Ze moest haar angstopdracht tien keer overdoen voor de camera

Hulp voor de geest Voor mensen met angststoornissen is er Geef Mij Nu Je Angst. Dan komen vier therapeuten langs, met een tv-camera. Stoppen is geen optie, dat kost veel geld.

De therapeut: „Hans, we willen je vragen om met ons mee te gaan naar Duitsland.” Hans: „Nee. Dat doe ik niet.” Hans Jonker heeft al veertig jaar last van een ernstige angststoornis. Hij durft de wc-deur niet op slot te doen, hij is bang voor ladders, voor liften en roltrappen. Hans is al jaren niet verder dan 15 kilometer van huis geweest.

Presentatrice Irene Moors: „Hans, het is maar een paar uurtjes. Het is één snelweg. […] Het is eigenlijk, vind ik, hét moment.”

De therapeut: „Dit zijn dé ideale omstandigheden om het te gaan doen. Ik zou het zó jammer vinden als je die kans nou niet zou grijpen.”

Geef Mij Nu Je Angst

Hans Jonker – een lange, slanke man van 56 jaar – begint te huilen, met gierende uithalen. De camera zoomt in op zijn beteuterde zoon tussen de schuifdeuren.

In het najaar van 2014 zendt RTL acht afleveringen uit van Geef Mij Nu Je Angst. Een ‘hulpprogramma’ voor mensen met angst- en dwangstoornissen. Mensen zoals Hans Jonker, die aan niets anders kunnen denken dan dat waar ze bang voor zijn. Viezigheid, hoogtes, snelwegen, overgeven, opsluiting of eetkamerstoelen die niet in een kaarsrechte lijn langs de tafel staan.

In iedere aflevering staat één deelnemer centraal. Die stelt zich voor aan de kijker en vertelt over zijn stoornis. Presentatrice Irene Moors bedenkt vervolgens samen met de deelnemer en zijn gezin de therapiedoelen. ‘Op vakantie gaan’ bijvoorbeeld, ‘leven zonder zorgen’, ‘een uitje met het gezin’, ‘leren omgaan met een paniekaanval’. Dan begint onder begeleiding van gedragstherapeuten van GGZ inGeest de exposure-therapie. Die is op papier eenvoudig, maar erg intensief: deelnemers gaan precies datgene doen waar ze zo bang voor zijn.

Iemand met controledwang moet toekijken hoe familieleden rommelen in haar keukenkastjes. Iemand met hoogtevrees moet een ladder op. Iemand die bang is om te braken moet loopings maken in een sportvliegtuig.

Televisiehulp

Hulp op televisie is niet nieuw. Al zeker twintig jaar worden ruzies bijgelegd, restaurants opgeknapt en overtollige kilo’s aangepakt. Nieuw is de variant waarin het draait om mensen in psychische nood: hulp bij verslaving (Verslaafd!), verzamelwoede (Mijn Leven In Puin) of koopziekte (Koopziek: Ik Kan Niet Stoppen Met Shoppen). Programma’s over mensen met serieuze, vaak jarenlang slepende problemen, die op televisie een ‘nieuwe start’ zullen maken, ja zelfs stappen zullen zetten, zo is de belofte, die ze nooit eerder hebben gezet.

De vraag is: helpt dat?

Voor dit verhaal spraken we vier van de acht deelnemers van Geef Mij Nu Je Angst, ervaringsdeskundigen en psychologen. Deelnemers aan het programma, zo blijkt uit die gesprekken, tekenen vergaande, maar strikt geheime contracten, die na ondertekening direct weer ingenomen worden.

Uit een exemplaar in handen van NRC blijkt dat wie meedoet aan dit programma en de therapie niet meer kan stoppen: afhakers hangt een forse boete boven het hoofd. Ook staat in de contracten dat deelnemers niet zonder toestemming met de pers mogen praten. En je negatief uitspreken over het programma en de therapie is in géén geval toegestaan.

