De rotte appel van de Charlie-compagnie

Moordzaak

Admilson R., veroordeeld tot 30 jaar cel en tbs voor drie roofmoorden in Drenthe, vocht eerder in Afghanistan. De jongens van zijn legereenheid vertrouwden hem blind. Maar nu kijken ze anders naar dingen die daar zijn gebeurd. „Voor mij is het duidelijk dat Appie die granaat heeft gegooid.”

De granaat 7 maart 2010, 11.51 uur, Afghanistan

Lunchtijd op legerkamp Coyote. Op zijn knieën kruipt chauffeur Erik door zijn pantservoertuig. Hij zoekt zijn iPod. Korporaal-mineur Appie staat achter hem, hij wil ermee hardlopen. Erik graait onder zijn stoel en buigt zich voorover om onder het dashboard te kijken.

Opeens begint Appie te schreeuwen.

„Erik! Rennen, rennen, rennen!”

Een doffe klap dreunt door de Tangi-vallei in Uruzgan. Er komt rook uit het legervoertuig, een Bushmaster. Granaatscherven hebben zich in het pantser geboord. De boordschuttersplaat is kromgetrokken.

Erik staat verdwaasd naast Appie. De mannen wankelen het kamp over, naar de tent van het peloton. Daar poetst boordschutter Dennis ‘Nekkie’ zijn wapen. „Vast weer een Pantserfaust”, een antitankwapen, had hij nog tegen een collega gezegd.

Hijgend komt Erik de tent binnen. Hij grijpt naar zijn rug, huilt en zegt: „Het was bijna Endex.” Oftewel: einde oefening. Appie volgt. Kijkt naar de grond. Tranen in zijn ogen. In de Bushmaster is een granaat ontploft. Hij zag ’m rollen.

De militairen denken aan een aanslag van de Taliban. De Afghaanse tolken worden bijeengedreven in een tent. Vanaf een buurkamp twaalf kilometer verderop zijn de explosievenopruimingsdienst, twee marechaussees en de pelotonscommandant onderweg. Zij zullen de ontploffing onderzoeken. Appie vertelt hun: „Het voorval vind ik een poging tot moord. Omdat iemand opzettelijk en met voorbedachten rade geprobeerd heeft ons van het leven te beroven.”

De Charlie-compagnie 2008, Havelte, Johannes Postkazerne

Het zijn acht mannen, jongens nog. Opvolgend pelotonscommandant (OPC) Gerben, een boomlange man met gemillimeterd haar, staat voor ze. De Charlie-groep van de 112de pantsergeniecompagnie. Erik, Dennis, Vincent, Wouter, Frank, Gerben, Tim, Admilson. De jongste is 18 jaar, de oudste nog geen 30.

De opvolgend pelotonsleider zal ze voorbereiden op een uitzending naar Afghanistan. Bermbommen opsporen en onschadelijk maken. En als iemand van de Taliban zichzelf opblaast doen de Charlie-jongens ter plekke ‘post-blast-onderzoek’ en ruimen de boel op. Gerben gelooft in drills. Midden in de nacht de mannen wakker maken, ze een opdracht geven. Kijken wie overeind blijft, wie de leiders in de groep zijn. Als Gerben zijn eenheden laat fietsen van Zoutkamp naar Havelte, precies 112 kilometer, arriveert de Charlie-groep als eerste. Hij had niet anders verwacht: „Deze jongens willen winnen.”

Drilmatig handelen kan ik iedereen leren, vertelt Gerben Naves op een novembermiddag in zijn kantoor op de kazerne in Wezep. Hoe ze een bermbom moeten ontmantelen, wat ze moeten doen als de groep wordt beschoten. Maar hij kan ze niet leren „hoe ze klikken op elkaar. Dat is een kwestie van veel praten, van onderling contact”. Grinnikend: „Deze compagnie werd wel het Dr. Phil-peloton genoemd. Hun kracht was dat ze alles zelf konden oplossen.”

Chauffeur Erik Groenendijk is met zijn 27 jaar een van de oudsten. Samen met korporaal Vincent zorgt hij ook voor het eten. Pannenkoeken, hamburgers, noem het en hij maakt het. Erik hoor je al van ver. Een grappenmaker. Graag op de voorgrond. Terwijl soldaat Frank en korporaal-mineur Appie juist niet meteen hun hele hebben en houden op tafel leggen. De twee hebben een speciale klik, ziet de opvolgend pelotonsleider.

Ik was nieuw, vertelt soldaat Frank Senff, „niemand op de kazerne keurde me een blik waardig en toen kwam Appie met me praten”.

