Alleen in zijn creaties was ze zichzelf

expositie

To Audrey with Love viert de bijzondere relatie tussen actrice Audrey Hepburn en modeontwerper Hubert de Givenchy.

Couturier Foto BART MAAT/ ANP

Woensdagochtend, kwart over elf. Hubert de Givenchy arriveert in het Gemeentemuseum in Den Haag, waar de tentoonstelling To Audrey with Love nog in opbouw is. Als hij uit zijn rolstoel wordt geholpen, zie je hoe ontzettend lang hij is. Op zijn 89ste is hij nog altijd bijna twee meter.

Eerst een foto. De Givenchy gaat voor een opstelling met avondkleding in een bureaustoel zitten. De fotograaf van het ANP krijgt de opdracht de denim bandplooibroek die de gepensioneerde ontwerper draagt uit beeld te houden. De Givenchy is een man van etiquette en traditie, die portretteer je niet in jeans.

ToAudrey with Love is de tweede tentoonstelling die het museum wijdt aan de relatie tussen de couturier en de Brits-Nederlandse filmster Audrey Hepburn. De eerste was te zien in 1988 – Hepburn was zelf nog bij de opening. Modeconservator Madelief Hohé was eigenlijk van plan pas over een paar jaar met de tweede te komen. Maar toen ze dat aan De Givenchy voorstelde, merkte ze dat hij zeker wilde weten dat hij er zelf nog bij kon zijn. En dus werd er geschoven in de programmering.

De Givenchy is zeer betrokken bij de expositie. De inrichting werd van tevoren met hem besproken en is rustiger, klassieker en leger dan de exposities die Maarten Spruyt, de vaste vormgever van de mode-exposities van het Gemeentemuseum, tot nu toe maakte.

Sinds hij per Thalys uit Parijs aankwam, bemoeit De Givenchy zich ook met de styling. In een van de zalen liggen op een paar tafels doosjes met sieraden voor hem klaar. De Givenchy gaat steeds met een paar oorbellen, een armband of ketting naar een pop toe, en wijst dan met de kruk die hij nodig heeft om te kunnen lopen aan waar een in stofjas geklede medewerker van het museum die moet aanbrengen of omdoen. De kruk gebruikt hij ook om aan te wijzen wat er volgens hem niet goed is gedaan. Elders op de expositie laat zijn vriend Philippe Venet, die ook voor Givenchy heeft gewerkt, weten dat een jurk die helemaal is bezet met zwarte en witte pailletten beslist niet tussen de groep warm gekleurde avondkleding thuishoort hoort waar hij nu is opgesteld.

Petite robe noire

Op de tentoonstelling is kleding te zien die werd gedragen door Jackie Kennedy en prinses Gracia van Monaco, en flink wat ontwerpen waaraan niet per se de naam van een bekende vrouw is verbonden. Er is onder meer een prachtige serie petites robes noires – Coco Chanel, de bedenker van het beroemde kleine zwarte jurkje, zou hebben gezegd dat De Givenchy de enige moderne ontwerper was die het jurkje begreep – en avondkleding uit de jaren tachtig, die soms enigszins doet denken aan de mode die Yves Saint Laurent in die tijd maakte, zij het minder uitbundig. Maar, zoals de titel al zegt, het gaat vooral om de ontwerpen die De Givenchy maakte voor Audrey Hepburn (1929-1993), die hij kleedde in acht van haar films.

Hepburn en De Givenchy leerden elkaar kennen in 1953. Zij had de hoofdrol gespeeld in Roman Holiday, hij had een jaar daarvoor zijn eigen modehuis opgericht en al een beetje naam gemaakt met couture die er in hedendaagse ogen zeer klassiek uitziet, maar toen uitgesproken jong en sportief was. Hepburn, die een cape van hem had aangeschaft, wilde graag kleding van hem aan in haar nieuwe film Sabrina. Het verhaal wil dat De Givenchy dacht dat Katharine Hepburn op bezoek zou komen; Roman Holiday draaide nog niet in Frankrijk. In plaats daarvan meldde zich een jonge, tikje jongensachtige vrouw met kort haar in een Capri-broek. Tijd om kostuums voor haar te ontwerpen had hij niet, maar zijn ontwerpen leken al voor haar te zijn gemaakt. „Alleen wanneer ik zijn creaties draag, ben ik mezelf”, zei ze later eens.

Pofmouwen

Hepburn verpersoonlijkte een nieuw, modern schoonheidsideaal. Niet zwoel en rondborstig, zoals actrices vaak waren in de jaren vijftig, maar jong, lang, dankzij haar balletlessen prachtig bewegend, plat en dun – Hepburns taille was zo slank dat poppen van het Gemeentemuseum er smaller voor moesten worden gemaakt.

De combinatie van vrouw en ontwerpen was magisch – zoals de catalogus van de expositie zegt, „een plus een is drie”– en geldt tot op de dag van vandaag als toonbeeld van stijl en elegantie. De beroemde witte strapless jurk met bloemen uit Sabrina, de sluike, lange zwarte avondjurk met bijzondere achterkant en het knalroze ‘cocktailensemble’ uit Breakfast at Tiffany’s, de ‘cocon’-jas uit Charade – ze zijn allemaal te zien in Den Haag. Maar er zijn ook outfits die Hepburn privé aanschafte, zoals haar twee trouwjurken. Bij haar huwelijk in 1954 met acteur Mel Ferrer droeg ze een witte jurk met een rond kraagje en grote pofmouwen, in 1969 huwde ze psychiater Andrea Dotti in een roze minijurk met een bijpassende hoofddoek.

Hepburn en De Givenchy waren dik bevriend, en bleven dat tot aan haar dood op 63-jarige leeftijd. Twee jaar later, in 1995, ging De Givenchy met pensioen. Zijn modehuis had hij zeven jaar daarvoor al verkocht aan conglomeraat LVMH.

De collecties van het huis Givenchy worden tegenwoordig ontworpen door de Italiaan Riccardo Tisci. Zijn stijl refereert in niets aan de ingehouden stijl van De Givenchy zelf: het is rijke, vaak overdadig gedecoreerde, brutale, sexy mode waarvoor Kim Kardashian een van de uithangborden is. De Givenchy is er duidelijk niet voor geporteerd. „Ik kies ervoor om niet te kijken”, zei hij fijntjes in een interview met Harper’s Bazaar. Van de opvolgers van De Givenchy is dan ook niks te zien op de expositie. Dat maakt To Audrey with Love niet alleen een eerbetoon aan de bijzondere relatie tussen een filmster en een ontwerper, maar ook een aan een vervlogen tijd waarin nog een duidelijk verschil bestond tussen dag- en avondkleding, en sieraden nog precies bij jurken dienden te passen.

Hubert de Givenchy, To Audrey with Love. Tot 26 maart, Gemeentemuseum Den Haag.