Recensie

De machtsstrijd tussen Willem III en Lodewijk XIV

Deze vorsten, enorm verschillend in afkomst, positie en karakter, botsten vanwege hun geloof, maar Willem III had veel meer aan zijn hoofd.

Links: Koning Willem III, (ca. 1690) rechts: koning Lodewijk XIV (ca. 1675). National Gallery en Chateau de Versailles (Getty Images)

Willem III was de succesvolste stadhouder uit de zeventiende eeuw, het tijdvak dat in de Nederlandse geschiedenis niet voor niets geldt als de ‘Gouden Eeuw’. Hij speelde een cruciale rol tijdens het zogenoemde Rampjaar, toen de Republiek van alle kanten werd aangevallen en ten onder dreigde te gaan. Bovendien werd hij in 1689 koning van Engeland, Schotland en Ierland, een rijk dat sindsdien het schoolvoorbeeld van een constitutionele monarchie is en aan het begin van een ongekende bloeiperiode stond. Niettemin is zijn roem, zelfs in de tijd dat nationalisme nog een vanzelfsprekendheid was, altijd wat flets geweest.

Na de degelijke, maar nogal orangistische biografie van N. Japikse uit de jaren dertig duurde het tot 2001 voordat er weer een serieus boek over hem verscheen, al hielp deze droge ‘politieke biografie’ van Wout Troost ook niet erg om de belangstelling voor de man op te krikken. In Engeland leken historici en publiek evenmin erg warm te lopen voor William III (1650-1702).

Maar dit jaar verschenen ineens kort na elkaar twee boeken over de stadhouder-koning. Evenals De roofkoning. Prins Willem III en de invasie van Engeland van Machiel Bosman (Boeken,10-06-2016) is het nieuwe boek van Luc Panhuysen geen biografie. Bosman concentreert zich op het verwerven van de Engelse kroon, terwijl Panhuysen (1962) de rivaliteit tussen Willem III en Lodewijk XIV centraal stelt.

Beide boeken verschillen niet alleen qua omvang en reikwijdte nogal van elkaar, maar zijn ook heel anders opgezet. Terwijl Bosman expliciet een, helaas niet erg geslaagde, poging deed om met romantechnieken een zo spannend mogelijk verhaal te vertellen, is het boek van Panhuysen (1962) aanzienlijk conventioneler van opzet, wat niettemin een uiterst boeiend en meeslepend relaas oplevert.

Losbol

Oranje tegen de Zonnekoning schildert een breed panorama van de Europese machtspolitiek tussen pakweg 1660 en 1715, waarbij de ambities, capaciteiten en dadendrang van Lodewijk XIV en Willem III de essentie vormen. Hoewel beide antagonisten door opvoeding en jeugdervaringen – de toekomst zag er allesbehalve zonnig uit – geneigd waren altijd een masker op te zetten en er over hun ware persoonlijkheid nog altijd weinig met zekerheid gezegd kan worden, schetst Panhuysen een levendig en overtuigend beeld van twee vorsten die qua afkomst, positie, geloof, en karakter enorm van elkaar verschilden. Waarin ze wél sterk op elkaar leken was dat ze hun taak enorm serieus namen en keihard werkten. Daarbij ontstaat de indruk dat Lodewijk nog meer een workaholic was dan Willem III, die als hij in de gelegenheid was om dagen te jagen dringende staatszaken gewoon even liet rusten. Lodewijk XIV (1638-1715) heeft weliswaar nog altijd de naam van losbol en vrouwenverslinder, maar halverwege zijn lange regeerperiode werd hij veel serieuzer en vromer.

Ook zijn reputatie van agressieve vorst die voortdurend uit was op veroveringen, verdient enige nuancering. Die vermaardheid had hij deels te danken aan Willem III, die Lodewijk ervan verdacht te streven naar een ‘universele monarchie’, een nagenoeg totale overheersing van Europa zoals die in de zestiende eeuw werd uitgeoefend door het Habsburgse huis, en waartegen zijn overgrootvader Willem van Oranje ten strijde was getrokken. In werkelijkheid stond bij Lodewijk echter de veiligheid van Frankrijk voorop, die in zijn ogen alleen gewaarborgd kon zijn als het land in het noorden en oosten – waar geen echte natuurlijke grenzen waren – over flinke buffers beschikte.

Vanwege zijn angst Lodewijks agressie te voeden – iets wat na de Franse invasie van de Republiek in 1672 niet zo moeilijk was – kon Willem III bondgenoten vinden om de strijd met de Zonnekoning aan te gaan. Hierdoor speelde hij ineens een rol op het internationale toneel, terwijl het er lange tijd naar uit had gezien dat hij nooit aan de macht zou komen. Na het overlijden van zijn vader, kort voor zijn geboorte, was het zogenaamde ‘eerste stadhouderloze tijdperk’ uitgebroken. Panhuysen karakteriseert de positie van de jonge prins treffend: ‘Willem was intelligent, ambitieus en overbodig.’

Zeevarende concurrent

Dat veranderde in het Rampjaar, toen hij eerst opperbevelhebber van het leger werd en vervolgens stadhouder. Door in 1677 te trouwen met de dochter van zijn oom Jacobus – die in 1685 zijn broer Karel II zou opvolgen als koning van Engeland – raakte Willem tevens betrokken bij de machtsstrijd in de belangrijkste zeevarende concurrent van de Republiek.

Omdat Jacobus, tot woede van veel Engelsen, katholiek was geworden, kon Willem zich in Europa ook profileren als voorvechter van de protestantse zaak, waarbij de eveneens katholieke Lodewijk XIV zijn natuurlijke vijand was (wat overigens een bondgenootschap met erfvijand Spanje niet in de weg stond).

Trefzeker en beeldend beschrijft Panhuysen beurtelings de verwikkelingen aan het stadhouderlijke, Engelse en Franse hof, en de vele oorlogen die er her en der in Europa gevoerd werden – van de modderige vlaktes van Vlaanderen tot het Duitse Rijnland en de belegering van Wenen door de Ottomaanse legerscharen. Met gevoel voor detail laat hij zien hoe oorlog over het continent spoelde, en wat dit voor de bevolking betekend moet hebben.

Als enig minpuntje kan worden opgemerkt dat hij zich in zijn streven om zo boeiend mogelijk te vertellen af en toe vergaloppeert. Oorlogen en kippen mag je dan ‘voeren’, maar veldslagen ‘lever’ je; ‘internationale geopolitiek’ lijkt me een pleonasme; en bij ‘broedermoord’ brengt de ene broer de andere om het leven, zodat dit woord niet van toepassing is op het lynchen van Johan en Cornelis de Witt.

Maar dit zijn minuscule ongerechtigheden in een prachtig boek, dat je weliswaar nog steeds niet erg enthousiast maakt voor de persoon van Willem III, maar dat wel een heel duidelijk en meeslepend verhaal vertelt over een periode in de Europese geschiedenis die bij het grote publiek niet erg bekend is.