Wij geven u dit artikel cadeau om u een concreet voorbeeld te geven hoe de NRC-code terugkomt in onze journalistiek. Vanuit de NRC-code ontstaat journalistiek waar wij trots op zijn.

Het restaurant kreeg een grote beurt, de brandweer keurde het af

Hulp aan je bedrijf Een slechtlopend restaurant? Dan vraag je Herman den Blijker om hulp, dan kom je meteen op tv. Maar wie denkt dat Den Blijker altijd voor niets komt, heeft het mis.

NRC Code nr. 1

Wij hanteren een scheiding tussen feiten en commentaar (facts are sacred, comment is free). In de berichtgeving staan feiten centraal (en de context daarvan in duiding en analyse), niet de mening of persoonlijke voorkeur van de auteur. In opinies gaat het om persoonlijke standpunten.

persoon

Hulp-tv, wie is daar eigenlijk mee geholpen? In een drieluik legde NRC-journaliste Lineke Nieber het ware gezicht van dit fenomeen bloot. Beloften werden niet altijd nagekomen, behandelingen half uitgevoerd. Hulp hield op zodra de camera’s waren verdwenen. Een inkijkje in de wereld van macht, hulpbehoevenden en televisie-amusement waarvoor zij een Tegel-nominatie kreeg.

Ze konden natuurlijk hun hele leven patat blijven bakken. René en Anita Verhagen runden zestien jaar een goed lopende frietzaak in Tilburg. Mensen stonden er gerust een uur in de rij. Maar René Verhagen wilde méér. Iets anders. En ook: investeren.

In 2011 verkochten René en Anita de zaak. Ze hadden hun oog laten vallen op een nieuw horecapand in de Tilburgse wijk de Reeshof. Omwonenden mochten het een crematorium noemen, zij zagen mogelijkheden in de vierkante kolos. Ze investeerden vier ton, en gingen nog één keer op vakantie. In de zomer van 2011 opende Spek & Stroop: een fors pannenkoekenrestaurant met appelgroene accenten en een speelhoek voor kinderen.

Vol goede moed zijn ze die zomer begonnen. „Maar het ging niet”, zegt René. „Doordeweeks kwam er geen hond.” En ze hadden weliswaar een „prachtig terras”, bij mooi weer zaten mensen te picknicken in het aanpalende gras.

‘Herman was mijn laatste strohalm.’

In februari 2013 heeft René Verhagen op aanraden van vrienden, tv-kok Herman den Blijker om hulp gevraagd. „Mijn hele vermogen zat in de zaak”, zegt René. „Herman was mijn laatste strohalm.”

Herman den Blijker maakt al ruim tien jaar hulp-tv. Hij begon in 2005 met Herrie in de Keuken, een hulpprogramma naar Brits voorbeeld: Kitchen Nightmares van Gordon Ramsay. Inmiddels heeft Den Blijker er acht seizoenen opzitten van Herrie in de Keuken en Herrie in het Hotel (een variant), waarin hij „noodlijdende” restaurant- en hoteleigenaren helpt „hun zaakjes op orde” te krijgen.

Hoe dat gaat? Grofweg steeds hetzelfde: Den Blijker en zijn team bezoeken het hotel of restaurant. Ze lopen een rondje door de zaak, proeven wat er uit de keuken komt en stellen het probleem vast. Den Blijker slaapt er dan een nachtje over en komt met een oplossing. In één week wordt de zaak onder handen genomen én opnieuw geopend.

Er wordt gesloopt, getimmerd, geschilderd en gepoetst. Menukaarten worden aangepast, nieuw personeel aangenomen. Soms wordt de naam van de zaak aangepast. En altijd komt Den Blijker – verrassing – een week of vier na de opening weer binnenvallen. Althans: zo staat dat onderin beeld. Bijna altijd zit de zaak dan vol met gasten. Het beeld: missie geslaagd.