Bij programma Een Nieuw Begin gebeurden vergelijkbare dingen. Lees het eerste deel uit onze serie hier terug: Op stoppen stond een boete, plus de gemaakte programmakosten

Hans richtte zijn leven in naar wat haalbaar was

Hans Jonker zwaait de deur open van zijn rijtjeshuis in De Noord, een woonwijk in de weilanden rondom Heerhugowaard. In de gang een rek vol jassen, schoenen en skeelers. Hier woont hij samen met zijn vrouw Marjan en hun vijf puberzoons. De dichtstbijzijnde bushalte is een half uur lopen. Maar zover komt Hans bijna nooit.

Hans’ angsten begonnen op zijn veertiende. Tijdens een nachtmis in de katholieke kerk van Warmenhuizen kreeg hij het opeens benauwd. Hij begon te zweten, zijn hart ging tekeer. Thuisgekomen is hij in bed gaan liggen en er weken niet meer uitgekomen. „Daarvoor had ik nooit ergens last van gehad.”

Zijn ouders namen hem mee naar de huisarts. Die schreef hem een batterij medicijnen voor. In de veertig jaar daarop zag Hans Jonker talloze psychiaters, psychologen en lotgenoten. Maar de oude werd hij niet meer.

Hans Jonker richtte zijn leven in met wat wél haalbaar was. Hij zocht alles dichtbij. Zijn eerste vrouw leerde hij kennen in de supermarkt waar hij zich opwerkte van vakkenvuller tot assistent-bedrijfsleider. Hij werd meester in vermijden. Liften, roltrappen, vergaderingen in het land. Maar toen zijn vrouw ziek werd en overleed, ging het alsnog goed mis. Hans meldde zich zeven jaar geleden ziek, om nooit weer naar zijn werk terug te keren.

Hans Jonker: „Ik heb niet de hoop ooit beter te worden. Ik wil er mee om leren gaan.”

Uitbehandeld

Hans Jonker is al een tijd uitbehandeld als hij in de zomer van 2014 een advertentie leest in de Alkmaarsche Courant. RTL zoekt kandidaten voor een nieuw hulpprogramma en Hans schrijft zich in. Het programma ziet hij niet alleen als laatste redmiddel; hij hoopt ook op begrip. „Je ziet niks aan mij. Zelfs vrienden en familieleden zeggen nog wel eens: wat jij nodig hebt is een schop onder je kont.”

De volgende dag al hangt Blue Circle aan de lijn, de productiemaatschappij die het programma voor RTL maakt. „Veertig jaar angst. Een samengesteld gezin. Dat vonden ze wel bijzonder.” Er komen redacteuren bij hem thuis filmen en één van de betrokken GGZ-psychologen komt langs voor een gesprek. Per mail krijgt hij een paar weken later te horen dat hij in het programma zit. „Gefeliciteerd met dit nieuws!”

„Er komt nu vast een hoop op je af. Maar gelukkig is het allemaal voor een goed doel. Namelijk je gezondheid, welzijn en geluk voor jou en je gezin.”

Na die mail gaat het ineens snel. Hans Jonker krijgt het verzoek om zich door zijn huisarts te laten doorverwijzen naar de angst-en-dwangpoli van GGZ inGeest. Zo kan het dat de geboden therapie à 7.303,17 euro door zijn zorgverzekeraar wordt vergoed. Hij tekent het geheime deelnemerscontract, dat de productiemaatschappij direct weer meeneemt. Per mail volgt een „opzetje” van het draaischema en de twee weken therapie. „Er komt nu vast een hoop op je af”, schrijft een redacteur van Blue Circle in de begeleidende mail. „Maar gelukkig is het allemaal voor een goed doel. Namelijk je gezondheid, welzijn en geluk voor jou en je gezin.”

