Column

De literatuur is een club waar niemand nog lid van wil zijn

Bij een debatje over het lijstrekkerschap van de PvdA deden Diederik Samsom en Lodewijk Asscher elkaar een boek cadeau. Samsom koos Jij bent mijn vriend van Rindert Kromhout, waarin de vrienden Wil en Bil op een bankje in de sneeuw zitten: ‘Bil?’ vraagt Wil. ‘Waar kijk je naar?’ ‘Och, ik kijk naar wat ver weg is,’ zegt Bil dromerig. Dat gaat zo even voort, tot de uitsmijter: ‘De lente, Wil,’ zegt Bil, ‘ik kijk naar de lente.’ Asscher kwam met een herfstiger boek: The Plot Against America van Philip Roth, een if-history waarin de Verenigde Staten in de jaren dertig geregeerd worden door een fascistische president. Een verslaggever van de NOS was aanwezig en twitterde: ‘Samsom geeft Asscher het boek ‘Jij bent mijn vriend’ Asscher geeft ‘The plot against America’. Allebei kinderboeken.’ Nu kan het zo zijn dat er in de verslaggever een vlijmscherpe recensent schuilt die de wereld manmoedig probeert uit te leggen dat die hele Roth niet meer is dan een in zijn prepuberale masturbatiefascinaties verstrikte opschepper. (Dat vinden ze bij het Nobelcomité blijkbaar ook). Maar ik zie vooral een kanshebber voor de wekelijkse oepsiebokaal voor literaire mistweets.

Niet dat het bij de commerciëlen veel beter is. Daar zag ik een fragment van het programma Lekker Slim (het leek sprekend op het vroegere Ren je Rot). Het volwassen publiek moest raden wie of wat Harry Mulisch, Herman Koch en Arnon Grunberg zijn. De keuzemogelijkheden: ‘A. Voortvluchtige oorlogsmisdadigers. B. Nederlandse literaire schrijvers. C. Duitse voetballers die allen bij Ajax spelen.’ Misschien schrijft iemand nog eens een roman waarin de literatuur als de voortzetting van oorlogsmisdaden met andere middelen wordt gezien, maar vooralsnog waren het gescheiden categorieën. De meeste kandidaten gingen bij A staan. De presentator spoedde zich naar vak B, waar zich kennelijk de intellectuele elite van Lekker Slim bevond. Daar heerste inmiddels milde paniek. „Ik heb eigenlijk geen idee”, zei een kandidate in het juiste vak. „Waarschijnlijk zijn het toch voetballers, maar nu hoor ik hier achter me dat dat óók niet goed is.”

Er zijn van die dagen waarop de literatuur een club is waar helemaal niemand meer lid van wil zijn – een soort PvdA van de cultuur. Dat blijkt ook uit Is u bekend met het alfabet?, het jubileumboekje dat Joris van Casteren schreef over de Amsterdamse boekhandel Athenaeum. Er staat onrustbarend nieuws in. Zelfs dieven halen hun neus op voor de letteren: ‘Voor een hedendaagse dief zijn boeken onhandige objecten – je steekt ze niet zomaar onder je jas – en de waarde is gering, gemeten naar de huidige maatstaven.’ Dit is geen oproep hoor, maar eigenlijk zouden we massaal boeken moeten gaan stelen. Zodat iemand Lekker Slim pas kan winnen met kennis van nieuwe misdaadstatistieken, waaruit blijkt dat ‘lezer’ een ander woord is voor ‘voortvluchtige zakkenroller’.