Zoals het nu gaat, werken de gebiedscommissies niet

Stadsbestuur

De Rotterdamse gebiedscommissies zijn in opdracht van de gemeenteraad beoordeeld. De conclusies zijn scherp, en de stad staat voor een politieke keuze.

Foto Robin Utrecht/ANP

De gebiedscommissies in Rotterdam zijn niet effectief. Ze slagen er onvoldoende in lokale problemen te agenderen, en het centraal vastgestelde stedelijke beleid te informeren en te beïnvloeden. Of, met andere woorden; ze slagen er onvoldoende in de belangen van de Rotterdammers te behartigen. Dat komt vooral doordat de ambtenaren en het stadsbestuur daar niet ontvankelijk voor zijn. Dat concludeert onderzoeksbureau Dutch Research Institute for Transition (Drift) van de Erasmus universiteit onder leiding van prof. dr. Derk Loorbach. „De dominante, centrale bestuurslogica is toch: wij maken hier het beleid, en daarna mogen mensen meedoen bij de implementatie in de gebieden.”

Drift evalueerde in opdracht van de gemeenteraad het Rotterdamse bestuursmodel. Dat bestaat nog niet lang: in 2014 zijn de deelgemeenten afgeschaft, om het bestuursmodel eenvoudiger, minder bureaucratisch en minder politiek te maken. Tegelijk wilde Rotterdam de burger zoveel mogelijk betrekken bij het beleid. Als alternatief voor de deelgemeenten zijn toen de 14 gebiedscommissies gekomen, ook wel de ‘oren en ogen’ van het stadsbestuur in de wijk genoemd. Deze commissies hebben aanmerkelijk minder bevoegdheden en hebben vooral een adviserende taak.

Valse start

De vorming van de gebiedscommissies ging gepaard met een grote bezuiniging en ambtelijke reorganisatie. Ambtenaren kwamen vanuit de gebieden terecht in centrale clusters. Ondersteuning voor de gebiedscommissies verdween. Er kwam inderdaad wel, zoals gewenst, meer samenhang in het stadsbestuur. „Maar dat komt vooral doordat het beleid aan de Coolsingel wordt gemaakt, en vervolgens in de gebieden geïmplementeerd”, zegt onderzoeker Derk Loorbach in een toelichting. „Dat gaat wel vaak gepaard met participatie of inspraak, maar achteraf, om goed te kunnen implementeren. Het is geen open gesprek over de wensen en problemen van het gebied.” Er ontstond volgens Loorbach veel spanning tussen de commissies en ambtenaren. „Er is een constante strijd om dingen vanuit het gebied gedaan te krijgen.”

Het is geen open gesprek over de wensen en problemen van het gebied

Ook zijn veel gebiedscommissies toch politiek gebleven. Partijen in de gemeenteraad benaderen de commissieleden langs politieke lijnen, ook om politieke doelen te bereiken. Dat ergert de ambtenaren van de verschillende diensten, die daardoor minder geneigd zijn de gebiedscommissies bij beleid te betrekken.

Een gevolg daarvan is dat de commissies gefrustreerd raken. In sommige gevallen, zoals IJsselmonde, ontstaat zelfs zo’n ernstig conflict met het stadsbestuur, dat de gebiedscommissie niet meer functioneert en dus niets voor de burgers in het gebied kan doen. De commissies worden daarnaast door veel burgers niet serieus genomen, omdat ze weinig invloed hebben. En door de gebrekkige lokale democratie is er niet voldoende tegenkracht tegen het stadsbestuur, zegt Loorbach.

Hoe dan wel?

Er zijn ruwweg twee manieren om het slecht functioneren van de gebiedscommissies op te lossen, zegt Loorbach. Het nóg verder vereenvoudigen van de commissies (en hun invloed), of juist het verrijken van hun functie – overigens zonder de commissies meer formele bevoegdheden te geven. Drift pleit voor het laatste. „Rotterdam heeft een reputatie op het gebied van bestuurlijke vernieuwing. Ze moeten nu de volgende stap zetten: echt durven loslaten wat in de gebieden gebeurt. Veel dingen kan je effectief centraal regelen. Maar juist dingen die controversieel zijn, kan je beter via echte lokale democratie regelen. Dan voorkom je juist dat ze escaleren.” De gebiedscommissies zouden minder politiek moeten worden, door mensen zich op persoonlijk titel kandidaat te laten stellen voor de verkiezing in de gebiedscommissie. „Als je de burgers niet mobiliseert, loop je veel creatieve oplossingen mis.”

Begin volgend jaar bespreekt de gemeenteraad de evaluatie.