Column

Een opsteker voor de liberale wereldorde

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over politiek en Europa.

De wereld heeft nu twee weken lang gepiept en geklaagd over de onstuitbare opmars van Donald Trump en zijn gevaarlijke populistische klonen in Europa. Zie Poetin genieten! Zie de EU verkruimelen! Zie hoe Wilders zichzelf buiten de wet plaatst! Zie de elite sidderend en bevend onder de banken wegduiken!

gruyter-caroline-de-11-2013-025

Er is reden tot zorg, absoluut. Overal in Europa wordt de soliditeit van onze instituties voor het eerst echt op de proef gesteld. Niemand weet hoe sterk ze zijn, of ze het houden.

Toch schuilt er onder alle morele verontwaardiging ook enige intellectuele luiheid. Het is de luiheid van burgers die het altijd goed hebben gehad en niet gewend zijn, behalve met Facebook-likes, voor democratische privileges te vechten. Van burgers ook die, als het een keer tegenzit, de energie en visie niet hebben om er het beste van te maken: „Laat iemand anders het maar doen.”

Maar zonder opgewektheid, nieuwsgierigheid, en het intellectuele lef om alternatieven uit te denken, gaan wij het niet redden tegen de populisten. In die zin is het gejammer over de populistische horror show bijna erger dan de zege van Trump zelf.

Toch heeft het populisme afgelopen week een enorme klap opgelopen, in een cruciaal Europees land nog wel: Frankrijk. Wat hier gebeurde is hoopgevend, en toont dat er zelfs in een verziekt politiek klimaat plaats is voor echte democratische processen. Oud-president Nicolas Sarkozy, die bereid was bijna alle slogans van het Front National over te nemen als hem dat weer in het Elysée kon krijgen, werd in de eerste conservatieve voorronde voor de presidentsverkiezingen weggevaagd door een man die gewoon, heel ouderwets, een doordacht inhoudelijk programma heeft.

Je kunt het met Fillon eens zijn of niet – sociaal is hij bijvoorbeeld aartsconservatief – maar de crux is dat hij zelfs toen hij in de peilingen ver achter lag op Sarkozy nog geloofde in zijn programma en niet bereid was er aan te gaan schaven. Alleen al daarom mag je concluderen dat de liberale democratie niet ten dode is opgeschreven. Amen.

In Le Monde legde Fillon uit wat hij met de buitenlandse politiek wil. Een genot om te lezen. Eindelijk een politicus die nadenkt en niet alleen zegt wat hij denkt dat mensen willen horen. Bijvoorbeeld:

„Het is niet realistisch om sancties tegen Moskou te hebben en te wijzen naar het populistische gevaar in Washington, en hen tegelijkertijd om hulp te vragen om islamitisch totalitarisme te verslaan en te manen om de regels van het multilateralisme te respecteren.”

De spijker op de kop. Dit is wat Europa moet horen: get real, maak keuzes, ga eens machtsdenken en verschuil je niet eeuwig achter je morele gelijk. Volgens Fillon, zeker geen sentimentele Europeaan, moet de Frans-Duitse as dringend worden gerepareerd. Frankrijk moet eindelijk zijn economie hervormen, Duitsland moet eens op defensie- en buitenlandspolitiek gebied gaan meespelen.

Fillon, die pro-Navo is maar goede relaties met Poetin onderhoudt, vindt het verder absurd dat Europa alleen met vrienden praat. „Dan praat je met niemand”, heb je nul invloed. Daarom wil hij banden met Assad aanknopen, met Poetin, met de Iraniërs.

Mocht Fillon president worden, en die kans is aanwezig, dan moet je nog zien wat hiervan komt. Maar zulke impulsen alleen al zijn welkom. Frankrijk is een belangrijk land. Als het dit soort ideëen gaat inbrengen in de Europese buitenlandse politiek, is dat goed. Dan staat Duitsland er niet meer alleen voor. Dan kan Europa weer ergens heen. En dan kunnen al die defaitistische griezelstukken over Trump mooi naar de kortkolommen.

Een selectie van de ‘In Europa’-columns van Caroline de Gruyter is verschenen als Het vervloekte paradijs.