Column

Muiselijk leed

Er zat een dode muis in mijn stofzuiger. Ik weet niet hoe hij precies aan zijn einde is gekomen, maar het begon me op te vallen dat er telkens na het stofzuigen een lijkenlucht in huis hing. Met mijn neus op de slang gedrukt, herkende ik het luchtje uit duizenden. Ik heb mijn man het klusje verder laten opknappen, omdat hij zich tot nu toe bijzonder laf heeft opgesteld in ‘onze’ strijd tegen het knaagdier. Ik ben namelijk degene die altijd de vallen moet leeghalen en halfdode muizen met een klap van de spade uit hun lijden moet verlossen. Hij duikt achter zijn krant en doet alsof er niks aan de hand is. Maar ’s avonds hoor je het getrippel onder ons bed, achter de bank, achter de boekenkast, tussen de vloeren. Mijn oudste zoon slaapt in het souterrain zelfs met een honkbalknuppel, niet om inbrekers te verjagen, maar om tegen het plafond te bonken als hij het gepiep en geknaag niet meer kan verdragen. En er was er ook nog eentje verdwaald op het toilet. Net toen ik wilde gaan zitten zag ik hem achter een rol pleepapier vandaan schieten. Met mijn broek op mijn knieën knalde ik de wc-deur achter me dicht en ben krijsend op de gang gaan staan. De muis wou ook wegwezen en begon zo hard aan de deur te knagen dat het leek alsof Jack Nicholson er met een bijl achter stond.

Het beste is om katten te nemen, hoor je altijd. Nou, die hebben we vijftien jaar lang gehad en hoewel we in die tijd nooit last hadden van muizenplagen, vonden we bijna dagelijks dode of kreperende exemplaren in huis, in ons bed zelfs. Niet alleen muizen werden van buiten meegenomen, maar ook kikkers, ratten, jonge eksters, merels, de parkiet van de buurvrouw, haar goudvis… alles! En lang niet altijd dood. Onze Poekie had een levende rat mee naar huis gesleept die hij losliet in de gang. Net toen ik er met een bezem achteraan wilde, ging de voordeurbel. Het was de pizzabezorger. Toen mijn man opendeed, rende de rat vanachter een kastje door de gang, zo tussen de benen van de pizzabezorger door naar buiten. Stomverbaasd bleef de koerier naar zijn voeten staren, maar mijn man deed alsof hij niks gezien had en rekende zonder verdere uitleg de bestelling af. Rotterdamse nuchterheid, zo vond ’ie zelf.

Tegenwoordig hebben we een hond, Theo, een gespierde Franse bulldog. Maar daar zijn we dus ook niks mee opgeschoten. Pizzabezorgers bijt hij in hun kuiten, maar wat muizen betreft is hij net zijn baas: doen alsof hij ze niet gezien heeft. Wegkijkers zijn het, lafbekken.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelancejournalist en stadsgids in Rotterdam.