Column

Wilders en Trump

Op dezelfde dag had ik twee sessies, één met Geert Wilders, live voor de rechtbank, en één met Donald Trump bij The New York Times. Het was veel, te veel van ‘het goede’, maar het bleek de moeite waard voor het verkrijgen van meer inzicht in hun gedrag, misschien zelfs hun karakter. Wat waren de verschillen?

Wilders wordt bij elk openbaar optreden steeds meer een voorspelbare karikatuur van zichzelf. Hij lepelt zijn extreme mantra op, poseert fier voor de camera’s en vertrekt. Een boze blonde man, arrogant, autoritair en opgesloten in zijn eigen gelijk. Het valt op dat hij meer en meer vervuld is geraakt van zelfmedelijden en eigendunk: hij noemde bij de rechtbank zijn leven „een hel” en constateerde dat men hem in de Tweede Kamer „niet aankan”. Enige zelfrelativering is er niet bij, hij werpt zich doodgemoedereerd op als dé vertegenwoordiger van „ons volk”.

Zien wij deze Wilders, kort nadat hij de verkiezingen gewonnen heeft, op de burelen van zijn gehate krant, NRC Handelsblad, verschijnen voor een lunch, waarbij de redacteuren en columnisten hem naar hartelust lastige vragen mogen stellen?

Ik zie het niet gebeuren. Ik denk dat Wilders nog liever een broodje halal met Marcouch van „de Partij van de Arabieren” gaat eten. Maar zijn geestverwant Donald Trump deed het deze week wél met de redactie van The New York Times, die hem de afgelopen maanden voortdurend belaagd heeft. Trump is ongetwijfeld nog steeds woest op die krant, maar hij ging de confrontatie niet uit de weg.

De krant publiceerde een bijna volledig transcript van het gesprek. Bijna – want over Syrië wilde hij off the record iets zeggen, wat de redactie hem toestond. Het is interessante leeskost. Je ziet Trump opeens van een amicalere, minder verbeten kant, er werd veel gelachen en hij noemde een aantal mensen bij de voornaam. Goed, dat hoort erbij, maar Wilders heeft daarvoor te veel minachting voor zijn grootste vijanden onder de persmuskieten.

Misschien was het schone schijn, maar ik sluit niet uit dat Trump uiteindelijk – ook omdat hij wel zal moeten – verzoeningsgezinder is dan Wilders; toen die macht kreeg, bleef hij halsstarrig.

Trump luisterde goed naar de vragen en ging er uitvoerig op in. Columnist Thomas Friedman, ook aanwezig, schreef later dat Trump liever naar mensen luistert dan leest. Het gesprek met de redactie leverde twee sprekende voorbeelden op.

Op de vraag of hij voorstander bleef van de martelmethode waterboarding, verwees Trump naar een gesprek dat hij met oud-generaal James Mattis had gehad. Mattis zei tegen hem: „Ik heb het nooit nodig gevonden. Geef mij een pakje sigaretten en wat biertjes en ik bereik er meer mee dan met marteling.” Trump was „zeer onder de indruk” geweest van dat antwoord en – daar kwam het op neer – hij was van mening veranderd.

Een kennis van hem, directeur van een groot vrachtwagenbedrijf, had hem verteld dat zijn vrachtwagens na enkele ritten door Amerika vernield waren door de slechte wegen. Voor Trump een signaal om de ondermaatse infrastructuur aan te pakken.

Kennelijk is Trump een beïnvloedbaar man. Dat heeft voor- maar ook nadelen. Want als die generaal het tegenovergestelde had gezegd, zou voortaan menige verdachte islamiet kopje-onder gaan.