Erdogan raakt EU waar het pijn doet

Ankara beseft dat de EU de relatie met Turkije beleeft als een noodzakelijk kwaad. De Turkse president is niet te beroerd om te jij-bakken. Hij schetst een Europees doembeeld van een migrantenstroom.

Vluchtelingen wachten in een kamp vlakbij Gaziantep, Turkije. Foto Umit Bektas/Reuters

De Turkse president Erdogan weet precies waarmee hij zijn Europese collega’s het beste kan raken: het doembeeld van een onophoudelijke stroom vluchtelingen die ongehinderd de Turks-Bulgaarse landgrens overwandelen. Vrijdag dreigde hij er weer mee, in reactie op de oproep van het Europees Parlement om de onderhandelingen met Turkije te bevriezen.

Tijdens een rechtstreeks uitgezonden toespraak bij een congres over ‘vrouw en recht’ in Istanbul zei Erdogan „de grensovergangen te openen” als „Europa te ver gaat”. De achterliggende boodschap zat in de zin die op het dreigement volgde: „Vergeet niet dat het Westen Turkije nodig heeft.”

Het zijn uitspraken van een beledigd staatshoofd dat niet te beroerd is om te jij-bakken. In de aanloop naar de negatieve stemming in het Europarlement zei hij al dat Turkije zelf ook een stemming zou kunnen organiseren. Een referendum in het voorjaar, over de vraag of Turken eigenlijk nog wel bij de EU willen. In het huidige klimaat zou een meerderheid ‘nee’ stemmen. Hij gaf de EU tot het einde van het jaar om te beslissen of ze met of zonder Turkije door wil.

Constructieve dialoog

Dat maakte weinig indruk. Het zou een deel van de Europese politici zeer gelegen komen als de Turkse bevolking zelf zou besluiten het streven naar volwaardig lidmaatschap los te laten.

Het besef dat de EU de relatie met Turkije beleeft als een noodzakelijk kwaad, is in Ankara de afgelopen maanden weer in volle omvang doorgedrongen. In het voorjaar, toen de vorige premier het vluchtelingenakkoord sloot, leek er even sprake van constructieve dialoog en samenwerking. Die positieve sfeer is volkomen verdwenen na de afgewende machtsgreep van 15 juli.

In de beleving van de Turkse regering en een groot deel van de Turkse bevolking heeft ‘Europa’ vanaf die dag verkeerde keuzes gemaakt. Een echte vriend en bondgenoot zou onvoorwaardelijke steun hebben beloofd, juist in de moeilijke tijden die het land doormaakt vanwege de interne dreiging. Maar eens en te meer blijkt de relatie met Europa er een van voorwaarden. ‘Haal het niet in je hoofd de doodstraf in te voeren, want dan mag je nooit bij onze selecte club’.

Massa-arrestaties

Dat wordt ervaren als een vorm van verraad. In reactie op de kritiek vanuit Europa op de massa-arrestaties en massa-ontslagen in Turkije wordt steeds harder de beschuldiging herhaald dat Europese landen terroristen zouden beschermen. Het bewijs daarvoor zou onder meer zijn dat Europese landen Koerden van de PKK, die in Turkije tereuraanslagen pleegt, niet uitleveren en vrijelijk laten demonstreren. Het is een moeilijk dossier met een lange voorgeschiedenis, waarover in goede tijden minder ophef wordt gemaakt.

Inmiddels vormt zich het volgende hoofdpijndossier dat de relatie belast. Honderden aanhangers van de Gülenbeweging, die volgens Ankara achter de couppoging zit, zijn naar Europa gevlucht en vragen asiel aan. In Nederland is het aantal asielaanvragen van Turken daardoor verviervoudigd ten opzichte van de voorgaande jaren naar 188 eind oktober. De stijging is van na 15 juli.

Deze mensen, terroristen volgens Turkije, asiel geven zal ongetwijfeld extra druk leggen op de moeilijke relatie. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie verloopt de samenwerking met Turkije goed. Met enige regelmaat worden uitgeprocedeerde asielzoekers uitgezet naar Turkije. De zorgen over de ontmanteling van de rechtsstaat hebben daar geen verandering in gebracht. Volgens een woordvoerder van Vluchtelingenwerk Nederland gaan de Turkse asielzoekers momenteel allemaal een verlengde procedure in, voor complexe gevallen. Dat geeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst vijftien maanden om een besluit te nemen. Tegen die tijd zou ook duidelijk moeten zijn of de relatie tussen Turkije en de EU nog te redden is.