Zo gingen Herman den Blijker en zijn team, met al jaren een grote rol voor klusser Michel ‘Mies’ Wijnnobel, de afgelopen tien jaar maar liefst 42 zaken in Nederland af. De belofte is steeds groots: „Herman zet alles op alles om deze restaurants een nieuwe start te geven”, en „sluiting van de zaak te voorkomen”. Hoe krijgt hij dat voor elkaar? Hoe gaat hij te werk? Helpt Herman?

Eerst de cijfers: van 31 deelnemende restaurants en hotels is precies te reconstrueren hoe het de zaak na de uitzending is vergaan. Ruim een kwart was binnen een jaar failliet. Binnen anderhalf jaar is dat in totaal een derde. Natuurlijk: met veel zaken ging het al slecht. Voorkomen kon het programma een sluiting in die gevallen dus niet. In zeker één geval (Beachclub Take Five in Zandvoort) was het restaurant al vóór de uitzenddatum failliet – die uitzending ging overigens gewoon door. Zonder dat daarvan melding werd gemaakt.

Op televisie komen helpt

Successen zijn er ook: veertien zaken werden met succes verkocht of zijn nog altijd in handen van dezelfde eigenaar.

We benaderden achttien restaurant- en hoteleigenaren die de afgelopen tien jaar aan de programma’s deelnamen. Lang niet iedereen wilde praten – één van hen omdat hij al eens was „berispt”, toen hij in een krant zijn verhaal deed. „RTL mailde de volgende dag direct. Om me eraan te herinneren dat ik zwijgplicht heb.”

De tien die wel willen praten, schetsen hetzelfde beeld: op televisie komen helpt – wie drie kwartier op tv is, in een programma met anderhalf miljoen kijkers, kan meestal rekenen op bezoek. Hoewel de meesten positief zijn over Den Blijker, en drie eigenaren een zetje in de goede richting kregen, helpt de geboden hulp lang niet iedereen. Deelnemers spreken van „showverbouwingen”. Van „acteerwerk”. En een aantal van hen bleef met (onverwacht) hoge kosten achter. Niet de hulp maar een aantrekkelijk programma maken, dat staat voorop.

In Tilburg hoorde Herman den Blijker het verhaal aan. Zijn oplossing: weg met de pannenkoeken. En overspannen René, die moest op non-actief. Spek & Stroop werd ‘Fabbrica della Pasta’: een pastafabriek – onder leiding van Renés vrouw Anita. Er werd geschilderd, er kwamen nieuwe gordijnen en in de zaak had Herman een scooter neergezet. De kookploeg kreeg een kookcursus. En Herman reed een rondje door de wijk op een Vespa.

Dat René Verhagen in de aflevering „als een waus” werd neergezet nam hij op de koop toe. De crew hing een verborgen camera op en filmde hoe hij struikelde over ingewikkelde vragen van gasten, die door de programmamakers waren ingehuurd. Op dezelfde filmbeelden was te zien hoe zijn dochter in de keuken de carpaccio tussen haar handen probeerde te ontdooien. Natuurlijk, René had zich wel afgevraagd of die beelden het restaurant nou echt zouden helpen, net als zijn vrouw die onder de druk van de opening bijna voor de camera’s bezweek. Maar de redactie benadrukte voortdurend: als straks de uitzending is geweest, berg je dan maar. Maak je borst dan maar nat. Dan loopt de tent vol.

Op de opening, begin maart, nodigde René Verhagen op aanraden van de crew familie en kennissen uit. Eind mei was de uitzending. Geen van de deelnemers mag die vooraf bekijken, dat zijn de regels. René zat „met samengeknepen billen voor de tv”.

En toen? Toen niks. Het bleef dagen stil. „We zaten helemaal door de bodem.”

Wie betaalt de rekening?

Een scooter, verf, gordijnen, een pastakoker. In Tilburg kon het niet op. René Verhagen en zijn vrouw hebben daar geen cent voor betaald – geld hádden ze ook niet. Maar wie denkt dat Herman den Blijker altijd voor niets komt, heeft het mis.

