Een fijn land vol kwade kiezers

Oostenrijk

Wordt Norbert Hofer de eerste extreemrechtse president aan deze kant van het oude IJzeren Gordijn? Op 4 december kiest het welvarende, maar boze Oostenrijk een nieuw staatshoofd.

Links een poster van presidentskandidaat Foto Reuters

In een Weense villawijk stopt een taxi voor een huisartsenpraktijk. De auto erachter moet stoppen en begint meteen te toeteren. Een assistent komt aanlopen en helpt een stokoude man met loden hoed en jasje uit de taxi. Iedereen ziet dat. Toch wordt het getoeter luider. Vijf, zes auto’s staan nu achter de taxi. Sommige automobilisten hebben hun raam opengedraaid en overschreeuwen hun claxon. In deze herrie schuifelen de assistent en de oude patiënt naar de praktijk.

Dit is geen incident. In deze straat met okerkleurige huizen uit de Habsburgtijd kun je zoiets dagelijks meemaken. De korte lontjes van de gegoede middenklasse – het is één van die dingen waaraan je merkt dat er in dit aangeharkte Europese land iets niet in orde is. Onwillekeurig denk je daaraan, als Oostenrijkers voorspellen dat de extreemrechtse presidentskandidaat Norbert Hofer op 4 december de presidentsverkiezingen gaat winnen. Het is ook een van de redenen dat het weekblad Profil onlangs de Wutwähler tot ‘Mens van het Jaar’ uitriep.

Jarenlang was Oostenrijk een burgerlijk, Midden-Europees achterland zonder veel strategische waarde. De economische crisis duurde hier kort. De werkloosheid is laag. Oostenrijkers verdienden goed aan Europese uitbreidingen naar het oosten. Nu lijkt het land, vanwege de verkiezingen, naar het oog van een Europese politieke storm te drijven.

Als de 45-jarige Hofer wint, wordt hij het eerste extreemrechtse staatshoofd aan deze kant van het oude IJzeren Gordijn. Het zou een Trump-moment zijn in Europa. Verwacht Marine Le Pen en Geert Wilders snel daarna in de Weense Hofburg, zwaaiend vanaf een balkon.

Nek-aan-nek

Hofer en zijn links-liberale concurrent Alexander van der Bellen (72) zijn in een nek-aan-nekrace verwikkeld. Peilingen geven beiden 50 procent. Toch denken velen dat Hofer wint. Als je vraagt waarom, zeggen ze: „Dat voel je gewoon, het hangt in de lucht.”

De politieke energie zit bij de Hofer-kiezers. En de energie die er deze zomer toe leidde dat aan de andere kant Van der Bellen won, heeft plaatsgemaakt voor defaitisme. Mocht Van der Bellen alsnog winnen, dan gebeurt het ondanks dit gevoel van verslagenheid.

Oostenrijkse presidentsverkiezingen waren decennialang volmaakt oninteressant. Zeventig jaar lang hebben twee partijen – socialisten en conservatieven – het land vrijwel onafgebroken samen bestuurd. Na twee wereldoorlogen en een bloedige burgeroorlog ertussen spraken zij in 1945 af dat ze voortaan alles bij consensus zouden beslissen. Zo geschiedde. Welk van de twee partijen de president leverde, deed er nooit toe: hij was deel van het Konkordanz-systeem. Maar op papier heeft hij veel macht: hij kan parlement en regering naar huis sturen, benoemingen blokkeren, wetten vetoën. Juristen hebben vaak gewaarschuwd dat de grondwet gewijzigd moest worden, om het land en zijn instituties te beschermen tegen een president die zijn volmachten op een dag wél wil gebruiken. Het is nooit gebeurd.

Stroperigheid

Nu is het presidentschap, voor het eerst, wél belangrijk. Oostenrijkers hebben genoeg van al die identieke regeringen. Dat bracht vrede en welvaart, maar ook stroperigheid en vriendjespolitiek. Hervormingen zijn vrijwel onmogelijk. Iedereen klaagt.