Serieuze problemen

Mensen die deelnemen aan Geef Mij Nu Je Angst kampen zonder uitzondering met serieuze problemen. Al jaren staat hun leven in het teken van angst en dwang. Relaties, gezinnen, werk – álles staat onder druk. Neem Jarno Flinkers (32), een voorkomende jongen uit Almelo. Op zijn achttiende krijgt hij last van angstaanvallen. Hij bijt ’s nachts gaten in zijn kussensloop. Wil hij naar dansles, dan moet zijn moeder mee. Totdat op den duur zelfs slapen te eng voor hem wordt. Jarno komt nauwelijks nog het huis uit. Hij probeert van alles: therapie, praatgroepen, medicijnen. Niks hielp, zegt hij, en dat zeggen ook zijn ouders. Waarom zou iemand als Jarno dan voor een tv-programma nóg een poging doen?

Het is de beloofde therapie die drie van de vier deelnemers over de streep trekt. In ruil voor hun verhaal op televisie, krijgen zij namelijk een nogal uitzonderlijke vorm van therapie. GGZ inGeest komt bij de deelnemers thuis. En juist dat is waar zij al die jaren naar zochten. Dit zijn mensen die kampen met straatvrees, die al afhaken als de therapieruimte op de derde verdieping is. Wat voor deelnemer Karin Uijtdewillegen geldt, geldt voor allemaal: „De deur uitgaan – dat ís nou juist het hele probleem.”

In Heerhugowaard kunnen Hans en zijn vrouw Marjan voorafgaand aan de eerste draaidag de slaap nauwelijks vatten. Eigenlijk slapen ze al weken slecht. Hans schrijft een mail naar de productie: „Er komen nu al dingen uit het verleden boven die ik had weggedrukt.” Hij meldt „pijnscheuten in de borststreek” en „spanning”. Al kijkt hij ook uit naar presentatrice Irene Moors. „We zullen zorgen dat het huis netjes is hoor!!”

Verrassingstherapie

Die ochtend, het is 9 oktober, staan echter niet alleen de cameraploeg en Irene Moors voor de deur. Tegen de afspraken in is – verrassing – op de dag van de kennismaking óók een therapeut meegekomen. Hans Jonker, duidelijk in verwarring, krijgt voor een draaiende camera meteen zijn eerste therapie-opdracht. Er ligt een ladder in de brandgang. Hans mag hem gaan halen, en dan tegen de gevel van zijn huis omhoog proberen te klimmen.

Waarom de deelnemers overvallen werden? Idee van de producent, laat GGZ inGeest desgevraagd weten. „Dit verrassingselement had als voordeel dat de kandidaten van te voren minder tijd hadden om op te zien tegen de behandeling.”

„Pak je ook ’s nachts de dagboekcamera als je je niet goed voelt?”

Het tempo blijft ook in de dagen die volgen hoog. Al wordt dat er op televisie niet bij verteld. De redactie goochelt onderin beeld met de chronologie. Zo lijkt het alsof Hans Jonker één (loodzware) opdracht per dag uitvoert. In werkelijkheid zit hij ’s ochtends anderhalf uur opgesloten in de badkamer (een sessie waarbij hij van angst begint te grommen naar zijn spiegelbeeld, en het douchegordijn van de wand trekt) om daarna door te gaan met de volgende opdracht: een rit op de brommer om zijn straatvrees te bestrijden. Therapiedag 7 heet op tv: dag 12. Zo wordt de lengte van het hulptraject denkbeeldig opgeschroefd.

En dat tempo valt Hans zwaar. Hij blijft slecht slapen en meldt dat ook – steeds wanhopiger. Hij is „heel erg moe”, schrijft hij aan zijn vaste contact bij de productiemaatschappij. Hij heeft „zweethanden”, en „mijn hele lijf doet pijn”. Zelfs uitstapjes die eerder geen probleem waren, lukken ineens niet meer. „Dat is toch niet de bedoeling?”, typt hij. „Ik ben in vier dagen 4 kilo lichaamsgewicht kwijtgeraakt.”

Dagboekcamera

De redactie mailt bemoedigend terug, en vraagt hem opnames te maken: „Pak je ook ’s nachts de dagboekcamera als je je niet goed voelt?”

