Cultuur

Interview

Interview

Foto Lars van den Brink

De man van de Metaforen Opruimings Dienst

Taalkunde

Metaforen helpen ons elkaar beter te begrijpen, maar kunnen ons ook misleiden, ontmoedigen of in de war brengen. Taalkundige Gerard Steen schroeft metaforen uit elkaar en verandert zo bommen in bruggen.

Artsen hebben het vaak over ‘de strijd’ tegen kanker, en daar moeten ze mee ophouden, betoogde oncologisch chirurg Schelto Kruijff vorige maand al in NRC. Want wat hebben mensen die terminaal zijn daaraan? Betekent het soms dat ze niet goed genoeg hebben gevochten? Hij is niet de enige die zich aan die metafoor stoort. De Engelse tegenhanger van het KWF pleit er al voor om kanker in voorlichtingsfolders te omschrijven als reis. „Maar dat leidt weer tot nieuwe problemen”, zegt hoogleraar Taalbeheersing Gerard Steen. „Want wie wil er nu een tumor als reisgezel?” Goed gebruik van metaforen is niet eenvoudig, kortom. Daarom is Steen met collega’s een onderzoek gestart naar: hoe kunnen mensen zich tegen metaforen wapenen?

Steen is dé metaforenman van Nederland. Sinds januari 2015 is hij werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam (UvA); daarvoor was hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit (VU). In 2010 richtte hij het Metaphor Lab Amsterdam op, een interuniversitair en interdisciplinair instituut van UvA en VU dat sinds 2010 onderzoek doet naar het gebruik van metaforen in brede zin: niet alleen in de literatuur, maar vooral ook in ons dagelijks leven. Onlangs organiseerde het Metaphor Lab een jaarlijks internationaal congres: het Metaphor Festival, met lezingen over metaforiek in therapie en metaforiek op het internet.

„Van de gedachte dat metaforen alleen werden gebruikt door schrijvers en dichters zijn wetenschappers in de jaren tachtig al afgestapt. Metaforen zitten zo vervlochten in onze alledaagse taal en communicatie dat we er ons niet eens bewust van zijn.”

Het is een term die iedereen wel kent, maar die lastig is uit te leggen. Wat ís een metafoor precies?

„Metaforen zijn relaties tussen ideeën die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Maar bij nader inzien kun je het ene, abstractere idee prima in termen van het andere uitdrukken. Dat kan zowel in plaatjes als in woorden. Kijk, ik heb hier een advertentie van een telefoonmaatschappij, uit de tijd dat er nog geen mobiele telefoons bestonden. Je ziet zo’n ouderwetse telefoonhoorn over de Grand Canyon liggen. ‘Telecommunicatie als brug’, is dan de achterliggende metafoor. Een typisch voorbeeld waarbij je iets abstracts – zoals communicatie – in iets concreters uitdrukt. Of denk aan ‘liefde als strijd’. Allerlei uitdrukkingen zijn gerelateerd aan die metafoor. ‘Vechten voor je relatie’, bijvoorbeeld. Dat abstracte idee, liefde, noemen we het doeldomein, en het concrete idee, strijd, het brondomein.”

Lees ook het betoog van oncoloog Schelto Kruijff: Noem genezen van kanker geen overwinning

Maar je kunt liefde ook als reis zien. Of als dans: wie zet de eerste stap?

„Soms heb je inderdaad meerdere brondomeinen. Er bestaat geen perfecte metafoor - de vergelijking zal altijd mank gaan. Welke je kiest, hangt af van de situatie. Bij de therapeut zul je sneller ‘liefde als strijd’ gebruiken, terwijl bij een prille verliefdheid die dans meer van toepassing is. En in een lange stabiele relatie zie je je partner juist als reismaatje.”

Dat is dus de metafoor als wapen!

„Zelf beschouw ik metaforen liever als bruggen, omdat ze juist ideeën met elkaar verbinden. ‘De metafoor als brug’, heeft ook een positievere bijklank, maar dat neemt niet weg dat metaforen tegelijkertijd ook gevaarlijk kunnen zijn, als de verkeerde verbanden worden gelegd. In het klimaatdebat wordt bijvoorbeeld vaak gesproken over een kantelpunt, een point of no return. Dat onderstreept de ernst van de zaak, maar kan ook verlammend werken. Waarom zou ik nog mijn best doen voor het klimaat als er toch geen weg terug meer is, denken mensen dan. En dat wil je voorkomen.”

Zetten mensen metaforen vaak opzettelijk naar hun hand?

„Ja, kijk naar de politiek. Daar is veel sprake van framing – politici gebruiken hun woorden doelbewust, om bepaalde beelden en associaties op te roepen. Daar zijn metaforen ideaal voor. Soms gebruiken politici metaforen onderling - Rutte die bij de afgelopen verkiezingen aan de vooravond van de coalitievorming zei: ‘Ik hoop niet dat ze van tafel lopen als ze een haar in hun soep vinden’, Buma die daarop antwoordde: ‘Als ik één haar in mijn soep vind dan stuur ik ’m terug’ – maar vaak ook gebruiken ze metaforen in de media. Wilders die het heeft over ‘een tsunami van islamisering’ – dat doet hij om een zo groot mogelijk schrikbeeld op te roepen. Maar denk ook aan het feit dat we alles van waarde in geld lijken uit te drukken: alles kost iets, je moet ergens in investeren, er hangt een prijskaartje aan. Daar gaat het boek van Jesse Klaver, de fractievoorzitter van GroenLinks, ook over. Wij als metaforenonderzoekers willen nu kijken: hoe kun je je als burger verzetten tegen een overheid die zegt ‘de maatschappij is een markt’, als je het daar niet mee eens bent? Hoe kom je aan een weerwoord?”