Bij vier van de tien deelnemers die wij spraken was de hulp gratis, zes betaalden er (behoorlijk) voor. Er is door die zes tussen de duizend en vijftigduizend euro betaald voor de hulp die het programma bood. Soms werd er gevraagd hoeveel budget er was, soms naar een specifiek bedrag („tien- of vijftienduizend euro”), één keer werd er door het team aangeboden het ingelegde bedrag te „verdubbelen” – met sponsormiddelen en verbouwingswerk (wat ook gebeurde), en in twee gevallen kwamen rekeningen als verrassing achteraf.

Rekeningen kwamen soms van RTL zelf: ‘productiekosten’. Zo maakte een van hen vijfduizend euro naar RTL over. Waar het geld precies aan is besteed, dat weet de eigenaar niet. Een ander deed hetzelfde, maar betaalde weer veel minder: duizend euro. Dat was het bedrag dat het restaurant volgens de boekhouder op dat moment kon missen.

In weer andere gevallen stuurden ingehuurde klussers zelf een factuur. Maar, óók klussers die aan het programma verbonden zijn stuurden wel eens een rekening.

Neem Kees de Groodt van hotel Het Wapen van Middelie. In zijn huis, op steenworp afstand van zijn hotel, laat hij een stapel facturen uit 2007 zien. Aan de forse verbouwing voor maar liefst € 50.000, werkte ook vaste klusser Michel Wijnnobel mee. Ook die stuurde – namens zijn bedrijf Inter Deco – achteraf een factuur.

„Zo’n verbouwing gaat op hoog tempo. Er is echt geen tijd om uit te zoeken of de verf ergens anders misschien goedkoper is.”

Als de medewerkers van het programma geld verdienen aan het werk dat ze verrichten, hoe onafhankelijk is het advies van Herman den Blijker en zijn ploeg dan nog?

Klusser Michel Wijnnobel zegt daarover: „Ik was soms wel en soms niet in dienst van de productiemaatschappij. Daar maakte ik vooraf afspraken over. En dat was ook duidelijk bij de betrokken eigenaren.”

De Groodt zegt dat hij, hoewel hij niet verplicht was met deze klussers in zee te gaan, er een ongemakkelijk gevoel bij kreeg. „Natuurlijk, er zijn voordelen. Als RTL iets regelt, kost het vaak minder.” Maar waarom, vraagt hij zich af, kwam de verf plus factuur van Frank Winkelman – die vaker aan het programma meedoet – terwijl hij zelf een schilder moest regelen en betalen? „Normaal neemt een schilder toch ook de verf mee?” Frank Winkelman: „Zo’n verbouwing gaat op hoog tempo. Er is echt geen tijd om uit te zoeken of de verf ergens anders misschien goedkoper is.”

Noodlijdend hoeft niet altijd

Voor wie zich nu afvraagt hoe een noodlijdende zaak vijftigduizend euro kan ophoesten: noodlijdend dat was Kees de Groodt helemaal niet.

Als De Groodt, organisatieadviseur zonder horeca-ervaring, in 2006 tegen een klein dorpshotel in Middelie aanloopt, is hij meteen verkocht. Met het pand, op een drukke fietsroute, ziet hij mogelijkheden. Op 1 april is de koop. Op 1 mei gaat hij open.

Een jaar later loopt de zaak, al moet hij inventief zijn. De Groodt denkt erover de keuken uit te bouwen. En hij zoekt een breder publiek.

Precies dan belt RTL. De Groodt: „Ze hadden gegoogeld. Ze zochten iemand die niet op omvallen stond, maar wel hulp kon gebruiken.”

Publiciteit heeft hij gekregen. Tot op de dag van vandaag komen er mensen die zeggen dat ze de uitzending op tv hebben gezien. Maar op de geboden hulp heeft De Groodt wel het een en ander aan te merken. Hij wil nog wel geloven dat de bedoelingen goed waren – dat de zaak er beter van moest worden. Maar dan wel: beter op tv.