Explosievenkenner Appie was eerder op uitzending geweest naar Tarin Kowt. Een bedachtzame jongen, klein van stuk. Uitblinker in de fitness en pijlsnel. Gerben: „Ik had net nieuwe sportschoenen. Op z’n bootschoenen liep-ie me d’r verdomme nog uit.” Appie werd mijn voorbeeld, zegt Frank. Allebei mineur, allebei vrijgezel. Vlak voor de uitzending gaan ze nog met zes jongens van de compagnie op vakantie. Sunny Beach in Bulgarije. Zon en zuipen, tien dagen lang. De mannen praten over Afghanistan, maar niet veel. Als de opvolgend pelotonscommandant ze terugziet, weet hij: deze groep is er klaar voor.

Bekijk hieronder de video over de roofmoord

Verbrand mensenvlees Uruzgan, Afghanistan, 9 november 2009 – 12 maart 2010

Het Afghaanse jongetje is tien jaar. Over bijna zijn hele lichaam zitten derdegraads brandwonden na een zelfmoordaanslag van de Taliban. Tim, soldaat van de Charlie-groep, verbindt de jongen. De anderen moeten ter plekke op zoek naar bewijsmateriaal. Er zijn doden gevallen. De mannen vertellen er later moeizaam over. Ze laten foto’s zien. Lichaamsdelen tussen het puin. Afgerukte ledematen. En ze vertellen over een geur die ze nooit vergeten. Die van verbrand mensenvlees.

Opvolgend pelotonsleider Gerben staat bij de poort als ze terugkeren op het kamp. Hij kijkt hoe ze reageren. „Blijven ze bij elkaar? Wat hebben ze gezien, wat hebben ze gedaan, waar hebben ze hun wapens gelaten?”

Gerben kijkt naar Tim, achttien jaar: „Ik vroeg: Tim, hoe gaat het? ‘Hartstikke goed’, antwoordde die. Toen we naar de eetzaal liepen gaf hij toe: ‘toch best een ding’. En in de eetzaal barstte hij in tranen uit. We hebben met hem gegeten en daarna heeft de hele groep, met Appie en Erik erbij, de suïcide geëvalueerd.”

Als één van ons instort, vertelt Frank, dan gaan we met z’n allen om hem heen staan. Frank wordt ziek in Afghanistan. Hij ligt over te geven in zijn slaapzak, in een emmer, over de vloer. Zijn legermaten ruimen het op, spoelen de emmer om, wassen de slaapzak uit. Frank, nu: „Welke vriend zou dat in Nederland doen? Met die groep zou ik alles aandurven.”

De Charlie-jongens willen in Afghanistan voortdurend de poort uit. Ze willen zichzelf bewijzen. Zo hoopt explosievenkenner Appie zelf een bermbom te vinden, maar dat gebeurt almaar niet. Daar baalt hij van, vertelt hij de groep. „Niet actief gaan zoeken”, houdt OPC Gerben zijn mannen voor. „Als je er geen vindt, kan-ie ook niet afgaan.” Maar als meerdere in de hiërarchie begrijpt hij het wel. „Zoals een brandweerman zijn eerste brand wil blussen, wilde Appie een bermbom vinden en onschadelijk maken. Hij wilde een held zijn, daarvoor hebben wij hem opgeleid.”

Half maart 2010 vertrekt de 112de pantsergeniecompagnie, Charlie-groep, uit Afghanistan. De granaatontploffing is dan nog niet opgehelderd – het onderzoek van de marechaussee is in volle gang. Maar het groepsgevoel is ongebroken. De mannen gaan naar Kreta om bij te komen. Twee dagen „dronken rondrennen en vergeten”, een dag praten.

Pas als ze op het vliegtuig naar huis stappen, zegt opvolgend pelotonscommandant Gerben voor het eerst dat hij trots is op de Charlie-groep.

‘Appie’ Geboren: 12 september 1984, Brazilië

Appie. De jongens noemen hem nu nog zo. Zijn doopnaam is Admilson, hij is geboren in Campinas, Brazilië. Hij belandt met drie broers in een kindertehuis omdat zijn vader gevangen zit en zijn moeder haar kinderen slaat, schopt en verwaarloost. Als Admilson vijf jaar is, verhuist hij samen met zijn jongere broer Marcos naar het Nederlandse Wijster. Dankzij adoptiemoeder Geke voetballen ze algauw de Drenten van het veld.