Exposure, waarbij iemand geconfronteerd wordt met dat waar hij bang voor is, is een gangbare en bewezen vorm van therapie. Wie zijn angsten stap voor stap ondergaat, leert die langzamerhand onder controle te krijgen, is de gedachte. De therapie is intensief – dat er meerdere keren op een dag geoefend wordt, komt wel eens voor. Patiënten kunnen in korte tijd veel vooruitgang boeken. Al haken ze om dezelfde reden ook geregeld voortijdig af. Echter, en dat is in tegenspraak met deze televisietherapie: deelname aan zo’n therapietraject is altijd vrijwillig. Het is daarbij van groot belang, onderstrepen deskundigen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam – dat niet bij dit programma betrokken is – dat behandelaren met patiënten zo concreet mogelijk afspreken wat ze gaan oefenen – en in welk tempo.

Therapiedag 5. Even na achten meldt Hans Jonker in een e-mail dat hij er helemaal doorheen zit. Hij ziet het nut van de therapie niet meer. Na een opdracht waarbij ze met een busje de snelweg opgingen, vertrouwt hij bovendien de therapeuten niet meer – „we zouden een klein stukje gaan en dat werd veel verder”. Hans Jonker wil stoppen. De instelling twittert het ook op de dag van de uitzending: „De exposure wordt Hans te zwaar en hij wil stoppen. We doen er alles aan om hem te helpen verder te gaan.”

Stoppen?

Wat de kijker niet weet: stoppen kán helemaal niet meer. In het deelnemerscontract staat zwart op wit dat de productiemaatschappij ten minste „de totale productiekosten” van de aflevering „per direct” op de deelnemer kan verhalen, als die „om wat voor reden dan ook” besluit te stoppen.

Hans Jonker zit klem, zegt hij. Hij is uitgeput, ziet geen nut meer in deelname, maar voelt zich door het contract – overigens niet door de therapeuten – onder druk gezet: „Wat moest ik dan? Betalen?” Dat geldt ook voor deelnemer Karin Uijtdewillegen. Ook zij gaf tijdens de opnames aan te willen stoppen. De makers stonden niet met het contract te wapperen, zegt ze. Ze zeiden wel: dan is alles voor niks geweest. „Ze hebben zó op me ingepraat.”

Er zijn méér vergaande afspraken. Wie het contract tekent, tekent vrijwel al zijn rechten als ‘patiënt’ weg. Wie ontevreden is, moet dat stilhouden – zo staat expliciet in de papieren van Blue Circle. Naar de pers stappen zonder toestemming is niet toegestaan.

Daar komt bij: de makers hebben alle rechten over het opgenomen materiaal. Dat mag verkocht worden, eindeloos herhaald, of als reclamespotje worden ingezet. Minderjarigen kunnen pas tien jaar na uitzending bezwaar maken – mits ze dan meerderjarig zijn.

Terugkijken

Hans Jonker heeft de laptop erbij gepakt. Samen met Marjan kijkt hij – nu twee jaar na de uitzending – een stuk van zijn aflevering op dvd terug. „Ze wilden met me naar Duitsland.” Hans’ stem schiet omhoog. „Het is maar één snelweg, zeiden ze.” Hans is na de opnames nooit meer een snelweg op gegaan. Hij heeft, zegt hij, niets aan de therapie gehad. „Nul komma nul.” Natuurlijk – ook bij eerdere hulptrajecten was er lang niet altijd vooruitgang. Maar waarom, vraagt hij zich hardop af, werden de beloofde twee weken therapie ineens naar zeven dagen teruggebracht? Toen de slotscène was gedraaid, en de camera’s verdwenen, zat ook de therapie aan huis er ineens op.

Wat ook niet hielp: de uitzending sloeg bij alle vier de deelnemers in als een bom. Hans moest weken bijkomen. Een ander schaamde zich voor de manier waarop zijn huwelijk was neergezet. Als dit programma er was om hen te helpen, waarom mocht niemand zijn eigen aflevering dan vóór de uitzending zien?

