Een zachte hand voor het graniet in de bijstand

Reportage sociale dienst

Veel bijstandsontvangers zullen niet een-twee-drie een baan vinden. In Amsterdam hoeven zij geen papier te prikken, als ze maar actief zijn. Op bezoek bij de sociale dienst. „Goed man!”

Jan de Vries, klantmanager bij het buurthuis Huis van de Wijk. Olivier Middendorp

‘Fijn dat u er bent.” De vrouw van in de vijftig heeft haar sigaret voor de deur uitgedrukt en gaat met haar dochter en kleindochter zitten in het provisorische kantoortje van Jan de Vries.

Dit is buurthuis ’t Blommetje in Amsterdam-West. Het zal even duren voor het tot de vrouwen doordringt dat ze daadwerkelijk bij een ambtenaar van de dienst Werk, Participatie en Inkomen (WPI) zijn beland. De dochter had nog gezegd: moeten we niet op het stadsdeelkantoor komen. Kijk maar op de brief, had de moeder gezegd.

Het gesprek met ‘klantmanager’ Jan de Vries begint in elk geval anders dan het laatste gesprek dat ze met de sociale dienst had. Dat was in mei 2013. „We hebben u lang niet gesproken”, zegt De Vries. „Dat is niet netjes. Daar bied ik mijn excuses voor aan.”

De vrouw en haar dochter kijken elkaar aan. „Hoe is het met u”, gaat De Vries al verder. De vrouw zegt iets in het Turks tegen haar dochter, die zegt: „Met alles gaat het niet goed.” Het geld is krap. „Altijd opletten”, zegt de vrouw.

Ze heeft vijf kinderen en acht kleinkinderen. Ben je trots op ze, vraagt Jan de Vries. Ze knikt en haar ogen beginnen te glinsteren van de tranen. Ben je eenzaam? „Ik ben wel eenzaam”, zegt ze. „Ik heb veel mensen om me heen en toch alleen.”

Ze dept haar ogen met haar hoofddoek. Jan de Vries reikt met zijn hand naar haar. Ze grijpt hem vast, hij knijpt in de hare. „Veel emotie zit er hè.”

In zijn dossier ziet De Vries dat de vrouw geen beroep heeft gedaan op de Regeling tegemoetkoming meerkosten, terwijl ze chronisch ziek is en bijvoorbeeld een tegemoetkoming in de stookkosten kan krijgen. Die toelage kan tussen de 40 en 90 euro per maand belopen. En De Vries wijst op een onderzoek dat Amsterdam met ziekenhuis VUmc doet: ‘stoppen met roken voor minima’. „Scheelt toch gauw 1.500 tot 2.000 euro per jaar.” De vrouw schudt haar hoofd. „Heb ik al gedaan, bij het Lucas.”

Relatief licht duwtje

De Amsterdamse sociale dienst WPI heeft het roer omgegooid sinds SP’er Arjan Vliegenthart in 2014 wethouder is geworden. Onder zijn voorganger Andrée van Es (GroenLinks) ging de meeste aandacht en het meeste budget naar de bijstandsgerechtigden die met een relatief licht duwtje weer aan een baan konden worden geholpen. Vliegenthart wil juist de meeste aandacht geven aan degenen die lastig en waarschijnlijk helemaal niet meer een baan zullen krijgen. Het doel is niet zozeer om ze aan het werk te krijgen – de inschatting van hun kansen op de arbeidsmarkt is onveranderd realistisch – maar om ze te ‘activeren’.

Het doel is niet zozeer om ze aan het werk te krijgen – de inschatting van hun kansen op de arbeidsmarkt is onveranderd realistisch – maar om ze te ‘activeren’

„Vroeger werkte je de vinkjes voor de rechtmatigheid van de uitkering af”, zegt Berend de Groote, adviseur van Team 8, het ‘ veranderteam’ van het WPI. „Mensen moesten met hun bankafschriften op kantoor komen. Er was heel veel fraudealertheid. Nu kijken we veel breder.”

Berend de Groote pakt de zelfredzaamheidsmatrix erbij – de basis voor de gesprekken die de klantmanagers voeren. Een velletje papier met elf categorieën (financiën, huisvesting, gezondheid) en vijf kolommen (van ‘acute problematiek’ via ‘beperkt zelfredzaam’ naar ‘volledig zelfredzaam’). „We kijken op welke domeinen mensen ondersteuning nodig hebben.”

In november 2015 deden ze met z’n drieën een proef, Berend de Groote, Jan de Vries en Andreas Reinhart, in stadsdeel Zuid. Ze spraken er 250 mensen uit de moeilijkste groep. „We hadden een selectie gemaakt van mensen die dreigden af te glijden naar een sociaal isolement.” Daar zaten mensen tussen die een kleverige hand gaven, met een sterke lichaamsgeur. Mensen die binnenkwamen met tassen vol medicijnen om te laten zien dat ze echt ziek waren. „Ik ben geen dokter”, zei Jan de Vries dan. „Het enige dat ik wil weten is: heeft u de juiste zorg?”

Dit is het granieten bestand van de bijstand, de laagste uitkering. In Amsterdam worden 42.000 bijstandsuitkeringen verstrekt. Daarvan gaan er 33.000 naar mensen van wie de wethouder en zijn ambtenaren denken dat die niet een-twee-drie een baan zullen krijgen. Licht verstandelijk beperkten, mensen met een laag IQ, of die heel slecht Nederlands spreken.

Naailes of wandelclubje

Deze uitkeringsgerechtigden hebben in Amsterdam een geluk bij waarschijnlijk tamelijk veel ongeluk: ze worden niet gehouden aan de sollicitatieplicht, ze worden ook niet gekort op hun uitkering bij wijze van sanctie, tenzij ze frauderen. Ze hoeven niet op te draven voor een tegenprestatie, zoals papiertjes prikken, bloemen planten, poppetjes maken – wat in bijvoorbeeld Rotterdam wel gebeurt.