Alles verandert als Geke borstkanker krijgt. Admilson moet behandeld worden voor agressieaanvallen en op z’n veertiende krijgt hij een werkstraf voor een inbraak. Hij is stevig gaan blowen. Als zijn adoptiemoeder is overleden, blijft hij ruziemaken met zijn vader. Intussen doet hij wel een monteursopleiding, heeft hij vriendinnen, gaat hij in Hoogeveen wonen en meldt hij zich aan bij het leger: Admilson is dan twintig. Hij doorloopt een psychologische keuring en een ‘veiligheidstest’ van inlichtingendienst MIVD. De MIVD bekijkt, net zoals bij alle nieuwe militairen, onder meer zijn strafblad en familieachtergrond.

Twee keer gaat Appie op missie naar Afghanistan. Hij is gedisciplineerd en betrouwbaar, van woedeaanvallen merken zijn legervrienden niks. Stress, alcohol, drugs? Frank schudt het hoofd. Ook opvolgend pelotonsleider Gerben herkent dat niet: „Na een plastest waren we wel eens jongens kwijt, maar Appie zat daar nooit bij.” Voor z’n toekomst volgt hij de mineursopleiding, maar een aanbod om plaatsvervangend groepscommandant te worden slaat hij af. Gerben: „Appie was fysiek sterk, maar met verantwoordelijkheden had-ie ’t moeilijk.”

Dat blijkt als de groep in de zomer van 2010, na hun uitzending, op oefening is. Appie krijgt een telefoontje. Zijn jongere broer Marcos aan de lijn. Die vertelt dat een andere broer in Brazilië is vermoord. Gerben: „Appie schoot in de stress. Hun biologische moeder is daar ook omgebracht.” Frank: „Het verhaal bleek verzonnen.” De broer leefde nog. Gerben: „Ik heb toen tegen Appie gezegd: ga met de maatschappelijk werker praten, hij kan je verder helpen. En neem je broer mee.”

De jongens horen in flarden over problemen bij Appie thuis. Erik: „Marcos had wanen toen ik hem ontmoette. Hij was zwaar drugsverslaafd.” Frank: „Marcos was een stressfactor. En ze hadden geldproblemen.” Gerben weet dat Appie Braziliaanse dromen heeft. Dat hij in dat land voor zijn broers wil zorgen. Dat hij en Marcos met de Johan Cruijff Foundation een voetbalclinic willen opzetten.

Maar Appie sluit zich af voor zijn legervrienden. Kort daarna stopt hij bij defensie en in 2012 haakt hij definitief af. Tegen Gerben zegt hij dat hij voor zijn broer gaat zorgen en in een fabriek gaat werken, amandelen op koeken drukken. Aan Frank vertelt hij dat zijn oude baas hem terug wil als elektromonteur. Frank probeert hem nog op andere gedachten te brengen: „We waren op de uitzending als een familie. Als jij weggaat, valt de groep uit elkaar. Hoe moet ik hier dan verder?”

Moord met militaire precisie 2014 en 2015, rechtbank Assen

Het is voorjaar 2014 als de Charlie-jongens voor het eerst horen over moorden. Twee adoptiebroers uit Brazilië hebben aan de politie bekend dat ze drie roofmoorden hebben gepleegd in Drenthe. De twee wurgden een echtpaar uit Exloo en schoten een wandelaar dood op het Dwingelderveld. Als het arrestatieteam hun flat in Hoogeveen binnenvalt, lezen de legerjongens in de krant, staan de agenten in een lege huiskamer. Geen bank, geen gordijnen, geen tv. Alleen een deur op schragen. Daarop een plattegrond met routes, vlaggetjes, een iPad en telefoons. De broers stonden weer op het punt op rooftocht te gaan, nu in Brabant.

Chauffeur Erik „schrikt zich helemaal rot”. Is dat de bedeesde, rustige Appie met zijn broer? Hij zocht ze ooit op in dat appartement op de bovenste verdieping van een woontoren in Hoogeveen. Frank kan het niet geloven: Appie, een moordenaar? „Hij stond voor ons op wacht. Als we sliepen en we deden onze ogen dicht, wisten we zeker dat het veilig was.” Gerben: „We vertrouwden elkaar blindelings. Of hij nou mijn pinpas wilde lenen of mijn vrouw, ik zou ze meegeven.”

Op de eerste rechtszittingen komt Appie niet opdagen. Zijn advocaat Michael Ruperti wel. Zijn cliënt heeft tijdens zijn laatste missie een oorlogstrauma opgelopen, vertelt hij de rechters. Hij kreeg last van stemmen in zijn hoofd nadat hij een afgerukt hoofd moest opruimen. „De enige manier om de stemmen stil te krijgen”, vertelde Admilson aan de politie, „was te moorden”.

De jongens van de Charlie-groep geloven niks van dat verhaal. Frank: „Als ik met Appie over de missie wilde praten, zei hij altijd: we hebben helemaal niks meegemaakt.” Deskundigen van onder meer het Pieter Baan Centrum vermoeden dat Admilson doet alsof hij gek is in de hoop op een lagere straf.