Mede daardoor komen de regeringspartijen, die ooit samen 90 procent haalden, niet langer boven de 50 procent uit. Beiden hadden in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, in april, futloze kandidaten. Die scoorden 11 procent elk. Hofer, een voormalig vliegtuigtechnicus die parlementariër is én auteur van het FPÖ-partijprogramma, won die ronde met 37 procent. In de tweede ronde nam hij het op tegen Van der Bellen, gepensioneerd economieprofessor en voormalig Grünen-politicus die nu onafhankelijk is.

Van der Bellen won nipt, met 30.000 stemmen verschil. Maar Hofer klaagde bij het Constitutionele Hof over per post uitgebrachte stemmen die te vroeg waren geopend en andere procedurefouten. De rechters gaven hem begin juli gelijk en beslisten dat de verkiezingen over moesten. Voor politieke manipulatie was geen bewijs. Het „had kunnen gebeuren”, stond in het vonnis.

Zwijnenstal

Dat was het keerpunt. Het was een onafhankelijke uitspraak. Toch had Hofer ergens gelijk gekregen: volgens de FPÖ, opgericht door ex-nazi’s, is Oostenrijk een zwijnenstal die schoongeveegd moet worden – zoals Donald Trump wil dat ‘het moeras Washington’ wordt ‘drooggepompt’.

Van der Bellen-aanhangers werden bitter en zeiden dat het Hof zich door de FPÖ had laten intimideren. Sindsdien hoor je, ook van hen, dat Van der Bellen niet nog eens zal winnen.

Vervolgens vochten de rechters in de media meningsverschillen uit over de uitspraak. Een van de meest gerespecteerde staatsinstellingen ging door het slijk. Dit zette de FPÖ-claim dat het establishment „verrot” is, kracht bij. In september, voordat voor de derde keer gestemd zou worden, was de farce compleet. Stemenveloppen plakten niet. Poststemmen arriveerden geopend en waren ongeldig. Wéér werd de datum verschoven, naar 4 december.

Op internet postten mensen foto’s van hun vlag met een banaan: „Bananenrepubliek Oostenrijk”. Ook dat versterkte de FPÖ-claim dat het systeem vermolmd is.

Vier keer is het land vol gehangen met nieuwe posters. Oude slogans, nieuwe datum. Tussen de hoofden van de twee kandidaten verscheen een derde: dat van keizer Franz Joseph I, met zijn grijze bakkebaarden. Precies een eeuw geleden, op 21 november 1916, stierf hij. Hij was een gerespecteerd monarch, nog steeds. Iedereen trekt, onontkoombaar, parallellen. Destijds liep een keizerrijk ten einde. Iedereen voelde dat aankomen, niemand was bij machte om bij te sturen. Nu lijkt de liberale, naoorlogse orde van de rails te lopen.

Boeken van Stefan Zweig en Joseph Roth, die deze langzame ontwrichting meesterlijk beschreven, worden herdrukt. Ook Karl Kraus, journalist en satiricus, wordt weer stukgelezen. Maandag werd in de keizerlijke badplaats Baden voorgelezen uit zijn toneelstuk Die letzten Tage der Menschheit (1919), dat in kolderieke losse scènes het verkruimelende keizerrijk op de hak nam. Twee mannen in badjas deden maandag onder de zuilen van het oude vrouwenbadhuis (nu het Arnulf Rainer-museum, naast het keizerlijke buitenverblijf) Kraus’ persiflages herleven over cynische media, huichelachtige politici en de inhalige burgerij van toen: „Statt Kaviar auf Butterbrot/ gibt’s nix als einen Heldentot”.

Kraus zag de Eerste Wereldoorlog als de eerste echte media-oorlog. Een der protagonisten, een verslaggeefster, beschreef de desastreuze ontwikkelingen aan het front alsof het een realityshow was. Ze probeerde een geweer, en schoot. Iemand schoot terug. „Interessant!” kirde ze.

Nieuws werd vermaak. Alles was maskerade. Kraus zag Wenen als „proefstation voor de ondergang van de wereld”.