Een gewaardeerd vrijwilliger is niet minder dan iemand die werkt

Wethouder Vliegenthart ligt met staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) in de clinch over zijn aanpak. Zij staat erop dat de gemeenten een tegenprestatie eisen van de uitkeringsgerechtigden. Vliegenthart zegt dat maatschappelijk actief proberen te worden ook een tegenprestatie is.

Van de 250 mensen die zijn ambtenaren in stadsdeel Zuid spraken, kregen ze er zo’n 30 procent weer actief. Met vitamine A, zeggen ze zelf, aandacht. Ze kijken of de mensen op naailes willen, of bij een wandelclubje, of een EHBO-cursus. „Een gewaardeerd vrijwilliger is niet minder dan iemand die werkt”, zegt De Groote. „En als dat nog te moeilijk is, dan willen we simpelweg dat ze zich weer onder de mensen begeven. Dat ze meedoen. En niet: u moet weer een stapje extra zetten.”

Een brief van 18 oktober 2013. „Geachte mevrouw, de Dienst Werk en Inkomen (DWI) wil graag samen met u kijken wat uw kansen en mogelijkheden zijn en hoe u die beter kunt inzetten.” Dan datum en tijdstip van de afspraak en de plaats: Werkplein Nieuw West, het kantoor van de dienst. En verder: „Dit gesprek is belangrijk voor u en DWI. Als u niet reageert op deze oproep, kan de uitbetaling van uw uitkering tijdelijk worden stopgezet.”

Een grap

Een brief van 21 november 2016. Onderwerp: „Hoe gaat het met u?” „Beste mevrouw, de gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat het goed gaat met haar bewoners.” En: „Komt deze afspraak u echt niet uit? Belt u dan even.” Laatste zin: „Ik verheug mij op ons gesprek.” Geen woord over korting of stopzetten uitkering.”

Andries Reinhart werd laatst gebeld door een advocaat wiens cliënt zo’n brief had gekregen. Die wou even weten of het geen grap was. Of deze brief echt van de sociale dienst kwam.

Reinhart kijkt op zijn horloge. Hij zit aan een tafel in activiteitencentrum Mansveltschool. Tien over één. „Ik heb er een hard hoofd in.” Hij had in het dossier al gelezen dat zijn afspraak van één uur een „mondige man” zou wezen, „iemand voor wie ‘moeten’ geen werkwoord is”.

Nog eens twintig minuten later komt een man van rond de dertig aangelopen, van Noord-Afrikaanse afkomst, nog niet zo lang in Nederland. Bij de bar in het buurthuis vangt Reinhart hem op. „Ik ben laat”, zegt de man. „Kan gebeuren toch? Fijn dat je er bent.”

Strafkorting

Wat doe je zoal, vraagt Reinhart. Vorige week nog een taalexamen gedaan, zegt de man. Soms doet hij vrijwilligerswerk in een kerk in Noord. „Goed man!”, zegt Reinhart.

Hier in het buurthuis geven ze ook Nederlandse les, zegt Reinhart, zou je dat willen? „Nee.” Wil hij zijn Nederlands dan niet verbeteren. „Nu is beter, ja.”

De man wil werk zoeken. Reinhart denkt even na en zegt: ,Ik kan je in contact brengen met een talentcoach. Jij bent een man met heel veel talent.” Dan stelt Reinhart nog een paar vragen uit de categorieën van de zelfredzaamheidsmatrix. Hoe gaat het financieel? Heb je schulden? Nee, geen schulden. Heb je vrienden? Ja, die heeft-ie. „Doe je goed, man.” Reinhart zegt dat hij gelooft dat hij nu wel genoeg weet. „Oké, is klaar?” Zeker, maar Reinhart wijst nog op eens op de taallessen, en hij geeft de man een foldertje. „Ik lees het met Google Translate.”

Heb je schulden? Nee, geen schulden. Heb je vrienden? Ja, die heeft-ie. „Doe je goed, man

„Solistische man, lijkt me”, zegt Reinhart als hij weer alleen is. „Hij heeft individuele begeleiding nodig. ’s Morgens om zeven uur ergens moeten zijn en meedoen – dan raakt deze jongen zijn motivatie kwijt. Dat zie ik. Ik heb een psychologische achtergrond. En ervaring.” Reinhart tuurt even naar zijn notities. „Kan werken”, staat in het midden.

In Rotterdam, waar een wethouder van Leefbaar Rotterdam de scepter zwaait, is de tegenprestatie vanzelfsprekend, evenals de strafkorting wanneer uitkeringsgerechtigden het erbij laten zitten.

Voordeel

In Amsterdam zegt Jan de Vries: „Het belangrijkst is als de klant het als een prettig gesprek ervaart.” En Andries Reinhart: „In Rotterdam zou ik niet kunnen werken. Daar ben je wantrouwen en teleurstellingen aan het organiseren.”

Wethouder Vliegenthart zegt: „Mensen hebben recht op goede bejegening door hun gemeente.”

Maar de argumenten zijn niet alleen van goedertierendheid. De zachte aanpak levert de stad voordeel op. Vliegenthart baseert zich onder meer op onderzoek uit Harvard dat aantoonde dat de chronische stress die armoede en schulden met zich meebrengen, ertoe leiden dat mensen slechter gaan functioneren. Kort gezegd: „Van schulden word je ziek.” Dus: minder mensen met schulden betekent minder zorgkosten. En de stad wordt gezelliger als meer inwoners een publieke bijdrage leveren, zegt Vliegenthart, er is meer sociale cohesie. „Dit helpt.”