aan heb gehad: het beste leer je dat toch in de praktijk van alledag. En ze waren ook zo oppervlakkig, die cursussen.

Nee, ik heb mijn discriminatievermogen gaandeweg moeten aanscherpen. Heb dingen geleerd die de deskundigen mij niet hadden verteld. Ik snap nu dat een bevel uit de mond van een ex-rijksgenoot-van-Afrikaanse origine (sorry dat ik dit zo cru opschrijf) hetzelfde is als een verzoek. Dat zou ik van een ander niet pikken.

De je-weet-wel Nederlanders doen het zelf ook, profileren. Komt er iemand bij me die zegt: „U weet wel, wij Marokkanen…” Ik weet het dan niet, maar ik laat het me graag vertellen.

Of: „U weet wel hoe de mannen zijn”

„Nou, ik ben ook een man.”

„Nee, dat bedoel ik niet. Surinaamse mannen en daarom wil ik mij graag van onderen laten controleren.”

Natuurlijk check ik altijd wel even bij de betreffende je-weet-wel Nederlander of mijn idee over hem of haar klopt. Je weet maar nooit. Zodoende vraag ik, als ik een vrouw met een hoofddoek en een zwarte jas tot op de grond op bezoek krijg, of ik haar een hand mag geven. Voor de zekerheid. Soms mag het wel, soms niet. Het is nooit bij me opgekomen om dat aan een niet-je-weet-wel-Nederlands meisje met een muts op te vragen. Etnisch profileren zit in kleine dingen.

Van sommige zaken weet ik wel dat ik het niet mag vragen, maar dan vraag ik het toch. Omdat het nodig is voor mijn werk. Maar ik vraag het wel met een excuus: „Neem me niet kwalijk dat ik het vraag…” Dan mag het meestal wel, maar dat is omdat ik aangeef dat ik weet hoe het eigenlijk hoort. Bij hen.

Dat is nog maar de cultuur. Dan volgt de etniciteit nog.

Ik heb geleerd rekening te houden met de etnische achtergrond van mijn patiënten. Daar niet op letten kan gevaarlijk zijn. Sommige narigheden komen nu eenmaal vaker bij de ene groep voor dan bij de andere, zelfs bij jonge mensen. Terwijl je de één geruststelt bij een vage druk op de borst, moet je bij de ander direct tot actie overgaan, anders overleeft hij het niet. Puur omdat hij een je-weet-wel-Nederlander is met migratieachtergrond en verre voorouders uit India (sorry, sorry).

Ook de organisaties waarmee ik samenwerk doen aan profilering: „Vermenigvuldig de uitslag van dit onderzoek bij mensen met Afrikaanse wortels (sorry, sorry) met 1,21.” Oeps! Of: „Bij mensen met een Aziatische achtergrond (sorry, sorry) liggen deze waarden meestal hoger, zonder dat er iets aan de hand is.” En dan nog hoe ik ze behandelen moet: dit werkt bij de een, dat werkt niet. Alleen door etnische verschillen. Zo profileer ik de hele dag door en bereken kansen.

De je-weet-wel-Nederlanders doen er niet zo moeilijk over. Zij zijn me er dankbaar voor.