Historische vergelijkingen gaan altijd mank. Maar dat het publiek in het badhuis – designbrillen, linnen jasjes – parallellen zag met de huidige verkiezingscampagne, zij hen vergeven. Televisiedebatten tussen de kandidaten zijn moddergevechten. Van der Bellen zou dement zijn, kanker hebben, communist zijn. Zijn vrouw zou een antifascistische betoging hebben bijgewoond. De presentator vraagt: „Is dat zo, Herr Van der Bellen?” Waarop hij met bewijs moet komen: oude kiekjes, papieren, doktersbewijs. De emeritus-professor verweet Hofer dat hij een uitkering had aangevraagd en contacten heeft met neonazi’s. Hofer riep verontwaardigd: „Zie? Hoe het establishment ons probeert zwart te maken als wij misstanden aankaarten?”

De FPÖ-partijchef waarschuwde laatst voor „een burgeroorlog”.

Wereldwijd isolement

Van der Bellen wil een ceremoniële president zijn, apolitiek, zoals zijn voorgangers. Het is zijn laatste verdedigingslinie: zorgen dat het land niet wéér in wereldwijd isolement terechtkomt, zoals na de Waldheim-affaire in 1986 en bij de FPÖ-regeringsdeelname in 2000.

Maar ook dat speelt Hofer in de kaart. Tijdens de Waldheimaffaire, die draaide om het naziverleden van de presidentskandidaat, hingen overal posters met de tekst: „Wij kiezen wie we willen”. Die dynamiek is terug. „Buitenlanders bepalen niet op wie ik stem”, zegt een apotheker. „Van der Bellen is een communist. Jullie zien dat niet. Wij wel.”

Hofer wil wél een politiek presidentschap. „U zult wat beleven”, zei hij op de vraag of hij meer volmachten zou gebruiken dan eerdere presidenten. Zo zou hij weigeren CETA te tekenen, mocht dit handelsakkoord tussen de EU en Canada op zijn bureau landen. Hij zei ook dat hij de regering had ontbonden als hij in 2015 president was geweest, omdat die zoveel vluchtelingen binnenliet. „Dit is ons land, wij moeten het intact aan komende generaties doorgeven.”

Hij wil ook meer doen voor „de inbedding van Oostenrijk in de Duitse cultuurgemeenschap” in Zuid-Tirol (Italië), Hongarije en andere delen van het Habsburgse Rijk. Hofer is lid van een pan-germanistische mannenclub. Verder wil hij in Wenen een top organiseren tussen Donald Trump en de Russische president Poetin. Tijdens een FPÖ-avond in een barok paleis vol burgers in bontjassen, vorige week, moedigde de eurosceptische oud-president van Tsjechië, Vaclav Klaus, hem aan. „De Amerikanen hebben de dijken ook gebroken!” Gejuich.

Wakker worden

Van der Bellen roept sinds de Amerikaanse verkiezingen Oostenrijkers juist op „wakker [te] worden”. Maar de regeringspartijen onthouden zich van stemadvies. Ze denken, in de sfeer van Kraus, aan de toekomst. Najaar 2018, of eerder, zijn er parlementsverkiezingen. De FPÖ is de grootste partij. Ze zit al in twee deelstaatregeringen. Socialisten en conservatieven denken dat een landelijke regering met de FPÖ onontkoombaar is, en proberen als coalitiepartner in het gevlij te komen. Ze vitten constant op elkaar, en ze vermijden kritiek op Hofer. Alleen een enkeling, zoals oud-eurocommissaris Franz Fischler, heeft daar lak aan.

Ziehier Oostenrijk: een fijn land vol gefrustreerde burgers. In 2008 zei 66 procent „optimistisch” te zijn, nu is het nog 48 procent. Wat er op 4 december gebeurt, weet niemand. Maar in dit stadium moet je op de middenklasse letten. Op mensen die profiteerden van het oude systeem, en veel te verliezen hebben als ze op het verkeerde paard wedden. De bankiers. De dokters. De zakenlui met een huis in Toscane. Het is dezelfde groep die Trump het laatste duwtje naar de zege gaf: mensen die niet in een volkswijk op hun claxon slaan, maar in een villawijk.