De ploeg kijkt naar sfeer, zegt De Groodt. Naar veranderingen die op camera overkomen. Het kluswerk dat gedaan wordt, is volgens De Groodt niet erg duurzaam en bovendien ondoordacht. Zijn gordijnen waren niet geïmpregneerd. Die keurde de brandweer kort na de uitzending af. Twee palmbomen, à 300 euro, stonden mooi, maar binnen, en waren door gebrek aan daglicht al na vijf weken dood. En het idee om naast hotel ook restaurant te worden, was leuk, maar dat betekende wel allerlei extra vergunningen en verplichtingen ontdekte De Groodt na de opnames. De tuin die in het programma is aangelegd, moest erna meteen weer open. „Er moest een vetput worden aangelegd.”

Geen verbouwing zonder tegenslagen

Omdat alles onder „gigantische tijdsdruk” gebeurt, zegt hij, ging ook de verbouwing van de badkamer mis. De kitranden lekten. „Na de uitzending kwam het water langs de muur naar beneden.” Maar, zegt De Groodt, bij wie klop je aan? RTL verwees hem door naar het bedrijf dat in hun opdracht de klus heeft uitgevoerd. De Groodt: „Dat bedrijf, dat was failliet.” Niet lang na de uitzending, zegt hij, en de aannemer bevestigt dat, is er een nieuwe badkamer en riolering aangelegd.

Soms werd de decoratie na afloop gewoon weer opgehaald

Natuurlijk, geen verbouwing zonder tegenslagen. Vijf van de tien deelnemers – in meerderheid eigenaren die er niet voor betaalden – zijn (redelijk) positief over de manier waarop hun zaak door de klussers is aangepakt. Maar wat te denken van gordijnen die met tiewraps bij elkaar gebonden zijn (Tilburg)? Van een deur die alleen aan de vóórkant geschilderd werd (want alleen die kwam in beeld)? Of een budget dat voor een substantieel deel opgaat aan kaarsen? Paul Vollmer, voormalig eigenaar van hotel Simonis in Kobern-Gondorf (Duitsland): „Dan ziet het er al snel sfeervol uit. Maar kaarsen, dat helpt natuurlijk niet.”

En soms werd de decoratie na afloop gewoon weer opgehaald: de scooter bij René Verhagen verdween toen die door de leverancier was verkocht, en ook de schilderijen in de trouwzaal van Het Raedthuys in Sint-Maartensdijk moesten na de uitzending weer worden ingeleverd.

Niet in de boeken gekeken

Negen van de tien deelnemers zeggen dat er niet in de boeken is gekeken. Hoe kun je een restaurant op de rit krijgen, vraagt Martin van der Voort zich af, als je niet naar de financiën kijkt? Zijn Gateway, een authentieke Amerikaanse diner in een park in Almere, liep niet meer. Maar dat lag niet aan de inrichting, dat zag Herman den Blijker óók meteen. Van der Voort vroeg hulp op ander vlak: „Mijn hulpvraag was een financiële regeling met mijn schuldeisers”, zegt Van der Voort. Hij had een zware periode achter de rug, en was het overzicht verloren. Maar met die hulpvraag is volgens hem niets gedaan. „Ze hebben een stukje geschilderd en een schoonmaakteam langsgestuurd.” Martin van der Voort zou „coaching” krijgen. „Die man kwam langs. We hebben zitten praten voor de camera. Daarna is-ie mijn terras afgelopen. Ik heb hem nooit meer gezien.”