GGZ inGeest laat in een reactie weten dat zij die uitzendingen wél van te voren mochten zien. De therapeuten hebben erop toegezien, schrijft de woordvoerder, „dat de eer en integriteit” van deelnemers niet werden geschaad.

Bij de Angst, Dwang en Fobie stichting (ADF), een patiëntenvereniging, hebben zich na afloop twee deelnemers gemeld. Zij kwamen na de uitzending in problemen. Zij zijn met hulp van de stichting bij andere behandelaars ondergebracht.

Jarno had wel baat

Jarno Flinkers uit Almelo is de enige van de vier die echt baat bij deelname heeft gehad. Hij kan nog niet de werkvloer op („te veel prikkels”) of even naar Amsterdam. Maar hij heeft sinds twee jaar minder paniekaanvallen. Hij voelt zich een ander mens, en dat bevestigen ook zijn ouders. „Natuurlijk is het niet leuk jezelf zo kwetsbaar op tv te zien”, zegt hij. Maar de reacties die hij na afloop kreeg – „2.900 Facebookberichten” – maken dat helemaal goed, vindt Flinkers.

De rest zegt: deze therapie was veel te kort en veel te intensief. Karin Uijtdewillegen (35) zou deelname aan het programma iedereen afraden, zegt ze nu. Haar leven werd in het voorjaar van 2014 dusdanig door controledwang beïnvloed dat ze nauwelijks nog de deur uitkwam. Pakte haar vriend iets te eten uit de kast, dan moest alles door Karin opnieuw worden rechtgezet. In haar toenmalige woonplaats Dongen had ze alle therapie geprobeerd. Ze was wanhopig. Door het programma zou ze eindelijk geholpen worden op de plek waar haar probleem zich manifesteerde: in haar eigen keukenkast.

De therapie viel tegen, zegt ze nu. „Het was opdracht, na opdracht, na opdracht. We hebben geen enkele keer aan tafel gezeten, alleen voor de camera hebben we nagepraat.” Zij zag net als de andere deelnemers in twee weken vier verschillende therapeuten, hoewel GGZ inGeest stelt dat zij vaak zo werken, heeft Karin dat in haar lange therapieverleden niet eerder meegemaakt. „Ik moest steeds opnieuw hetzelfde vertellen.” Een opdracht waarbij ze haar zorgvuldig opgestapelde theedoeken uit de kast moest halen, moest wel „tien keer” voor de camera opnieuw. „Dan stond ik in het beeld. Of wilden ze de oefening nog eens vanuit een andere hoek filmen.” Karin was „zo blij” toen de cameraploeg en de therapeuten vertrokken waren.

Vervolghulp te duur

Hoewel de uitzending positief eindigt, gaat het in werkelijkheid kort daarna toch mis. Haar relatie loopt stuk. Ze valt kilo’s af. Nog geen jaar na de uitzending wordt ze tien weken in een kliniek in Lent opgenomen. Inmiddels heeft ze cognitieve gedragstherapie aan huis – met daarnaast intensieve gesprekken. „We doen het stapje voor stapje. Eens per week. En geen grote opdrachten meer in één keer.”

Deelnemers mogen na afloop kiezen, stelt GGZ InGeest, of ze bij hen in behandeling willen blijven. Noodzakelijk is wel dat ze dan naar Amsterdam afreizen. Of ze kiezen voor een telefonisch consult.

Hans Jonker – die zegt dat hij door die boodschap overvallen werd – is eerst teleurgesteld, dan boos. „Waarom kozen ze mij uit voor deelname? Ze wisten vooraf toch al lang dat nazorg bij mij thuis er niet in zat?”

Een ander heeft goede gesprekken met de therapeuten van GGZ inGeest, maar haakt na twee maanden telefonisch consult af. „Ik vond dat niet handig. Ik heb hulp in de buurt gezocht.” Karin Uijtdewillegen rijdt na de opnames een paar keer vanuit Dongen naar Amsterdam (honderd kilometer) op en neer. Als de angsten toenemen, vraagt zij GGZ inGeest bij haar thuis te komen. „Dat ging niet. Dat was te duur.”

toestel