Schenking met gedoe

Ontzamelen

Ruim duizend objecten uit museum Nusantara keren terug naar Indonesië. Het repatriëren kostte meer tijd en geld dan verwacht.

In de marge van de vierdaagse handelsmissie naar Indonesië, die maandag onder leiding van Mark Rutte is begonnen, speelde zich een bijzonder cultureel moment af. De premier reisde naar Jakarta met een Buginese kris in zijn koffer. Die antieke dolk overhandigde hij woensdag aan Joko Widodo, de Indonesische president. Een symbolische overdracht, als voorbode van een grote repatriatie begin volgend jaar. Dan zullen 1.465 objecten uit het voormalige museum Nusantara in Delft verhuizen naar het Museum Nasional Indonesia in Jakarta. Een schenking waar veel gedoe aan is voorafgegaan. En een gift die duidelijk maakt dat het herbestemmen van een museumcollectie ingewikkeld en kostbaar is.

De voorgeschiedenis begint op 6 januari 2013, met de sluiting van Nusantara. Het enige Nederlandse museum voor het Indonesische cultuurgebied trok te weinig bezoekers, zelfs na een ingrijpende renovatie. Wat te doen met de 18.000 objecten, de bibliotheek en de duizenden foto’s van het museum? De gemeente Delft wilde graag dat de collectie zoveel mogelijk bijeen zou blijven en een publieksbestemming zou houden.

Onder begeleiding van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed werden 3.500 ‘beschermwaardige’ objecten geselecteerd voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (in 2014 ontstaan uit een fusie van het Tropenmuseum, het Afrikamuseum en Museum Volkenkunde). Voorts gingen zeshonderd objecten verbonden met de geschiedenis van Delft naar Museum Prinsenhof. Resteerden bijna 14.000 objecten. Die wilde de gemeente Delft aanbieden aan een Indonesisch museum – een voornemen dat botste met de Leidraad Afstoting Museale Objecten. Maar na overleg met de Ethische Commissie van de Museumvereniging hoefden de objecten niet eerst aan andere Nederlandse musea te worden aangeboden.

Herbestemming

Patrick van Mil, directeur Erfgoed Delft, stond samen met conservator Marga Schoemaker aan het hoofd van het herbestemmingsproject, dat met het Nationaal Museum van Wereldculturen werd opgezet. Gezamenlijk stelden zij een begroting op. Voor de opslag, het documenteren en waarderen van de collectie was ruim 400.000 euro nodig. Uit allerlei potjes kwam dat geld bijeen. Zo’n twintig mensen konden daarna aan de slag. Van Mil: „De collectie Nusantara is nu de best gedocumenteerde collectie in Delft ooit.”

Tegelijkertijd begonnen gesprekken met het Indonesische ministerie van Cultuur en het Museum National Indonesia. Dat resulteerde oktober 2015 in de komst van vijf Indonesische museummedewerkers en overheidsambtenaren naar Nederland. Vóór april 2016 zou het leeuwendeel van de resterende collectie van Nusantara gerepatrieerd worden.

Afgesproken werd dat de Indonesiërs de kosten van het transport – beraamd op 2,5 ton – voor hun rekening zouden nemen. Van Mil: „Een depot van 500 vierkante meter vol met voorwerpen. Dat gaat niet als handbagage mee naar huis.”

Maar de Indonesische handtekening onder de overeenkomst bleef uit. De nieuwe directeur-generaal op het ministerie van Cultuur moest zich nog inwerken, luidde het excuus. In maart van dit jaar kreeg Van Mil een brief van de directeur-generaal. Zonder opgaaf van redenen liet hij weten dat de deal niet doorging. Gesprekken van de Nederlandse ambassadeur in Indonesië en met de Indonesische ambassadeur in Nederland brachten daar geen verandering in.

Een teleurgestelde Van Mil wilde daarna haast maken. Iedere maand langer oponthoud kostte zo’n 9.000 euro, onder meer door opslagkosten. Met spoed werd deze zomer begonnen met het plaatsen van alle overgebleven 14.000 objecten op de afstotingsdatabase van de Museumvereniging. Die site, waarop normaal zo’n tweehonderd objecten staan, bleek echter niet toegerust op bulkafstoting.

Tempo

In september gaf Van Mil een interview aan de Indonische krant Tempo. Niet lang daarna belde de directeur van het Museum Nasional. De directeur-generaal had zich bedacht, viel er nog te praten? Half oktober kwam weer een museumdelegatie uit Jakarta naar Delft. Die selecteerde 1.465 objecten, aanzienlijk minder dan de eerste keer. De kris is het eerste voorwerp dat is overgebracht. De rest volgt snel.

De resterende 12.500 voorwerpen van Nusantara staan sinds anderhalve week op een speciale afstotingsdatabase. Bij de Museumvereniging aangesloten musea kunnen tot half januari een keuze maken. Van Mil verwacht dat musea als Bronbeek, Museon en het Scheepvaartmuseum zo’n 3.000 objecten uitkiezen. Volgens gunningscriteria zullen gekozen objecten begin volgend jaar worden toegewezen. De overblijvende objecten, naar verwachting ongeveer 8.500 voorwerpen, gaan naar het Utrechtse veilinghuis Peerdeman. Na aftrek van kosten zal de gemeente Delft de opbrengst bestemmen voor de kunstcollectie van de stad.

Ruim de helft van de Nusantara-collectie krijgt een nieuwe, publieke bestemming. Van Mil spreekt van „een leerzaam project”. Repatriëren, met alle bijkomende internationale betrekkingen, was een complicerende factor. Maar de belangrijkste les, zegt hij, is dat het herbestemmen van een grote museumcollectie meer tijd en geld kost dan verwacht. Bij Nusantara komen de kosten uit op bijna een half miljoen euro.

Ook belangrijk was het overleg met belangengroepen. In Delft is het nodige verzet geweest tegen het herbestemmen van de museumcollectie. Vooral het onderbrengen van voorwerpen in Indonesië leidde tot onrust. Zou daar wel goed gezorgd worden voor de voorwerpen? Van Mil: „Iedereen tevreden stellen lukt niet. Maar we hebben meerdere voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Open en eerlijk zijn, dat is van belang.”

Om de opgedane kennis te delen wordt in museum Prinsenhof een studiedag over ontzamelen georganiseerd. Van Mil: „Wij waren proefkonijn. Nusantara is een interessante case voor musea die een grote collectie moeten herplaatsen.”