Opinie

Kinderen kansloos zonder programmeren

De overheid moet programmeren verplicht onderdeel van het onderwijs maken, vindt .

Foto iStock

We leven in een maatschappij die wordt gedomineerd door computers, het internet en ICT. Voor onze kinderen spreekt het gebruik van technologie voor zich. Maar ondertussen hebben ze geen flauw benul hoe software in elkaar steekt. Dat is alsof je wel kunt lezen, maar geen idee hebt hoe je moet schrijven. Zonde, want op termijn krijgen kinderen die het ‘schrijven’ wel beheersen betere kansen op de arbeidsmarkt. Een kennisimpuls zou de economische concurrentiepositie van Nederland aanzienlijk verbeteren. Daarom pleit ik ervoor dat programmeren meer aandacht krijgt in ons basis- en middelbaar onderwijs.

Op mijn kantoor werken nu 34 nationaliteiten. Dat is goed voor de internationalisering, maar het is ook noodzakelijk: er is simpelweg niet genoeg Nederlands – goed geschoold – talent. Het belang van (basale kennis van) programmeren wordt nog steeds door veel mensen onderschat. Het bedrijfsleven heeft al jaren een tekort aan goede ICT’ers; het gaat alleen al in Nederland om duizenden vacatures. Die worden momenteel vooral vervuld door internationaal talent, maar nu de strijd om talent wereldwijd is losgebarsten, zal het steeds moeilijker worden om de juiste mensen te vinden. De wet van vraag en aanbod leert ons dat er in de ICT niet alleen een ruim banenaanbod is, maar dat het ook nog eens om goedbetaald werk gaat.

Jaarlijks krijgen kinderen over de hele wereld de kans om één uur lang kennis te maken met de wereld van het programmeren. Dat gebeurt tijdens het zogeheten Hour of Code. Een geweldig initiatief, maar op jaarbasis onvoldoende. Met een maandelijks code-uurtje ben je al veel beter op weg. Daarmee zouden alle kinderen op termijn basaal begrip van programmeren hebben. En wie het leuk vindt kan zich er in de vrije tijd (of via keuzelesuren) meer in verdiepen.

Wie denkt dat programmeren voor jonge kinderen te ingewikkeld is, vergist zich. Omdat veel kinderen het spannend vinden om de rol van almachtige schepper aan te nemen door zelf programmaatjes te schrijven is de motivatie vaak hoog. Ik was zelf zo’n kind.

Veel ouders zijn maar wat blij als hun kinderen thuis eindelijk eens achter het beeldscherm vandaan komen. Voorlopig ziet het er echter niet naar uit dat iPads, telefoons en de personal computer voor kinderen ook maar iets van hun aantrekkingskracht zullen verliezen. Door ze te laten programmeren zorg je in elk geval dat een deel van de tijd nuttig besteed wordt. Het verbetert het creatieve en logische denkvermogen, vergroot het ruimtelijk inzicht en het brengt een groot probleemoplossend vermogen met zich mee. Vaardigheden die later nog goed van pas kunnen komen.

Deze kennis en kunde komt ook van pas als uw kind totaal geen interesse heeft om iets met programmeren te gaan doen. U kunt zich toch ook niet voorstellen dat kinderen van school zouden gaan zonder enige kennis van rekenen en taal, biologie, aardrijkskunde en geschiedenis? Terwijl toch echt niet ieder kind geschiedenisleraar wil worden. Als alle leerlingen toegang krijgen tot basale programmeerkennis kunnen de enthousiastelingen zich verder in het onderwerp verdiepen.

Wat er aan onderwijs wordt geboden schiet over het algemeen zwaar te kort. Vooral middelbare scholieren worden tijdens informaticalessen nog te vaak verveeld met lessen over simpele vaardigheden, zoals de omgang met programma’s als Word en Excel. In tijden van digitale bankroven en informatieoorlogen is dat hopeloos ouderwets. Natuurlijk is het niet realistisch om te verwachten dat alle kinderen straks hun eigen programma’s kunnen schrijven, en dat is ook helemaal niet nodig.

Grote schrijvers als Jonathan Franzen begonnen ook eerst met lezen. We doen onze kinderen tekort door ze niet zelf te laten schrijven.

De overheid moet daarom programmeren een verplicht onderdeel van het onderwijs maken.