Column

Hoe wantrouwen over de verkiezingsuitslag de democratie ondermijnt

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden.

Gestaag evolueert de representatieve democratie in een leidersdemocratie. Vandaar dat Reince Priebus, chef staf van Donald Trump, diens zege een „landslide” noemde. In een plebiscitair systeem mag een leider niet gewoon winnen, een echte leider vernietigt zijn opponent.

smeets-hubert9-2013005

Priebus sprak kletskoek. Trump kan in het electoral college rekenen op 306 kiesmannen. Als hij die stemmen op 19 december inderdaad incasseert, staat hij niet in de voetsporen van Eisenhower (1952 en 1956), Johnson (1964), Nixon (1972), Reagan (1980 en 1984) en Obama (2008 en 2012) die meer kiesmannen kregen.

Trump brak wel een ander record. Clinton lijkt twee miljoen stemmen meer te hebben gekregen dan Trump. Amerika heeft vier keer eerder zo’n president gehad. Maar nog nooit is het numerieke verschil tussen popular vote en electoral vote zo groot geweest als nu.

Om die feiten bekreunde Priebus zich niet. Zo werkt het systeem al twee eeuwen. Dan had de Clinton-campagne de deplorables in Pennsylvania of Ohio maar niet over het hoofd moeten zien. Trump is democratisch gekozen, daar is geen speld tussen te krijgen.

Is zo alles gezegd? Nee. De historische statistiek, die Priebus opzichtig en begrijpelijk negeert, belast drie begrippen die ook essentieel zijn in een burgerlijke democratie: vertrouwen, vertegenwoordiging en verantwoording.

Om te beginnen met de eerste V. Anderhalf decennium na de institutionele bijna-crisis in 2000, toen Bush jr. de popular vote verloor maar toch president werd, is de stembusgang nog een vorm van archeologie. In hightechstaat Californië moesten nog bijna 2 miljoen stemmen worden verwerkt. Koffievlekken op de biljetten bemoeilijkten het tellen.

Steve Jobs heeft er niets van gebakken? Leuk verwijt, niet om te lachen. Dit eindeloos tellen ondermijnt het vertrouwen dat verkiezingen een weergave van de volkswil zijn. Trump zinspeelde niet toevallig drie maanden vóór de verkiezingen op fraude door het Clinton-kamp.

Een domino-effect is het gevolg. Wantrouwen ondergraaft vervolgens de kern van de vertegenwoordiging: het gevoel gerepresenteerd te worden, zelfs als jouw kandidaat verliest. Anti-Trumpbetogers met spandoeken ‘not my president’ gaven er uiting aan, zoals Obama-tegenstanders sinds 2008. Waarna ook het sluitstuk wankelt: verantwoording afleggen ter wille van een elementaire continuïteit: revolutie maakt meer kapot dan je wil.

Verkiezingen worden zo een zero-sum game in een alles-of-niets-democratie. Twee weken na de presidentsverkiezingen begint in de VS een kleine beweging op gang te komen die ijvert voor hertelling in Pennsylvania, Michigan en Wisconsin.

Presidentskandidate Jill Stein van de Groenen (1 procent) heeft 2,5 miljoen dollar gecollecteerd om zaken bij de rechter aanhangig te maken. Deze drie staten hebben op 19 december 46 kiesmannen voor het electoral college te vergeven. Als die naar Clinton gaan, komt zij op 278: lang geen landslide, wel genoeg. Waarna alles weer opnieuw begint. Ik denk niet dat er iets terechtkomt van Steins actie, maar het wantrouwen over de verkiezingen is gezaaid. Ook een koel oog moet dat zien.