Zou metaforiek dan een schoolvak moeten worden?

„Ja, of in ieder geval een onderdeel van Nederlands, filosofie of maatschappijleer. Nu staat er vaak hooguit een paragraaf over de definitie van metaforen in een letterkundeboek. Maar net zoals leerlingen leren om te debatteren of een betoog te schrijven, zo zouden ze ook moeten leren kritisch na te denken over metaforen en de betekenis daarvan. Zijn ze het bijvoorbeeld eens met een controversieel metaforisch model als ‘het brein als machine’?”

In het Metaphor Lab bestuderen jullie metaforen in ons dagelijks taalgebruik. Hoe gaat dat in zijn werk? Moeten mensen de MRI-scanner in?

„Wij analyseren vooral geschreven en gesproken metaforen - in de krant, op televisie, op de radio - en kijken zelf niet zozeer in de hersenen van mensen. Maar we werken samen met onderzoekers die dat wel doen.

„Uit Engels hersenonderzoek blijkt dat bij het gebruik van een metafoor altijd kort het hersengebied van het brondomein oplicht. Daar heb je bijvoorbeeld het Engelse werkwoord ‘grasp’. ‘To grasp an idea’ is een idee begrijpen, ‘to grasp a glass’ is een glas grijpen. Bij dat idee hoeft die associatie met dat daadwerkelijke grijpen natuurlijk helemaal niet te worden gemaakt, er gaat geen fysieke handeling mee gepaard. Toch wordt die letterlijke interpretatie van ‘grasp’ kort geactiveerd.

„Wij vragen ons nu af hoe lang dat brondomeingebied in de hersenen actief is. In ieder geval niet lang genoeg om een visuele weergave van dat ‘grijpen’ op je netvlies te zien. Je ziet geen grijphaak waar dat idee aan bungelt. Terwijl je bij ‘Shall I compare thee to a summer’s day?’ wel een zomers plaatje in je hoofd krijgt.

„En die haar in de soep waar Rutte het over had, zien we ook allemaal voor ons.”

Hoe komt dat dan, dat we sommige metaforen wel voor ons zien en andere niet?

„Sommige metaforen zijn zo ingeburgerd dat we ze nauwelijks nog als zodanig herkennen. In dat geval wordt dus wel die relatie met het brondomein in de hersenen gelegd, maar te kort om er een ‘plaatje’ van te zien in je hoofd.

„Bij opzettelijke metaforen ligt dat anders: die zijn vaak nieuw of sterk overdreven, en daardoor zie je het beeld zo voor je. ‘De stroom vluchtelingen’ bijvoorbeeld is al zo vaak gebruikt dat je geen associatie met water meer hebt, maar bij het veel heftigere tsunami is dat wel zo.”

Bij ‘het gevecht tegen kanker’ zie ik ook niemand voor me die met een zwaard de tumor te lijf gaat.

„Nee, maar bij het veel sterkere ‘de oorlog tegen kanker’ waarschijnlijk wel.”

Wat is je eigen favoriete metafoor?

„Die komt uit een nummer van Bob Dylan, You’re a big girl now. Daarin zingt hij I’m going out of my mind / With a pain that stops and starts / Like a corkscrew to the heart / Ever since we’ve been apart. Die kurkentrekker is een prachtige metafoor, je ziet die pijn voor je, draai na draai. Dylan is een goede metafooruitlegger, en een meester in het gebruiken van vernieuwende metaforen. In een ander nummer zingt hij ‘Time is a jetplane / It moves too fast’. ‘De tijd vliegt’ kennen we allemaal, en daar geeft Dylan met die jetplane een mooie draai aan.”

Heb je zelf wel eens metaforen gebruikt om dingen naar je hand te zetten?

„Ja, toen ik in 2005 de Vici-beurs van NWO wilde binnenslepen. Ik had negentien concurrenten, uit allerlei disciplines van de geesteswetenschappen, en ik heb toen aan de commissie gezegd dat ik me voelde als een marktkoopman met appels en dat ik wist dat ze na mij bij de kraam met pruimen en die met peren zouden kijken, en dat ik ze ervan moest overtuigen dat ze aan het eind van de dag appels zouden kiezen. Ik weet niet of het daardoor kwam, maar ik kreeg de beurs. Daarmee heb ik uiteindelijk het Metaphor Lab kunnen opstarten.”

Zijn metaforen cultureel bepaald?

„De neiging om metaforen te gebruiken is universeel: we willen allemaal abstracte gevoelens in concrete omschrijvingen uitdrukken. Maar taal en cultuur zorgen er wel voor dat wij andere metaforen gebruiken dan bijvoorbeeld niet-westerse culturen. Onderzoek suggereert dat in veel culturen boosheid wordt geconceptualiseerd als een (te) grote druk van een vloeistof in een container: daarom kun je overlopen, exploderen, uitbarsten, de stoom kan uit je oren komen, enzovoorts. Maar voor het Japans gebeurt dit volgens dat onderzoek op een specifieke manier. Daar zit de boosheid in de buik; en voor het Chinees is het een gas, gerelateerd aan chi. Met het Metaphor Lab hebben we overigens wel een methode ontwikkeld om op een betrouwbare manier metaforen te kunnen identificeren [zie kader, red.]: de Metaphor Identification Procedure. Die wordt nu vertaald naar onder andere het Frans en het Turks.”