Recensie

Wil de echte Rodin opstaan?

Tentoonstelling Het Groninger Museum toont het handwerk van de scheppende kunstenaar: Auguste Rodin.

The Three Shades (1897) Foto Christian Baraja/Musée Rodin

Het is een enorme hand, met zachte contouren en toch krachtig mannelijke vingers. Vol zelfvertrouwen buigen ze zich rond twee kleine mensfiguren die elkaar zo innig omhelzen dat ze helemaal in de ander opgaan. Dat ze in de handen van God liggen – wie anders heeft zulke grote handen – hebben ze niet eens meer door.

Dit alles, mensen en Schepper, is omgeven door het ruwe materiaal waar ze uit gemaakt zijn door hún schepper: Auguste Rodin (1840-1917). Met dit gipsen beeld begint de tentoonstelling over de Franse beeldhouwer in het Groninger Museum. Een veelzeggend beginpunt, want deze expositie gaat over handwerk, scheppen, boetseren, materiaal. Het wordt omgeven door atelierfoto’s van een trotse man met baard tussen de torso’s en mensbeelden die hem aartsvader van de moderne beeldhouwkunst zouden maken.

Dat was aanvankelijk nog niet erg vanzelfsprekend. Na een armoedige jeugd was Rodin op zijn vijftiende begonnen aan een tekenopleiding, waarna hij weinig voet aan de grond kreeg. Met zijn hang naar realisme zou hij tegen de stroom – de klassieke leer – in zwemmen. Maar in 1880 kreeg hij een eerste opdracht voor de Poort van de Hel, het tij zou keren, roem kwam, en dat atelier waarin hij zo’n vijftig man aanstuurde. De modellen die er rondliepen, liet hij soms ‘ho, stop’ stilstaan, om hun nonchalante poses gauw vast te leggen. Die natuurlijke bewegingen, gebogen halzen, rugspieren, leidden tot een heel fysieke tentoonstelling vol expressie. Dat hij de dingen anders deed, bleek bij een andere opdracht, voor het portretbeeld van Balzac aan wie het museum een eigen zaaltje wijdt. Rodin wilde de zwaarlijvige schrijver naakt portretteren en zag diens omvangrijke buik als metafoor voor creatieve kracht, anderen zagen dat niet zo – een schandaal was geboren.

Foto Adam Rzepka/Musée Rodin

De wandelende man (1907). Foto Adam Rzepka/Musée Rodin

Rodins realisme was anders dan het gepolijste classicisme van weleer, en drukt altijd een groot gevoel van levendigheid uit. Zijn vrouwen huilen met echt verdriet, verdoemden lijden met een diepgevoelde wanhoop. Maar al bij het tweede beeld, ook weer handen, gebeurt daar iets opmerkelijks. De Kathedraal, naar een ontwerp uit 1908, bestaat uit twee bronzen handen die een gotische boog vormen, elkaar bijna raken, waardoor je een spirituele ruimte tussen de vingers vermoedt. Ook een scheppingsgebaar, maar pas in 1962 in brons afgegoten – dat is pas goddelijk, na je dood blijven scheppen!

Maar even serieus: Rodins vele late afgietsels zijn een discussiepunt. De hand van de meester, waar deze tentoonstelling zo expliciet over gaat, kun je die zien in beelden die hij nooit zelf heeft gezien?

Geldontwaarding

Rodin had een vooruitziende blik, en regelde bij leven al zijn nalatenschap. Zijn werk wordt beheerd door het Parijse Musée Rodin dat het recht kreeg om zijn bronzen, tot maximaal twaalf, af te gieten en te verkopen. Bij de persconferentie maakte de Parijse conservator er nog reclame voor, het museum verkocht net nog een Poort van de Hel aan Mexico waarvan het weer vier jaar kan voortbestaan. Het is goed nieuws voor nieuwe overzeese musea, maar in het oude Europa zien musea met vroegere bronzen dit soms als een soort geldontwaarding.

Lees verder na de afbeelding

Foto Christian Baraja/Musée Rodin

Fugit Amor (1887). Foto Christian Baraja/Musée Rodin

Die jeuk heeft de tentoonstelling slim opgelost: het toont vooral gipsen, unica. Deze tentoonstelling die door de VS en Canada reist, is georganiseerd door het Musée Rodin (waar 90 procent van de bruiklenen vandaan komt) en het Musée des Beaux-Arts in Montréal. Groningen is de enige Europese bestemming. En nee, Rodin heeft nooit eens in Groningen thee gedronken, maar ook zonder historische connectie was deze vermoedeljke blockbuster welkom, aangekondigd als Rodins grootste tentoonstelling ooit in Nederland. De minieme toevoegingen van het Groninger Museum zijn sierlijk gedaan met humor: het vulde een zaal met vijf matte en glanzende afgietsels van Het Bronzen Tijdperk: vijf verschillende gietingen, patina’s, jaartallen. Wil de echte Rodin opstaan?

Ateliergevoel

Centraal staat dus het ateliergevoel, tafels met de gipsen lichaamsdelen waarmee Rodin nieuwe beelden samenstelde, handen en lijven en torso’s als ondenkbare creaties uit de hel. Toch denk je nooit ‘nou nou nou kan het wat minder’ en dat is een prestatie, want onze ideeën over pathetiek zijn anders dan honderd jaar geleden – kijk maar eens naar oude films. Niet bij Rodin. Door zijn concentratie op naakte lijven, in natuurlijke bewegingen, oogt de tentoonstelling als een choreografie van lijven. Moderne dans.

Foto Ullstein bild/getty images

Auguste Rodin in zijn atelier, in 1903. Foto Ullstein bild/getty images

Intussen ontbreken enkele klassiekers niet. Zoals De Denker (gips), een en al spierbonk die toch geheel een geestelijke inspanning uitstraalt. De Kus staat er als klein brons (in meerdere afmetingen te koop, meldde Musée Rodin). Het beeld ontstond ondanks zijn lieflijkheid uit de Poort van de Hel. In de loop der jaren zou Rodin meerdere van deze verdoemden uitwerken tot zelfstandige sculpturen, zoals deze Francesca en Paolo da Rimini uit Dantes Divina Commedia. Als straf voor hun overspel werden ze tot de eeuwigheid in een omhelzing aan elkaar geklonken. Maar hier, zonder hel, wordt de straf weer liefde.

Bij die liefde blijkt vooral het hoekje met beelden in marmer magnifiek. Het witte glinsterende materiaal met zijn zachte contouren geeft een prachtige sensibiliteit aan deze naakten, de sensuele dode Adonis en een kwetsbare Eva die beschaamd haar naaktheid ontdekt. De gelaagde erotiek in zijn marmeren Pan en Nimf (1910) heeft een meesterlijke beweging: hij duikt op haar maar behalve met lust ook met genegenheid, zij werpt zich vol overgave naar achteren maar wil bij hem zijn – er is zo veel te lezen in zijn beelden. Het zijn onbetwiste Rodins, unica, maar een saillant detail: Rodin hakte niet zelf, daar had hij assistenten voor. De hand van de schepper is overal.