Echt geschokt zijn de legervrienden als in de rechtszaal details van de moorden naar buiten komen. De broers observeerden het echtpaar in Exloo vanuit een bivak in de bossen. Ze namen tiewraps mee, zetten een dwaalspoor uit, volgens een plan dat ze vooraf uitdachten en opschreven in een boekje dat ze hun ‘bijbel’ noemden. Toen wist zijn oude compagnie: Appie zit erachter. Gerben: „Je reinste militaire tactiek en techniek.” Frank: „Die basis hadden we samen geleerd.”

Admilson heeft de moorden eigenhandig uitgevoerd, benadrukt hij in de rechtbank. Hij wurgde het echtpaar en de wandelaar schoot hij dood met een Glock. Dat wapen was gestolen uit de kazerne in Havelte. De dag voor Hemelvaart 2009. In de wapenkamer was een spijker leeg en die bleef leeg. Opvolgend pelotonsleider Gerben moest bij de leiding komen. De poort ging op slot, niemand mocht het terrein nog af.

‘Appie, vertel de waarheid’ November 2016, Prinses Margrietkazerne, Wezep

Toen Admilson de diefstal van de Glock bekende, viel voor chauffeur Erik Groenendijk alles op zijn plaats. „Ik dacht ineens: oh, dus al voor onze uitzending was jij niet te vertrouwen.” Hij vraagt de marechaussee het onderzoek te heropenen naar de ontploffing in de Bushmaster. Dat gebeurde afgelopen zomer; de uitslag is nog niet bekend. Eerder kreeg Erik te horen dat hij en Appie zelf verdacht werden. Het kan niet anders, concludeerden de marechaussees, dan dat jullie zelf de granaat in de Bushmaster hebben neergelegd. Het Openbaar Ministerie verweet de twee onzorgvuldig handelen. De zaak wordt uiteindelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Defensie verklaart later dat Erik voor hen geldt als „onschuldig.”

Waarom zouden de twee hun leven hebben willen riskeren door de granaat zelf te leggen? Erik: „Voor mij is het duidelijk dat Appie die granaat heeft gegooid. Als ik mild ben, denk ik dat Appie een held wilde worden. Hij heeft me ook gewaarschuwd voordat de granaat ontplofte. Ik kan niet verder met mijn leven voor ik van Appie hoor wat er is gebeurd. De waarheid is nu te dichtbij. Tegen hem zeg ik: Appie, speel open kaart. Dan krijg ik mijn leven terug.”

In het nieuwe onderzoek heeft de marechaussee ook aandacht voor andere incidenten op kamp Coyote. Een dag voor de explosie in de Bushmaster vond Admilson een granaat onder een Mercedes Benz. Frank Senff was daarbij, bevestigt hij. Ook verdween een granaat uit de wapenkamer. Die vermissing, vertelt een getuige in het dossier, werd ontdekt net nadat Appie in de wapenkamer een wachtdienst had gedraaid.

Admilson werkt mee aan het heropende onderzoek naar de granaatincidenten in Afghanistan. Zijn advocaat Noortje Lut: „Ik kan me voorstellen dat Erik Groenendijk en de anderen uit het leger puzzelstukjes aan elkaar leggen vanuit verdriet, vanuit ongeloof. Maar in de rechtspraktijk is dat te kort door de bocht. Het een staat niet per se in verband met het ander. Het gaat om waarheidsvinding.”

Vier jongens van de Charlie-groep zitten nog in het leger. Drie van hen hebben een andere baan. Erik Groenendijk werkt met speurhonden. Admilson R. kreeg dertig jaar gevangenisstraf en tbs voor de roofmoorden in Drenthe. Het OM ging in beroep en eiste bij het gerechtshof opnieuw levenslang. Woensdag kwam het hof in Leeuwarden met een tussenarrest: de raadsheren willen onder meer bij Admilson een nieuw persoonlijkheidsonderzoek laten doen.

De jongens van de Charlie-compagnie hebben brieven geschreven aan Appie. Gerben Naves heeft die persoonlijk afgeleverd bij de gevangenis in Vught. Zelf heeft de opvolgend pelotonscommandant maar één vraag: ‘Waarom heb je onze hulp niet aangepakt, toen we zagen dat het niet goed ging met jou en je broer?’ Geen van de briefschrijvers heeft antwoord gehad. Frank: „Ik hoef hem alleen maar te zien. Even in de ogen te kijken. Dat zou voor mij genoeg zijn om te weten wat er is gebeurd.”