Uit de EU stappen is niet gratis

Britse economie

Schaadt de Brexit de economie ? Ja, gaf minister Hammond woensdag toe. De groei valt 2,4 procent lager uit dan normaal.

Foto Reuters

De Britse regering mag erop gebrand zijn van de Brexit een succes te maken, minister van Financiën Philip Hammond moest woensdag in de jaarlijkse Autumn Statement erkennen dat het vertrek uit de EU de economie en de overheidsfinanciën aanzienlijk schaadt.

Dit jaar groeit de Britse economie nog met 2,1 procent. Dat zal naar verwachting afnemen tot 1,4 procent volgend jaar en 1,8 procent in 2018. Eerder verwachtte het Office for Budget Responsibility (OBR), dat de ramingen opstelt, nog een groei van meer dan 2 procent in die jaren. „Het OBR kan niet voorspellen wat voor akkoord het VK sluit met de EU”, zei Hammond in zijn toespraak voor het parlement. „Maar de huidige zienswijze is dat de uitslag van het referendum betekent dat de groei 2,4 procent lager uitvalt dan normaal het geval zou zijn in de komende vijf jaar.”

Consumenten gaan het merken

De groei valt tegen omdat consumenten minder uitgeven en bedrijven minder investeren, verwacht het OBR. Dit komt doordat zowel bedrijven als huishoudens onzekerder zijn over de economische gevolgen van de Brexit. Ook de dalende koers van het pond sterling speelt een belangrijke rol: consumenten gaan merken dat producten duurder worden, schrijft het OBR in een begeleidend rapport.

Is de economische groei minder dan Hammond had gehoopt? Zeker. Is het dramatisch? Zeker niet. De groeicijfers zijn „gelijk aan wat het IMF voorspelt voor Duitsland en hoger dan de ramingen voor veel van onze Europese buren, zoals Frankrijk en Italië”. Met andere woorden: ook binnen de EU blijven is geen gang richting economisch walhalla.

Lagere groei betekent minder belastinginkomsten en een gat in de overheidsfinanciën. Het streven van de vorige minister van Financiën George Osborne om aan het einde van de huidige parlementaire termijn in 2020 een begrotingsevenwicht te bereiken is onhaalbaar, constateert het OBR. De staatsschuld als percentage van bruto binnenlands product zal toenemen van 84,2 procent dit jaar tot 87,3 procent volgend jaar en 90,2 procent in 2018. Daarna daalt de schuldenlast weer licht.

De keuze van de Britten op 23 juni om uit de Europese Unie te stappen, is niet gratis, blijkt uit cijfers van het OBR. Economen en wiskundigen geven toe dat het moeilijk is een inschatting te geven, aangezien ze van de regering van Theresa May uiterst summiere plannen ontvingen voor de uitvoering van de Brexit of de onderhandelingsprioriteiten voor het VK.

FT vat Hammond’s ‘Autumn Statement’ samen:

Maar het OBR heeft de wettelijke taak voorspellingen te doen over de staat van de overheidsfinanciën. Uitgaande van lagere belastinginkomsten, een lagere economische groei, minder profijt van buitenlandse werknemers en een geslotener economie verwacht het OBR dat de overheid de komende vijf jaar 60 miljard pond extra moet lenen op de kapitaalmarkt, puur vanwege de Brexit. In totaal moet de komende jaren ruim 120 miljard pond extra worden opgehaald om de schuld te financieren die de regering van voormalig premier Cameron had begroot toen hij met Osborne in maart de begroting opstelde.

Hoe wil Hammond de scherpste randjes van de economische neergang eraf slijpen? Investeren natuurlijk. Er moet een nieuw fonds komen dat de komende vijf jaar 23 miljard pond in projecten steekt die de Britse economie productiever maken. Er wordt geïnvesteerd in wegen en infrastructuur, in sneller internet. Er komt geld vrij voor het steunen van onderzoek en ontwikkeling.

Meer geld voor onderzoek en ontwikkeling kan economisch slim zijn, het stelt maar weinig kiezers tevreden. Daarom trof Hammond ook enkele maatregelen die kiezers wel merken. Het minimumloon gaat omhoog, van 7,20 pond tot 7,50 pond per uur. Makelaars mogen geen kosten meer rekenen aan huurders voor het opstellen van contracten en kredietwaardigheidsonderzoeken. Ook besloot Hammond de geplande stijging van brandstofaccijns niet door te voeren. Het is het zevende jaar op rij dat de minister van Financiën de geplande verhoging schrapt.