Bovenlaag versus verontruste burger

Wacht eens even: Buijt maakt zélf deel uit van de politieke elite

In zijn artikel in NRC Opinie&Debat van 19/11 versimpelt Ronald Buijt de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen tot een strijd tussen de elite en de verontruste bevolking. En hij betoogt dat hij natuurlijk precies weet wat die bezorgde burger wil. Er zit echter een cruciale blinde vlek in zijn generaliserende wereldbeeld: hij maakt zelf deel uit van de politieke elite.

Buijt is namelijk al acht jaar gemeenteraadslid en de huidige fractievoorzitter van de grootste politieke partij in Rotterdam. Leefbaar Rotterdam is al sinds 2002 medeverantwoordelijk voor het beleid en leverde drie wethouders voor het zittende stadsbestuur. Bovendien is Buijt plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad. Ik begrijp dat het het simpelst is om te blijven polariseren, ook als je in het centrum van de macht zit, maar er komt een moment dat je zult moeten erkennen dat je zelf onderdeel bent van de elite. En als volksvertegenwoordiger heb je bovendien een verantwoordelijkheid om de kloof tussen politiek en bezorgde burger te dichten. Luisteren naar de ‘vergeten’ kiezer is daarvoor niet genoeg, zoiets vraagt om een visie die de bevolking kan verbinden in plaats van verdelen.

In die zin klopt de analyse van Buijt dus vreemd genoeg wel, want zolang politici als hij op een elitaire manier blijven hangen in hun eigen gelijk voeden zij in elk geval de wanhoop van deze bezorgde burger.

Amsterdam

Bovenlaag versus burger

Praat met de witte man

Begrijpelijkerwijs wordt een rangorde vooral ervaren vanuit het perspectief van degene die zichzelf er lager op terug vindt. Maar het is de vraag of de ‘lager geplaatsten’ zich een oordeel over de verondersteld hoger geplaatste mogen aanmeten. Hebben ze ooit gevraagd of die hoger geplaatsten zich zo superieur voelen? Ik denk dat die zogenaamde rangorde een zwak argument is om zelf geen verantwoordelijkheid te nemen. Het bewijs wordt dagelijks geleverd door mensen als een Aboutaleb die op eigen kracht en met behoud van identiteit een gezaghebbende positie bereiken. Die mensen zijn niet gediend bij dit slachtofferdenken in rangen en standen, het haalt hen enhun prestaties omlaag. Het reduceert ze tot de kleur van hun huid of de achtergrond van hun ouders. Xenofobie is een groot woord. De echte xenofoben moet je zoeken in de anti-Zwarte Pietenbeweging en bij mensen als Ali Sina Alizay (NRC, 19/11. Wat uit hun gedachtengoed opstijgt, is toch vooral een grenzeloze, onredelijke angst voor de grote witte man. Ik zou eens gaan praten met een witte man. Het valt wel mee, het zijn net mensen.

Houten