Recht & Onrecht

Waarom het de elite niet lukt om aansluiting te vinden

Gedragscolumn Om groepen nader tot elkaar te brengen is een gemeenschappelijk probleem nodig. Dat ook alleen samen opgelost kan worden. Maar tussen elite en ‘volk’ ligt het ingewikkelder, volgens Bert Pol, in de Gedragscolumn.

Foto ANP / Koen Suyk

In heel Europa en sinds kort ook in de VS zijn partijen die ‘de elite’ de rug toekeren bezig aan een enorme opmars. Over dat kiezersgedrag  wordt veel geschreven en gesproken door deskundigen van diverse pluimage. Dat laat ik hier terzijde. Wat mij al jaren intrigeert, is het gedrag van de ‘oude garde’ die haar achterban in rap tempo ziet afkalven. Waarom lukt het hen niet om aansluiting te vinden bij de groeiende groep die hen de rug toekeert?

Een verbluffende demonstratie van de kloof tussen oud en nieuw was onlangs te zien bij Pauw. Aan tafel zaten vier kiezers die hun vertrouwen in de oude politiek verloren hadden. Alexander Pechtold was, als vertegenwoordiger van de ‘oude’ politiek, uitgenodigd om met hen in gesprek te gaan over hun grieven jegens politici van de gevestigde orde. Kort gezegd, dat ze niet naar de bevolking luisteren en dat ze ook niet te vertrouwen zijn. In de verkiezingsstrijd stemmen winnen met plechtige beloften, maar als de rook is opgetrokken, worden beloften en principes met gemak weer ingewisseld.

Pechtold deed zijn best om een dialoog tot stand te brengen, maar tot een echte gedachtenwisseling wilde het maar niet komen. Wat Pechtold deed was uitleggen waarom het politieke systeem werkt zoals het werkt. En dat ook Wilders een verkiezingsbelofte over de hoogte van de AOW brak toen de PVV gedoogpartner werd. Een pijnlijke opmerking zou je denken, maar zijn opponenten werden er niet door van hun stuk gebracht.

Hoe kun je de tegenstellingen tussen groepen opheffen?

Vanuit de psychologie zou je een verklaring kunnen zoeken in het onderzoek naar intergroepsprocessen. Als eenmaal twee groepen zijn ontstaan, komen argumenten over en weer niet meer door. De groepen groeien doorgaans steeds verder uit elkaar, waarbij stemming en gedrag zelfs in vijandigheid kunnen uitmonden. De situatie in de VS neigt daar inmiddels behoorlijk toe.

Hoe kun je die tegenstellingen weer opheffen? Er moet toch iets aan te doen zijn? In het klassieke casus Robbers Cave Experiment  in de jaren ’50 creëerden onderzoekers de volgende situatie. Twee groepen jongeren gingen op vakantie naar een jeugdkamp. Ze wisten aanvankelijk niet van elkaars bestaan. Op een gegeven moment ‘ontdekten’ de groepsleiders ‘toevallig’dat er verderop nog een groep jongeren was en opperden ze dat het leuk zou zijn contact te zoeken en iets met elkaar te ondernemen. Dat gebeurde en door kleine, geplande ingrepen keerden de twee groepen zich steeds sterker tegen elkaar, waarbij de sfeer ronduit vijandig werd en men met elkaar op de vuist ging.

De vraag was hoe je de groepen weer nader tot elkaar zou kunnen brengen. De onderzoekers vonden uiteindelijk de oplossing door een  probleem te creëren waar beide partijen flink last van hadden: een kapotte waterleiding.  De groepen moesten wel samenwerken om het probleem op te lossen; het zou hen alleen niet lukken. Die samenwerking leidde tot een vernieuwde eenheid en zelfs vriendschappen over en weer.

Of is de situatie al niet te ver geëscaleerd?

Maar is er in Nederland of Europa anno 2016 zo’n gezamenlijk probleem te verwachten waaraan iedereen wil samenwerken om het op te lossen? En als het er zou zijn, zou de situatie al niet te ver geëscaleerd zijn om nog tot elkaar te komen?

We moeten de zaak misschien vanuit een andere perspectief bekijken, dat van Wittgensteins taalspelen. Twee personen of partijen kunnen dezelfde taal spreken, elkaars woorden ook begrijpen, terwijl de strekking van elkaars betoog simpelweg niet doordringt. Woorden ketsen wederzijds af op een muur van onbegrip.

Het schaakbord en de stukken zijn hetzelfde, maar de spelers hanteren elk hun eigen spelregels. Geen van de spelers zal in de ogen van de ander ooit kunnen winnen. Het spel van de ander zal altijd niet geldig of zelfs oneerlijk zijn.

Vertaald naar de huidige politieke ontwikkelingen: hoe kan de oude politiek aansluiting vinden bij degenen die de spelregels van ‘de ouden’ hebben afgezworen en het spel volgens hun eigen regels spelen? Niet door keer op keer de oude spelregels weer uit te leggen, ervan uitgaande dat dat enige juiste zijn. Waarschijnlijk juist door zich te verdiepen in het spel en de spelregels van de andere partij. En het spel te gaan spelen volgens de nieuwe regels. Of niet. En geleidelijk marginaliseren.

Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door gedragswetenschappers.