Meer dan de helft van de deelnemers stond er helemaal niet zo slecht voor, toen Den Blijker hulp kwam bieden

Je kunt het naïef noemen, deelnemers die verwachten dat ze langdurige psychische bijstand zullen krijgen – op kosten van RTL. Of deelnemers die denken dat een boekhouder eens flink in hun papieren duikt. Natuurlijk, zeggen de meesten achteraf, ze weten dat niet alles op televisie echt is. Toch nemen ze de adviezen serieus. En dus veranderen ze van koers, en soms zelfs van bedrijfsnaam. En steken sommigen zelfs (veel) geld in het hulptraject.

Dat doen ze omdat er trucs zijn. Trucs van de programmamakers, waardoor de kijker, en dus ook de restauranthouder, denkt: een bezoek van Herman den Blijker zorgt altijd voor succes.

Zo stond meer dan de helft van de deelnemers er helemaal niet zo slecht voor, toen Den Blijker hulp kwam bieden. En in plaats van hem om hulp te vragen kwam het programma naar hén toe. En wie denkt dat Den Blijker altijd spontaan komt binnenvallen om te kijken wat er van de zaak geworden is: ook dat is niet altijd het geval. Bij drie van de tien zaken liet de programmaredactie weten wanneer ze terug zouden komen. Soms zelfs al twee dagen na de vernieuwde opening (in plaats van de vier weken die onderin beeld staan). Eigenaren zorgen dan zelf wel dat er volk zit, als de crew er niet al expliciet om vraagt. Kees de Groodt bij wie Herman den Blijker twee dagen na opening terugkwam: „Die mensen die je bij mij in de zaak ziet zitten? Allemaal bekenden en allemaal op mijn kosten. De kijker denkt: dat loopt al lekker.”

Herrie helpt niet altijd

Onschuldige trucs. Maar ze dragen bij aan het idee dat Herrie altijd helpt.

En zo kwam het dus dat Roderick Veuger in 2005 twee koks aannam, omdat Den Blijker hem dat aanraadde. Zijn D’Aole Kippenbakkerij in Borger is inmiddels gesloten – de zaak liep niet meer. „Achteraf had ik liever één kok gehad. Het drukt toch behoorlijk op je loonkosten. Maar als Herman zoiets zegt, wie ben ik dan om daar tegenin te gaan?”

In de keukens zijn de ingrepen meestal zinvol, zeggen de deelnemers. Herman den Blijker wordt serieus genomen. Oók door de kijker. Als Den Blijker zegt dat Peter Huisman van wegrestaurant De Lichtmis in Zwolle een geweldige gehaktbal heeft, verkoopt hij de dag na de uitzending „een paar honderd gehaktballen”. En ook zijn idee om naast de bestaande kaart pannenkoeken te verkopen, was „een gouden zet”, zegt Huisman.

Kees de Groodt, van Het wapen van Middelie waarschuwt nuchter te blijven: „Je hebt eigen verantwoordelijkheid, maar als je op de rand van een faillissement staat, dan klamp je je aan alles vast.”

Hij kreeg misschien wel het allereerlijkste advies, zegt hij – van Herman den Blijker zelf. De Groodt: „Hij zei na afloop: Kees, als je echt geld wil verdienen, moet je de zaak na de uitzending verkopen. Zoveel als nu zul je er nooit meer voor krijgen.”

In Tilburg haalt René Verhagen een glas limonade uit de keuken. In de woonkamer moet hij slalommen. Zijn grote hoekbank raakt net niet de eettafel. „Je kunt wel zien dat we hiervoor wat ruimer woonden.” Drie maanden na de uitzending hebben ze faillissement aangevraagd. De hulp mocht niet baten. Fabbrica della Pasta is niet meer. Spijt hebben ze niet. Het is alleen pijnlijk dat de uitzending keer op keer (onaangekondigd) wordt herhaald. Wat rest is een flinke schuld, een pensioengat en een gangkast met 100 kilo pasta. Cadeautje van de sponsor.

Den Blijker zei: „Kees, als je echt geld wil verdienen, moet je de zaak na de uitzending verkopen. Zoveel als nu zul je er nooit meer voor krijgen.”

toestel